,Inhoud
1.0 Onderzoek aanleiding.......................................................................................................................4
1.1 Organisatie....................................................................................................................................4
1.2 Methodiek.....................................................................................................................................5
1.3 Afdeling.........................................................................................................................................6
1.4 Doelgroep.....................................................................................................................................7
1.5 Onderzoek aanleiding...................................................................................................................7
2.0 Doelstelling.....................................................................................................................................11
3.0 Onderzoekvraag..............................................................................................................................12
4.0 Deelvragen......................................................................................................................................12
5.0 Literatuurstudie...............................................................................................................................13
5.1 Inleiding......................................................................................................................................13
5.2 Factoren die de emotieregulatie beïnvloeden............................................................................13
5.2.1 Disbalans ontwikkelingsgebieden.........................................................................................13
5.2.2 Cognitieve factoren..................................................................................................................14
5.2.3 Verstoorde emotionele ontwikkeling...................................................................................15
5.2.4 Traumatische levensstart door onveilige hechting...............................................................16
5.2.5 Taalproblemen.....................................................................................................................16
5.2.6 Context en systeem..............................................................................................................17
5.3 Cliëntondersteuning emotieregulatie.........................................................................................18
6. Onderzoeksmethoden.......................................................................................................................21
6.1 Inleiding......................................................................................................................................21
6.2 Deelvraag 1................................................................................................................................21
6.3 Deelvraag 2.................................................................................................................................22
6.4 Deelvraag 3.................................................................................................................................23
6.5 Deelvraag 4.................................................................................................................................24
6.6 Deelvraag 5.................................................................................................................................25
7. Planning............................................................................................................................................27
Literatuurlijst.........................................................................................................................................29
, 1.0 Onderzoek aanleiding
1.1 Organisatie
x is een organisatie voor mensen met een verstandelijke en/ of lichamelijke beperking. Vanuit de
protestants-christelijke kerk is in 1891 de vereniging tot opvoeding van idiote en achterlijke
kinderen opgericht. De vereniging is in X gestart en tegenwoordig biedt x door het hele land woon-
en werkplekken aan voor mensen met een verstandelijke beperking. Grote locaties van x zijn X.
Vroeger waren de instellingen vaak afgelegen in een bos met eigen voorzieningen zoals een kerk en
een boerderij, het waren vaak op zichzelf staande dorpen. Tegenwoordig wordt er veel meer de
verbinding gezocht met de samenleving en zijn er ook woon- en werkvoorzieningen in woonwijken
en grote steden.
x biedt zorg, begeleiding, ondersteuning en behandeling aan mensen met een verstandelijke beperking
voor jong en oud. x biedt verschillende vormen van hulp aan waaronder logeerhuizen, ambulant
wonen, wonen op een groep, 24-uurszorg, crisisopvang, zorgboerderij, dagbesteding, buitenschoolse
opvang, gezinshulpverlening, behandeling door orthopedagoog, logopedist, tandarts, fysiotherapie,
psycholoog, AVG arts en ergotherapeut. x is opgedeeld in vier verschillende rayons: kind en jeugd,
licht verstandelijke beperking (LVB), moeilijk verstaanbaar gedrag (MVG) en ernstig meervoudig
beperkt (EMB).
Cliënten kunnen bij x terecht voor een plek om permanent te wonen of voor een tijdelijke
behandeling met als doel om weer thuis te kunnen wonen of doorstromen naar zelfstandigheid.
De missie van x is: “Met alles dat wij weten en kunnen zetten wij ons in voor de ondersteuning van
mensen met een verstandelijke beperking en/of andere beperking en hun verwanten, zodat zij
een zo goed mogelijk leven leiden.”
In de visie komen de volgende aspecten terug:
- Jong en oud helpen om een passend antwoord te vinden op grote en kleine vragen die voor
de client belangrijk zijn.
- Samen leren en eigen keuzes maken.
- Kijken wie de client is en wat hij of zij kan en nodig heeft.
Bijlage 1 is het landelijke organogram van x.
De vierkante blauwe vlakken zijn alle verschillende regio’s en grote locaties.