Hoofdstuk 8 Energie en reactie
Endotherm = Er wordt uit de omgeving steeds energie aan de stoffen toegevoegd.
Exotherm = Er komt energie vrij.
Rekenen aan reacties
Volume Massa Chemische
Stof A Stof A
Hoeveelheid
(cm3, dm3, m3) (g) stof A
(mol)
Energie komt in verschillende vormen:
Molariteit
• Chemische energie
• Warmte Stof A
• Licht
(mol L-1/M)
• Geluid
• Elektrische energie
Energie in Joule.
Activeringsenergie/Eact = De energie die nodig is om het tot een overgangstoestand te brengen.
Overgangstoestand = Wanneer de omstandigheden goed zijn om de reactie plaats te laten vinden.
Reactiewarmte ∆E = Het energieverschil tussen het begin en eindniveau. (Positief = endotherm/
Negatief = exotherm).
Vormingswarmte = ∆E van de vormingswarmte per mol stof uit de niet-ontleedbare stoffen.
Ontledingswarmte = ∆E van de ontledingsreactie per mol stof.
- De wet van behoud van energie zegt dat voor het ontleden van een stof precies dezelfde
hoeveelheid energie nodig is als vrijkomt bij het vormen van die stof.
• Ontledingswarmte = -Vormingswarmte.
De vormings- en ontledingswarmte van niet-ontleedbare stoffen is 0.
Oploswarmte = Het oplossen van stoffen.
Voor een aantal stoffen is de oploswarmte positief, voor een aantal stoffen is de oploswarmte
negatief. → Komt energie vrij.
Verdampingswarmte → Altijd positief, wat er is altijd energie nodig.
Endotherm = Er wordt uit de omgeving steeds energie aan de stoffen toegevoegd.
Exotherm = Er komt energie vrij.
Rekenen aan reacties
Volume Massa Chemische
Stof A Stof A
Hoeveelheid
(cm3, dm3, m3) (g) stof A
(mol)
Energie komt in verschillende vormen:
Molariteit
• Chemische energie
• Warmte Stof A
• Licht
(mol L-1/M)
• Geluid
• Elektrische energie
Energie in Joule.
Activeringsenergie/Eact = De energie die nodig is om het tot een overgangstoestand te brengen.
Overgangstoestand = Wanneer de omstandigheden goed zijn om de reactie plaats te laten vinden.
Reactiewarmte ∆E = Het energieverschil tussen het begin en eindniveau. (Positief = endotherm/
Negatief = exotherm).
Vormingswarmte = ∆E van de vormingswarmte per mol stof uit de niet-ontleedbare stoffen.
Ontledingswarmte = ∆E van de ontledingsreactie per mol stof.
- De wet van behoud van energie zegt dat voor het ontleden van een stof precies dezelfde
hoeveelheid energie nodig is als vrijkomt bij het vormen van die stof.
• Ontledingswarmte = -Vormingswarmte.
De vormings- en ontledingswarmte van niet-ontleedbare stoffen is 0.
Oploswarmte = Het oplossen van stoffen.
Voor een aantal stoffen is de oploswarmte positief, voor een aantal stoffen is de oploswarmte
negatief. → Komt energie vrij.
Verdampingswarmte → Altijd positief, wat er is altijd energie nodig.