Samenlevingen
De Engelsen wilden net als de Portugezen en Spanjaarden veel geld verdienen aan hun
koloniën. Zeker omdat ENG in oorlog was met SP. Ze gingen de oostkust van Noord-Amerika
koloniseren. Het was vanuit daar ook gemakkelijker om de Spaanse zilver- en goudvloten te
onderscheppen. Een andere reden om de kust van N-AM te verkennen, was de hoop op een
nieuwe onbekende route naar Azië. Sommige ENG koloniën in N-AM bestonden maar kort.
Oorlogen tussen indianen kostte veel levens en oogsten mislukten. Virginia was de eerste
succesvolle kolonie van ENG. Virginia lag in het zuidelijke deel van N-AM.
Na het reizen van Columbus had Europa kennis gemaakt met tabak. Indianen in Virginia
verbouwden wel tabak maar niet veel. Toen de Engelse kolonist John Rolfe tabak zaden te
pakken kreeg ging hij met behulp van plaatselijke indianen dit verbouwen en verwerken in
grote hoeveelheden. John Rolfe legde de basis voor de plantage-economie in het zuiden van
N-AM. In 1616 vervoerde hij de eerste lading naar het moederland. Hij nam zijn vrouw
Rebecca mee. Zij was geboren als Pocahontas, dochter van het indianenopperhoofd
Powhatan. Na haar bekering tot het Christendom veranderde ze haar naam. Het succes van
Virginia werd overschaduwd door oorlogen tussen kolonisten en indianen. Hoewel beide
groepen redelijk goed met elkaar konden, namen de wederzijdse irritaties toe. Er kwamen
steeds meer kolonisten die meer grond eisten om op te wonen/werken dit riep op tot
conflicten.
In november 1620 kwam een groep mensen die zichzelf de Pilgrim Fathers noemden, aan op
de oostkust van N-AM. Ze waren met ongeveer 150 en waren strenggelovige protestanten.
De Engelse Koning had hun verboden hun geloof op hun eigen manier te belijden. Omdat ze
hun geloof niet wouden opgeven gingen ze naar N-AM om een kolonie te stichten die ze
later New England noemde. Met behulp van de inheemse bevolking kwamen de Pilgrim
Fathers de winter door. De jaren erna bleven deze groep kolonisten en plaatselijke indianen
samenwerken. De contacten waren gericht op handel. De Pilgrim Fathers stuurden positieve
berichten naar ENG, net zoals John White eerder deed vanuit Roanoke. Na 1620 werden er
nog 12 Engelse koloniën gesticht. De meeste kolonisten waren gelovigen die zich niet thuis
voelden bij de Kerk in Engeland. Een andere reden was de bevolkingsgroei in het
moederland. De kolonie die de Pilgrim Fathers stichtten had in 1643 al 20 000 inwoners.
Koloniën werden steeds vaker gesticht op grondgebied van indianen. Zo groeiden de
koloniën, maar ook het aantal conflicten en oorlogen. De Engelsen hadden voordeel van hun
betere wapens en gevechtstactieken. Bovendien vormden verschillende indianenvolken
geen eenheid, waardoor ze niet effectief samenwerkten tegen hun gezamenlijke vijand. De
indianen verdwenen uit het grootste deel van de Engelse koloniën. Het grondgebied van de
indianen werden direct ingenomen door kolonisten, die met steeds grotere aantallen naar
N-AM kwamen. Doordat de indianen en kolonisten bij elkaar woonden zorgde dit dus ook
voor het overbrengen van Europese ziekten. Deze ziekten waar de indianen geen weerstand
voor hadden opgebouwd, zorgde ervoor dat hun bevolking verdween.
Het verbouwen en verwerken van tabak was arbeidsintensief. Ook voor andere
plantagegewassen. In Virginia werkten ze met een systeem waarbij nieuwkomers de kosten