100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Biologie Nectar 3 vwo samenvatting H10

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
8
Geüpload op
09-06-2022
Geschreven in
2021/2022

Een samenvatting met alles wat je moet leren over H10 (gezondheid).










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
School jaar
3

Documentinformatie

Geüpload op
9 juni 2022
Aantal pagina's
8
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Biologie Hoofdstuk 10 (Gezondheid)
Paragraaf 1 (Goed geregeld)
Je lichaam probeert de omstandigheden in je lichaam constant te houden, het probeert
veranderingen zo snel mogelijk op te heffen.
Regelkring:

Meten  vergelijken met de norm  boodschap naar zenuwstelsel  organen reageren.
De hormonen insuline en glucagon worden gemaakt in de alvleesklier.

Stijging glucose gehalte:
1. Je eet een maaltijd, dit wordt verteerd tot glucosedeeltjes en in de dunne darm gaat dit in je
bloed.
2. Het glucosegehalte stijgt in je bloed, er is meer dan je lichaam nodig heeft.

3. Je alvleesklier geeft insuline af, dit zorgt ervoor dat je cellen glucose van het bloed opnemen.
Ook regelt insuline dat de glucose wordt opgeslagen in je lever en spieren. Het glucose wordt
daarbij omgezet tot glycogeen, een lange ketting glucosedeeltjes. Nu is het glucosegehalte
weer normaal.

Daling glucosegehalte:
1. Je cellen gebruiken glucose, hierdoor neemt het glucosegehalte af.

2. Je alvleesklier geeft glucagon af, dit regelt dat het glycogeen in de lever en spieren wordt
omgezet in glucose. Het glucose in de lever gaat naar het bloed. Nu is het glucosegehalte
weer normaal.
Regelkring bij mensen met diabetes (suikerziekte):

 Ze kunnen weinig glucose uit het bloed halen, omdat hun cellen minder goed werken.
 Er wordt te weinig glucose in de spieren en in de lever opgeslagen.

 De hoeveelheid glucose is daarom te hoog.
 Ze meten hun glucosegehalte, bij een laag gehalte eten ze iets en bij een hoog gehalte
spuiten ze insuline in hun lichaam.
Diabetes soorten:

 Diabetes type 1: de alvleeskliercellen die insuline maken zijn beschadigd.
 Diabetes type 2 (overgewicht): de lichaamscellen zijn ongevoelig voor insuline.

Je lever heeft een belangrijke rol bij het constant houden van omstandigheden in het lichaam.
De leverslagader brengt zuurstof naar de lever en de poortader brengt stoffen die in de darmen zijn
opgenomen. Deze stoffen worden in de lever gecontroleerd en het bloed wordt daarna afgevoerd
door de leverader.

Taken van de lever:

,  Opbouwen en omzetten: In het verteringkanaal worden eiwitten afgebroken tot aminozuren.
De lever maakt hiervan nieuwe eiwitten. De lever kan ook glucose omzetten in vet en van vet
cholesterol te maken.
 Afbreken: De lever breekt aminozuren af als hier te veel van is, hierbij ontstaat ureum. Je
lever breekt ook giftige stoffen af.
 Afvoeren: De lever maakt gal, via de gal worden afvalstoffen uitgescheiden. Bijvoorbeeld
versleten rode bloedcellen die afgebroken worden in de milt. De hemoglobine wordt dan
omgezet in bilirubine. Via het bloed komt deze stof in de lever, daar wordt het gemengd met
gal en vervolgens bij de ontlasting uitgescheiden.
 Opslaan: De lever slaat glucose op in de vorm van glycogeen en het slaat ijzer op.

Stoffen die worden uitgescheden door de nieren:
 Afbraakproducten uit de lever (bijv. ureum) of afbraakproducten van medicijnen en alcohol.

 Zouten en vitaminen waar er te veel van zijn binnengekregen.
 Stoffen die je niet nodig hebt (bijv. kleurstoffen).

Werking van de nieren:
1. Afvalstoffen komen via de nierslagaders in de nieren, die nierslagader vertakt naar kleinere
bloedvaten die het bloed naar de nefronen voeren. Hier vindt filtratie van het bloed plaats.
2. Een nefroon begint met een kluwen van haarvaatjes, door de wanden van deze haarvaten
wordt bloedplasma geperst. De rode bloedcellen en de grote eiwitten blijven achter in de
haarvaten. Het uitgeperste gedeelte heet voorurine.

3. De voorurine komt terecht in een nierkanaaltje. Vanuit hier worden stoffen die je lichaam
nog kan gebruiken opgenomen in het bloed, dit heet resorptie.

4. De afvalstoffen en het overtollig water vormt samen de urine en dit stroomt naar de
nierbekken. Vanaf de nieren naar de urineleiders naar je blaas. Hier wordt je urine tijdelijk
opgeslagen.
5. Als de blaas vol zit verlaat de urine je lichaam via de urinebuis.



Paragraaf 2 (Je huid)
Functies van de huid:

 Je lichaam op temperatuur houden.
 Beschermen tegen vuil en ziekteverwekkers.

 Beschermen tegen de zon.
Drie lagen waaruit de huid bestaat:

1. Opperhuid: bestaat uit de hoornlaag (deze slijt steeds af) en de kiemlaag (deze vult door
celdeling de hoornlaag van binnenuit aan).

2. Lederhuid: in deze laag zitten:
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ellevandergucht

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ellevandergucht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen