Samenvatting TKBK
Mobiliteit te velde
Grond:
- Granulaire, niet cohesieve, grondsoorten
- Cohesieve grondsoorten
- Organisch materiaal
- Erg grofstoffelijk: verdere verdeling
Soorten bodem:
- Rots
- Grind
- Zand
- Klei
- Leem
- Silt
- Veen
- Mengvormen
Grondsoort wordt bepaald a.d.h.v. korrelverdeling en hummusgehalte.
In het veld kan je grond herkennen door gebruik te maken van de IK-5-1331 ‘veldtesten USCS’. In het
lab kan je de grondsoort testen m.b.v. de zeefproef/ bezinktest/laserdifractie/uitgloeien (organisch
materiaal.
De grondsoort wordt bepaald om iets te kunnen zeggen over de:
- Doorlatendheid
o Waterwinning
o Verspreiding
o Vervuiling, waterkerendheid
o Bepaling zettingsduur, enz.
- Samendrukbaarheid
o Consolidatie (zetting)
o Mobiliteit
- Schuifsterkte
o Helling talud
o Mobiliteit
- Cohesie
o Helling talud
o Bouwkuipen (grondkerende wanden)
Bemonstering
- Geroerd: (materiaal heeft niet meer de structuur en laagopbouw na monstername)
- Ongeroerd: (na monstername nog altijd in een toestand zoals aangetroffen op
oorspronkelijke locatie)
, Methoden:
- Avegaarboor (geroerd, beperkte diepte)
- Pulsboor (geroerd en ongeroerd, grote diepten mogelijk)
o Pulsboor (geroerd)
o Ackerman-steekapparaat (ongeroerd)
o Begemann-boring (ongeroerd, lange ononderbroken mosters)
- Sonisch boren (boorbuis met hoogfrequente trilling indrukken)
- Avegaarboring (wormwiel)
- Zuigboring (grond onder/in boorbuis wegzuigen met water)
Definitie
“Het vermogen tot verplaatsen van eenheden naar en in het operatiegebied, met behoud van
communicatie (verbindingen) en van de logistieke en infrastructurele ondersteuning.”
Soorten mobiliteit:
- Strategische mobiliteit: (bevindt veelal in ‘out of area’ operaties.)
o Operationele mobiliteit: (Het vermogen in korte tijd lange afstanden
ongestoord af te leggen met de vereiste toerusting.)
o Functionele mobiliteit: (De mate waarin de logistieke en infrastructurele
ondersteuning in staat zijn het uitoefenen van de
functie mogelijk te maken.)
- Tactische mobiliteit: (Het vermogen tot verplaatsen in het operatiegebied
zonder gevechtscontact, al dan niet gebruik makend
van bestaande wegen.)
o Gevechtsmobiliteit: (Het vermogen in elk terrein en onder alle
weersomstandigheden bij gevechtscontact te
bewegen.)
Deze soorten mobiliteit worden voor een belangrijk deel beïnvloed door transport en de omgeving
(terrein).
Terreinmobiliteit:
Terreinkarakteristieken:
- Bodem
- Geometrie
- Vegetatie
- Hindernissen
Voertuigkarakteristieken:
- M.b.t. bodembegaanbaarheid
- M.b.t. het terrein
- M.b.t. verplaatsing
Invloed terrein op functioneren van voertuig:
- Kleef/slip
- Wegzakken
- Gladheid
Mobiliteit te velde
Grond:
- Granulaire, niet cohesieve, grondsoorten
- Cohesieve grondsoorten
- Organisch materiaal
- Erg grofstoffelijk: verdere verdeling
Soorten bodem:
- Rots
- Grind
- Zand
- Klei
- Leem
- Silt
- Veen
- Mengvormen
Grondsoort wordt bepaald a.d.h.v. korrelverdeling en hummusgehalte.
In het veld kan je grond herkennen door gebruik te maken van de IK-5-1331 ‘veldtesten USCS’. In het
lab kan je de grondsoort testen m.b.v. de zeefproef/ bezinktest/laserdifractie/uitgloeien (organisch
materiaal.
De grondsoort wordt bepaald om iets te kunnen zeggen over de:
- Doorlatendheid
o Waterwinning
o Verspreiding
o Vervuiling, waterkerendheid
o Bepaling zettingsduur, enz.
- Samendrukbaarheid
o Consolidatie (zetting)
o Mobiliteit
- Schuifsterkte
o Helling talud
o Mobiliteit
- Cohesie
o Helling talud
o Bouwkuipen (grondkerende wanden)
Bemonstering
- Geroerd: (materiaal heeft niet meer de structuur en laagopbouw na monstername)
- Ongeroerd: (na monstername nog altijd in een toestand zoals aangetroffen op
oorspronkelijke locatie)
, Methoden:
- Avegaarboor (geroerd, beperkte diepte)
- Pulsboor (geroerd en ongeroerd, grote diepten mogelijk)
o Pulsboor (geroerd)
o Ackerman-steekapparaat (ongeroerd)
o Begemann-boring (ongeroerd, lange ononderbroken mosters)
- Sonisch boren (boorbuis met hoogfrequente trilling indrukken)
- Avegaarboring (wormwiel)
- Zuigboring (grond onder/in boorbuis wegzuigen met water)
Definitie
“Het vermogen tot verplaatsen van eenheden naar en in het operatiegebied, met behoud van
communicatie (verbindingen) en van de logistieke en infrastructurele ondersteuning.”
Soorten mobiliteit:
- Strategische mobiliteit: (bevindt veelal in ‘out of area’ operaties.)
o Operationele mobiliteit: (Het vermogen in korte tijd lange afstanden
ongestoord af te leggen met de vereiste toerusting.)
o Functionele mobiliteit: (De mate waarin de logistieke en infrastructurele
ondersteuning in staat zijn het uitoefenen van de
functie mogelijk te maken.)
- Tactische mobiliteit: (Het vermogen tot verplaatsen in het operatiegebied
zonder gevechtscontact, al dan niet gebruik makend
van bestaande wegen.)
o Gevechtsmobiliteit: (Het vermogen in elk terrein en onder alle
weersomstandigheden bij gevechtscontact te
bewegen.)
Deze soorten mobiliteit worden voor een belangrijk deel beïnvloed door transport en de omgeving
(terrein).
Terreinmobiliteit:
Terreinkarakteristieken:
- Bodem
- Geometrie
- Vegetatie
- Hindernissen
Voertuigkarakteristieken:
- M.b.t. bodembegaanbaarheid
- M.b.t. het terrein
- M.b.t. verplaatsing
Invloed terrein op functioneren van voertuig:
- Kleef/slip
- Wegzakken
- Gladheid