Samenvatting
Nederlands Recht begrepen Hoofdstuk 2
Paragraaf 2.1 Inleiding
Rechtsbronnen: de vindplaatsen van het recht, de plaatsen waar het recht te
vinden is.
Er zijn 4 soorten rechtsbronnen:
1. Internationale verdrag
2. De wet
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
Paragraaf 2.2 Het internationale verdrag
Internationale verdragen waarbij ons land zich heeft aangesloten zijn
rechtsbronnen. Zij maken namelijk deel uit van ons nationale recht. Hierdoor
geeft de Grondwet precies aan welke overheidsorganen betrokken zijn bij de
totstandkoming van het recht.
Internationale verdragen zijn al eeuwen oud.
- Vroeger gingen ze vaak over landsgrenzen en verdediging hiervan.
- Tegenwoordig vooral over de bescherming van de handel en op
economische samenwerking.
Richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie bepalen voor een steeds
groter deel het nationale recht van de aangesloten landen.
Een verdrag dat door ons land is ondertekend en is goedgekeurd door de
volksvertegenwoordiging, wordt na bekendmaking in het (digitale) Tractenblad
verbindend. Dat wil zeggen dat de tekst van het verdrag deel is gaan uitmaken
van onze nationale wetgeving.
Tractenblad: bevat de tekst van verdragen en besluiten van organisaties
en de gegevens over verdragen en besluiten Nederland met andere staten
of volkenrechtelijke organisaties heeft gesloten
Paragraaf 2.3 De wet
Qua omvang is de wet de belangrijkste rechtsbron. Er zijn zeer veel wetten in
ons land omdat de overheid zich, door de regelgeving, bemoeit met bijna ieder
aspect van onze samenleving. Al deze zaken zijn door middel van wetten
geregeld.
Deze wetten worden door ‘de wetgever’ gemaakt. De wetten worden niet steeds
door dezelfde wetgever, aangezien dat niet mogelijk is vanwege het grote aantal
, wetten. Bovendien is één centrale wetgever niet alleen praktisch gezien
onmogelijk, maar ook niet gewenst.
Sommige regels kunnen namelijk veel beter door een regionale of gemeentelijke
wetgever gemaakt worden, zodat de regeling goed aansluit bij de situatie ter
plaatse.
Vandaar dat verschillende overheidsorganen wetgevende bevoegdheid
hebben, zoals de regering, het provinciebestuur en het bestuur van het
waterschap
Het begrip ‘wet’ heeft twee verschillende betekenissen:
1. Wet: een besluit afkomstig van regering en
volksvertegenwoordiging samen
Soms wordt gedoeld op ieder besluit dat afkomstig is van de formele
werkgever, regering en volksvertegenwoordiging samen, en tot stand is
gekomen volgens een in de Grondwet vastgelegde procedure. In dat geval
spreken we van een wet in formele zin.
De aandacht is gericht op de procedure en op de maker van de wet, ‘de
formele wetgever’:
Regering
Staten-Generaal
Aan de naam van een wet is altijd te zien of het om een wet in formele zin
gaat. De naam van een wet in formele zin bevat namelijk altijd de term ‘wet’
(bijvoorbeeld Burgerlijk Wetboek, Advocatenwet).
2. Wet: Een overheidsregel met algemene werking
In andere gevallen wordt de term ‘wet’ gebruikt als aanduiding voor een
algemeen verbindend voorschrift van de overheid, ongeacht welk wetgevend
overheidsorgaan het voorschrift heeft gemaakt. De aandacht is gericht op
degene voor wie de regel is bedoeld. Als de overheidsregel algemene werking
heeft, of voor een bepaalde groep mensen geldt, is het een wet in materiële
zin.
Wetten in materiële zin worden onder andere gemaakt door:
- De regering en de - De gemeenteraad
volksvertegenwoordiging (gemeentelijke verordening)
samen (wet) - Het bestuur van het
- De regering (algemeen waterschap (waterschap
maatregel van bestuur) verordening)
- De minister (ministeriële - De besturen van andere
regeling) openbare lichamen
- Provinciale staten (provinciale (bijvoorbeeld de Sociaal
verordening) Economisch Raad (SR) en de
(hoofd)bedrijfschappen)
Nederlands Recht begrepen Hoofdstuk 2
Paragraaf 2.1 Inleiding
Rechtsbronnen: de vindplaatsen van het recht, de plaatsen waar het recht te
vinden is.
Er zijn 4 soorten rechtsbronnen:
1. Internationale verdrag
2. De wet
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
Paragraaf 2.2 Het internationale verdrag
Internationale verdragen waarbij ons land zich heeft aangesloten zijn
rechtsbronnen. Zij maken namelijk deel uit van ons nationale recht. Hierdoor
geeft de Grondwet precies aan welke overheidsorganen betrokken zijn bij de
totstandkoming van het recht.
Internationale verdragen zijn al eeuwen oud.
- Vroeger gingen ze vaak over landsgrenzen en verdediging hiervan.
- Tegenwoordig vooral over de bescherming van de handel en op
economische samenwerking.
Richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie bepalen voor een steeds
groter deel het nationale recht van de aangesloten landen.
Een verdrag dat door ons land is ondertekend en is goedgekeurd door de
volksvertegenwoordiging, wordt na bekendmaking in het (digitale) Tractenblad
verbindend. Dat wil zeggen dat de tekst van het verdrag deel is gaan uitmaken
van onze nationale wetgeving.
Tractenblad: bevat de tekst van verdragen en besluiten van organisaties
en de gegevens over verdragen en besluiten Nederland met andere staten
of volkenrechtelijke organisaties heeft gesloten
Paragraaf 2.3 De wet
Qua omvang is de wet de belangrijkste rechtsbron. Er zijn zeer veel wetten in
ons land omdat de overheid zich, door de regelgeving, bemoeit met bijna ieder
aspect van onze samenleving. Al deze zaken zijn door middel van wetten
geregeld.
Deze wetten worden door ‘de wetgever’ gemaakt. De wetten worden niet steeds
door dezelfde wetgever, aangezien dat niet mogelijk is vanwege het grote aantal
, wetten. Bovendien is één centrale wetgever niet alleen praktisch gezien
onmogelijk, maar ook niet gewenst.
Sommige regels kunnen namelijk veel beter door een regionale of gemeentelijke
wetgever gemaakt worden, zodat de regeling goed aansluit bij de situatie ter
plaatse.
Vandaar dat verschillende overheidsorganen wetgevende bevoegdheid
hebben, zoals de regering, het provinciebestuur en het bestuur van het
waterschap
Het begrip ‘wet’ heeft twee verschillende betekenissen:
1. Wet: een besluit afkomstig van regering en
volksvertegenwoordiging samen
Soms wordt gedoeld op ieder besluit dat afkomstig is van de formele
werkgever, regering en volksvertegenwoordiging samen, en tot stand is
gekomen volgens een in de Grondwet vastgelegde procedure. In dat geval
spreken we van een wet in formele zin.
De aandacht is gericht op de procedure en op de maker van de wet, ‘de
formele wetgever’:
Regering
Staten-Generaal
Aan de naam van een wet is altijd te zien of het om een wet in formele zin
gaat. De naam van een wet in formele zin bevat namelijk altijd de term ‘wet’
(bijvoorbeeld Burgerlijk Wetboek, Advocatenwet).
2. Wet: Een overheidsregel met algemene werking
In andere gevallen wordt de term ‘wet’ gebruikt als aanduiding voor een
algemeen verbindend voorschrift van de overheid, ongeacht welk wetgevend
overheidsorgaan het voorschrift heeft gemaakt. De aandacht is gericht op
degene voor wie de regel is bedoeld. Als de overheidsregel algemene werking
heeft, of voor een bepaalde groep mensen geldt, is het een wet in materiële
zin.
Wetten in materiële zin worden onder andere gemaakt door:
- De regering en de - De gemeenteraad
volksvertegenwoordiging (gemeentelijke verordening)
samen (wet) - Het bestuur van het
- De regering (algemeen waterschap (waterschap
maatregel van bestuur) verordening)
- De minister (ministeriële - De besturen van andere
regeling) openbare lichamen
- Provinciale staten (provinciale (bijvoorbeeld de Sociaal
verordening) Economisch Raad (SR) en de
(hoofd)bedrijfschappen)