Samenvatting: De bestuurlijke kaart van Nederland
Vak: Binnenlands Bestuur
Hoofdstuk 1: De bestuurlijke kaart van Nederland
1.1 Wat is openbaar bestuur?
- Juridische grondslag
o Alle organisaties met een publiekrechtelijke grondslag
- Financiering
o Algemene middelen of vanuit zichzelf?
- Doel- of taakstelling
o Deelbelang of algemeen belang?
1.2 Kenmerken Nederlands openbaar bestuur
- Nederland is een constitutionele monarchie
- Nederland is een rechtsstaat
- Nederland kent een gedeeltelijke scheiding der machten
- Nederland heeft een scheiding van kerk en staat
- Nederland heeft een parlementair stelsel
o Ministeriële verantwoordelijkheid
o Vertrouwensregel
o Dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van de
regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de Staten-
Generaal.
- De Nederlandse bevolking kiest geen bestuurders
- Evenredige vertegenwoordiging; aantal zetels voor een partij is in
overeenstemming met de aanhang van die partij onder de bevolking.
- Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Nederland heeft geen constitutioneel hof; er worden dus geen wetten getoetst
aan de Grondwet
- Nederland heeft geen juryrechtspraak
- Nederland kent een omvangrijk functioneel bestuur; bestuursorganen die een
beperkt, wettelijk vastgelegd takenpakket hebben
De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van de 6 co’s:
- Coalitie
- Collegialiteit
- Compromis
- Consensus
- Coöptatie snelle opname van nieuwkomers in het bestel
- Coöperatie
,Hoofdstuk 2: De Nederlandse staat
Kenmerken van een staat:
- Er is sprake van een specifiek grondgebied
- Er is een bevolking
- Er is een wettelijke ordening en er is een bestuurlijke organisatie die
gezaghebbend de wet- en regelgeving kan handhaven.
- Een staat is erkend door andere staten
De Staat der Nederlanden is een rechtspersoon; juridische term voor de
Nederlandse overheid.
Nederland maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden; ook Aruba, Curaçao
en Sint Maarten
De Nederlandse koning is staatshoofd van het gehele Koninkrijk der Nederlanden; in
de andere 3 landen wordt de koning vertegenwoordigd door de gouverneur.
Regering van het koninkrijk bestaat uit de koning en de Raad van Ministers (alle
ministers en de gevolmachtigde ministers vd 3 landen)
Nederland is sinds 1815 een constitutionele monarchie; de koning is ondergeschikt
aan de wet. Thorbecke heeft de Grondwet van 1848 geconstrueerd.
2.1 Parlementair stelsel
Twee principes parlementair stelsel:
- Ministeriële verantwoordelijkheid de koning is onschendbaar en de
ministers zijn verantwoordelijk
- Vertrouwensregel een kabinet moet het vertrouwen van een meerderheid in
de Tweede Kamer hebben
o Verondersteld tot het tegendeel blijkt
2.2 Rechtsstaat
Kenmerken rechtsstaat:
- Al het overheidshandelen dient te zijn gebaseerd op bevoegdheden
vastgelegd in wetten.
- Er dient sprake te zijn van een machtenscheiding in de staat; trias politica.
o Wetgevende macht (de legislatieve)
o Uitvoerende macht (de executieve)
o Rechtsprekende macht (de jurisdictieve)
- Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen
- Het bestaan van grondrechten zoals het recht op vrijheid van meningsuiting,
gelijke behandeling, het recht van vereniging en vergadering, en de vrijheid
van godsdienst. Garanderen de burger een staatsvrije sfeer.
- Het bestaan van vrije en onafhankelijke media.
,2.3 Een gedecentraliseerde eenheidsstaat
Verhouding tussen decentralisatie en eenheid komt tot uitdrukking in de begrippen
autonomie, medebewind en toezicht:
- Provincie en gemeente hebben eigen bevoegdheden; autonomie
o APV’s per gemeente kunnen verschillen
o Rechtspluralisme in Nederland
- Provincies en gemeenten moeten ook regels opstellen in opdracht van een
hogere regeling; medebewind
o Inhoud vaak vrij, maar moeten wel rekening houden met regels van een
hogere inhoud
- Nationale overheid kan alle besluiten van lagere overheden vernietigen
wanneer die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; toezicht
o Algemeen beleid is het verzekeren van de eenheid van het
regeringsbeleid
Door de indeling in bestuurslagen bestaan er op drie niveaus vele overheden;
afhankelijk van elkaar en samenwerking is nodig. We wonen nog steeds in het Huis
van Thorbecke; de gedecentraliseerde overheidsstaat.
Redenen voor samenwerking overheidslagen:
- Samenwerking in de vorm van een duidelijke taakverdeling levert soms
belangrijke voordelen op
o Soms wel problemen in de praktijk
- Samenwerking gewenst omdat lagere bestuurslagen vaak beter weten
waaraan hun inwoners behoefte hebben
o Problemen:
Gemeenten vinden soms dat ze te weinig geld krijgen van de
overheid
Gemeenten voeren het beleid anders uit dan wat de andere
bestuurslagen wenselijk vinden.
- Vele problemen waarmee overheden te maken krijgen beperken zich niet tot
hun eigen grondgebied
o Problemen:
Gemeentes maken vaak ruzie; provincies kunnen deze niet altijd
oplossen
De bestuurlijke indeling van Nederland is een territoriale indeling
- Ze hebben een open huishouding ze zijn vrij om op verschillende terreinen
initiatieven op hun eigen grondgebied uit te voeren
- Territoriaal bestuur
- Daarnaast functioneel bestuur; wisselend grondgebied
H3: de politiek-bestuurlijke instituties
Nederland heeft een dualistisch parlementair stelsel
, 3.1 De regering
Kroon = de regering
3.1.1 De koning en kabinetsformatie
Koning: de functionaris die het koningschap en het koninklijk gezag uitoefent
Functie van de koning was vroeger anders dan nu:
- Sinds 1848 heeft de koning stuk minder macht;
o Ministeriële verantwoordelijkheid
o Parlementaire stelsel
- Begin strijd tussen de regering en parlement
Zwaartepunt kwam meer bij ministers te liggen;
Maar koning wel nog direct betrokken bij het regeringsbeleid:
- Ontvangt notulen van de ministerraadvergaderingen
- Wekelijks gesprek met de minister-president
De Grondwet bevat over de kabinetsformatie geen bepalingen
- Sinds 2012 heeft de Tweede Kamer de bevoegdheid om het kabinet te
formeren dmv informateur
- De formateur (beoogde premier) wordt ook aangewezen door de TK
o Rond de vorming van het kabinet af door voor de verschillende
portefeuilles personen te zoeken
o Moet slagen
- Na de formatie:
o Nieuwe kabinet bijeen om het regeerakkoord op te stellen en te
ondertekenen; afspraken over te voeren regeringsbeleid
o Fracties EK niet aan gebonden, TK wel
o Daarna beëdiging door de koning de presentatie aan het parlement
dmv een regeringsverklaring
- Kan ook een gedoogverklaring; partij geen deel vd regering, maar het kabinet
steunt de partij wel
3.1.2 De ministers
Ministeriële verantwoordelijkheid:
- Geld voor de koning en voor het ambtelijke apparaat
Minister: belast met de leiding van een ministerie of departement van algemeen
bestuur
- Minister zonder portefeuille: ministers zonder eigen ministerie
o Wel stemrecht in de ministerraad
o Deelterreinen meer accenten geven
Vak: Binnenlands Bestuur
Hoofdstuk 1: De bestuurlijke kaart van Nederland
1.1 Wat is openbaar bestuur?
- Juridische grondslag
o Alle organisaties met een publiekrechtelijke grondslag
- Financiering
o Algemene middelen of vanuit zichzelf?
- Doel- of taakstelling
o Deelbelang of algemeen belang?
1.2 Kenmerken Nederlands openbaar bestuur
- Nederland is een constitutionele monarchie
- Nederland is een rechtsstaat
- Nederland kent een gedeeltelijke scheiding der machten
- Nederland heeft een scheiding van kerk en staat
- Nederland heeft een parlementair stelsel
o Ministeriële verantwoordelijkheid
o Vertrouwensregel
o Dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van de
regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de Staten-
Generaal.
- De Nederlandse bevolking kiest geen bestuurders
- Evenredige vertegenwoordiging; aantal zetels voor een partij is in
overeenstemming met de aanhang van die partij onder de bevolking.
- Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Nederland heeft geen constitutioneel hof; er worden dus geen wetten getoetst
aan de Grondwet
- Nederland heeft geen juryrechtspraak
- Nederland kent een omvangrijk functioneel bestuur; bestuursorganen die een
beperkt, wettelijk vastgelegd takenpakket hebben
De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van de 6 co’s:
- Coalitie
- Collegialiteit
- Compromis
- Consensus
- Coöptatie snelle opname van nieuwkomers in het bestel
- Coöperatie
,Hoofdstuk 2: De Nederlandse staat
Kenmerken van een staat:
- Er is sprake van een specifiek grondgebied
- Er is een bevolking
- Er is een wettelijke ordening en er is een bestuurlijke organisatie die
gezaghebbend de wet- en regelgeving kan handhaven.
- Een staat is erkend door andere staten
De Staat der Nederlanden is een rechtspersoon; juridische term voor de
Nederlandse overheid.
Nederland maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden; ook Aruba, Curaçao
en Sint Maarten
De Nederlandse koning is staatshoofd van het gehele Koninkrijk der Nederlanden; in
de andere 3 landen wordt de koning vertegenwoordigd door de gouverneur.
Regering van het koninkrijk bestaat uit de koning en de Raad van Ministers (alle
ministers en de gevolmachtigde ministers vd 3 landen)
Nederland is sinds 1815 een constitutionele monarchie; de koning is ondergeschikt
aan de wet. Thorbecke heeft de Grondwet van 1848 geconstrueerd.
2.1 Parlementair stelsel
Twee principes parlementair stelsel:
- Ministeriële verantwoordelijkheid de koning is onschendbaar en de
ministers zijn verantwoordelijk
- Vertrouwensregel een kabinet moet het vertrouwen van een meerderheid in
de Tweede Kamer hebben
o Verondersteld tot het tegendeel blijkt
2.2 Rechtsstaat
Kenmerken rechtsstaat:
- Al het overheidshandelen dient te zijn gebaseerd op bevoegdheden
vastgelegd in wetten.
- Er dient sprake te zijn van een machtenscheiding in de staat; trias politica.
o Wetgevende macht (de legislatieve)
o Uitvoerende macht (de executieve)
o Rechtsprekende macht (de jurisdictieve)
- Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen
- Het bestaan van grondrechten zoals het recht op vrijheid van meningsuiting,
gelijke behandeling, het recht van vereniging en vergadering, en de vrijheid
van godsdienst. Garanderen de burger een staatsvrije sfeer.
- Het bestaan van vrije en onafhankelijke media.
,2.3 Een gedecentraliseerde eenheidsstaat
Verhouding tussen decentralisatie en eenheid komt tot uitdrukking in de begrippen
autonomie, medebewind en toezicht:
- Provincie en gemeente hebben eigen bevoegdheden; autonomie
o APV’s per gemeente kunnen verschillen
o Rechtspluralisme in Nederland
- Provincies en gemeenten moeten ook regels opstellen in opdracht van een
hogere regeling; medebewind
o Inhoud vaak vrij, maar moeten wel rekening houden met regels van een
hogere inhoud
- Nationale overheid kan alle besluiten van lagere overheden vernietigen
wanneer die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; toezicht
o Algemeen beleid is het verzekeren van de eenheid van het
regeringsbeleid
Door de indeling in bestuurslagen bestaan er op drie niveaus vele overheden;
afhankelijk van elkaar en samenwerking is nodig. We wonen nog steeds in het Huis
van Thorbecke; de gedecentraliseerde overheidsstaat.
Redenen voor samenwerking overheidslagen:
- Samenwerking in de vorm van een duidelijke taakverdeling levert soms
belangrijke voordelen op
o Soms wel problemen in de praktijk
- Samenwerking gewenst omdat lagere bestuurslagen vaak beter weten
waaraan hun inwoners behoefte hebben
o Problemen:
Gemeenten vinden soms dat ze te weinig geld krijgen van de
overheid
Gemeenten voeren het beleid anders uit dan wat de andere
bestuurslagen wenselijk vinden.
- Vele problemen waarmee overheden te maken krijgen beperken zich niet tot
hun eigen grondgebied
o Problemen:
Gemeentes maken vaak ruzie; provincies kunnen deze niet altijd
oplossen
De bestuurlijke indeling van Nederland is een territoriale indeling
- Ze hebben een open huishouding ze zijn vrij om op verschillende terreinen
initiatieven op hun eigen grondgebied uit te voeren
- Territoriaal bestuur
- Daarnaast functioneel bestuur; wisselend grondgebied
H3: de politiek-bestuurlijke instituties
Nederland heeft een dualistisch parlementair stelsel
, 3.1 De regering
Kroon = de regering
3.1.1 De koning en kabinetsformatie
Koning: de functionaris die het koningschap en het koninklijk gezag uitoefent
Functie van de koning was vroeger anders dan nu:
- Sinds 1848 heeft de koning stuk minder macht;
o Ministeriële verantwoordelijkheid
o Parlementaire stelsel
- Begin strijd tussen de regering en parlement
Zwaartepunt kwam meer bij ministers te liggen;
Maar koning wel nog direct betrokken bij het regeringsbeleid:
- Ontvangt notulen van de ministerraadvergaderingen
- Wekelijks gesprek met de minister-president
De Grondwet bevat over de kabinetsformatie geen bepalingen
- Sinds 2012 heeft de Tweede Kamer de bevoegdheid om het kabinet te
formeren dmv informateur
- De formateur (beoogde premier) wordt ook aangewezen door de TK
o Rond de vorming van het kabinet af door voor de verschillende
portefeuilles personen te zoeken
o Moet slagen
- Na de formatie:
o Nieuwe kabinet bijeen om het regeerakkoord op te stellen en te
ondertekenen; afspraken over te voeren regeringsbeleid
o Fracties EK niet aan gebonden, TK wel
o Daarna beëdiging door de koning de presentatie aan het parlement
dmv een regeringsverklaring
- Kan ook een gedoogverklaring; partij geen deel vd regering, maar het kabinet
steunt de partij wel
3.1.2 De ministers
Ministeriële verantwoordelijkheid:
- Geld voor de koning en voor het ambtelijke apparaat
Minister: belast met de leiding van een ministerie of departement van algemeen
bestuur
- Minister zonder portefeuille: ministers zonder eigen ministerie
o Wel stemrecht in de ministerraad
o Deelterreinen meer accenten geven