Lesopdracht Instructie 8 Vermogensoverheveling
Wetgeving 2021
Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 8
Opgave 1
De heer Heise (Nederlandse nationaliteit) en mevrouw Heise (Duitse nationaliteit)
zijn woonachtig in Eindhoven. Mevrouw Heise is ernstig ziek en zij besluiten weer in
Duitsland te gaan wonen. De woning in Eindhoven, welke eigendom is van mevrouw
Heise, wordt aangehouden als vakantiewoning. De heer en mevrouw Heise hebben
twee kinderen. Hun zoon Diether (38) woont in Nederland en hun dochter Heidi (40)
woont in Duitsland. De waarde van de onroerende zaak bedraagt € 350.000. Het
overige (Duitse) vermogen bedraagt € 500.000.
a. Wat is de woonplaats voor de erfbelasting als mevrouw Heise enkele
maanden na de verhuizing komt te overlijden?
Woonplaats – Duitsland
Duitse nationaliteit de woonplaatsfictie van art. 3 geldt niet, geldt alleen
voor schenken.
b. Waar wordt de woning en het vermogen dat krachtens testament aan de
heer Heise toekomt belast?
Over het ‘Duitse’’ vermogen is geen erfbelasting verschuldigd in Nederland,
aangezien de woonplaats niet in NL is. De woning in NL is echter een
situsgoed en over deze waarde zal wel in NL erfbelasting berekend worden.
c. Wat gebeurt er als vervolgens de heer Heise 5 jaar na de verhuizing zou
komen te overlijden? De waarde van de woning is dan € 400.000 en het
overige vermogen bedraagt € 475.000. De kinderen zijn wettelijk
erfgenaam.
De heer Heise heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij woont in Duitsland, maar
op basis van de woonplaatsfictie art. 3.1 wordt hij geacht in Nederland te
wonen, namelijk een Nederlander die binnen 10 jaar na het verlaten van
Nederland komt te overlijden. Dus de kinderen zijn dan in Nederland
erfbelasting verschuldigd.
Na het overlijden van mevrouw Heise, en vooruitlopend op zijn eigen overlijden,
besluit de heer Heise 9 maanden na emigratie € 100.000 te schenken aan de beide
kinderen. Na 7 jaar doet hij een tweede schenking van € 50.000 per kind. Tenslotte
schenkt hij na 12 jaar de woning in Eindhoven aan de kinderen. De woning is dan
€ 550.000 waard.
d. Wat zijn de fiscale gevolgen van het bovenstaande? Inclusief
berekeningen!
Schenking 9 maanden na emigratie,
Art. 1.1.3 SW niet van toepassing geen woonplaats in NL
Woonplaatsfictie art. 3.2 is van toepassing Een Nederlander die binnen 10
jaar na het verlaten van Nederland een schenking doet, wordt geacht in
Nederland te wonen, dus schenkbelasting verschuldigd.
Berekening schenkbelasting: 100.000 x 10% = 10.000 schenkbelasting per
kind
Met vrijstelling: (100.000 – 6604) * 10% = 9339 p.p. (afronden op hele euro’s
in voordeel van de belastingplichtige.
Wetgeving 2021
Lesopdracht Vermogensoverheveling Instructie 8
Opgave 1
De heer Heise (Nederlandse nationaliteit) en mevrouw Heise (Duitse nationaliteit)
zijn woonachtig in Eindhoven. Mevrouw Heise is ernstig ziek en zij besluiten weer in
Duitsland te gaan wonen. De woning in Eindhoven, welke eigendom is van mevrouw
Heise, wordt aangehouden als vakantiewoning. De heer en mevrouw Heise hebben
twee kinderen. Hun zoon Diether (38) woont in Nederland en hun dochter Heidi (40)
woont in Duitsland. De waarde van de onroerende zaak bedraagt € 350.000. Het
overige (Duitse) vermogen bedraagt € 500.000.
a. Wat is de woonplaats voor de erfbelasting als mevrouw Heise enkele
maanden na de verhuizing komt te overlijden?
Woonplaats – Duitsland
Duitse nationaliteit de woonplaatsfictie van art. 3 geldt niet, geldt alleen
voor schenken.
b. Waar wordt de woning en het vermogen dat krachtens testament aan de
heer Heise toekomt belast?
Over het ‘Duitse’’ vermogen is geen erfbelasting verschuldigd in Nederland,
aangezien de woonplaats niet in NL is. De woning in NL is echter een
situsgoed en over deze waarde zal wel in NL erfbelasting berekend worden.
c. Wat gebeurt er als vervolgens de heer Heise 5 jaar na de verhuizing zou
komen te overlijden? De waarde van de woning is dan € 400.000 en het
overige vermogen bedraagt € 475.000. De kinderen zijn wettelijk
erfgenaam.
De heer Heise heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij woont in Duitsland, maar
op basis van de woonplaatsfictie art. 3.1 wordt hij geacht in Nederland te
wonen, namelijk een Nederlander die binnen 10 jaar na het verlaten van
Nederland komt te overlijden. Dus de kinderen zijn dan in Nederland
erfbelasting verschuldigd.
Na het overlijden van mevrouw Heise, en vooruitlopend op zijn eigen overlijden,
besluit de heer Heise 9 maanden na emigratie € 100.000 te schenken aan de beide
kinderen. Na 7 jaar doet hij een tweede schenking van € 50.000 per kind. Tenslotte
schenkt hij na 12 jaar de woning in Eindhoven aan de kinderen. De woning is dan
€ 550.000 waard.
d. Wat zijn de fiscale gevolgen van het bovenstaande? Inclusief
berekeningen!
Schenking 9 maanden na emigratie,
Art. 1.1.3 SW niet van toepassing geen woonplaats in NL
Woonplaatsfictie art. 3.2 is van toepassing Een Nederlander die binnen 10
jaar na het verlaten van Nederland een schenking doet, wordt geacht in
Nederland te wonen, dus schenkbelasting verschuldigd.
Berekening schenkbelasting: 100.000 x 10% = 10.000 schenkbelasting per
kind
Met vrijstelling: (100.000 – 6604) * 10% = 9339 p.p. (afronden op hele euro’s
in voordeel van de belastingplichtige.