Renaissance tot postimpressionisme (1500-1900)
Renaissance 1450-1550
= Periode waarin letteren, kunst en wetenschappen tot grote bloei kwamen. Ratio voorop!
Redenen voor ontstaan:
- Opkomst humanisme: mens staat centraal
- Interesse in klassieke oudheid
Kenmerken:
- Inspiratie uit hellenistische periode
- Harmonie en maatgevoel → gulden snede & symmetrie
- Derde dimensie → lineair perspectief
- Idealisme, maar anatomisch correct
- Naturalisme
- Ambacht wordt kunst → kunstenaar niet meer anoniem
- Mythologische en bijbelse verhalen
- Drukkunst
- Plastisch
- Centraalbouw, zuilen, rondbogen, geometrisch, fronton
Thema: imitatio
- Voorbeeld = klassieke oudheid → opgravingen of nog bestaande gebouwen
natuur (haas van Dürer, examenvraag 2021)
- Verwerking = letterlijke kopie van voorbeeld, wel eigen interpretatie
- Cultuurhistorisch = humanisme, homo-universalis, belangstelling klassieken,
christelijke thema’s
- Kunstfilosofie: kunst moet de klassieke schoonheidsidealen weer gaan waarderen /
ideale weergave van de werkelijkheid
Schilderkunst Beeldhouwkunst Bouwkunst
, Maniërisme 1520-1580
Thema: variatio
- Voorbeeld = uit vroegchristelijk, middeleeuwen en renaissance → Michelangelo &
rafael
- Verwerking = deze voorbeelden te evenaren, maar een eigen twist eraan geven.
→ andere betekenis, felle kleuren, dramatiek, sterke draaiingen, aparte
verhoudingen, ingewikkelde composities, niet geïdealiseerd, meer gevoel
geven
Schilderkunst Beeldhouwkunst Bouwkunst
Barok 1600-1750
= De kunst van de contrareformatie (dus katholiek). De kerk moest weer aanzien krijgen.
Kenmerken
- Beweeglijk, pracht en praal, triomfantelijk
- Veel dynamiek in houdingen → draaiingen en diagonaal composities, asymmetrisch
- Grote kleurcontrasten en licht-donker werking → clair-obscur (Rembrandt was hier
meester in)
- Gesamtkunst of zelfstandig
- Veel nieuwe onderwerpen
- Dramatiek
- Centraalplannen steden → één geheel
- Verticaal, onverwachte doorkijkjes, verspringende muren
Barok Europa vs Barok Nederland
- Hofkunst vs burgerlijke kunst → andere onderwerpen zoals zeegezichten, stillevens
etc.
- Overdadige pracht vs matigheid/zuinigheid
- Veel symbolische verwijzingen & idealisering natuur