Kern- en deeltjesprocessen
Subatomair deeltje = deeltje dat kleiner is dan een atoom
Elementair deeltje = deeltje dat niet verder is opgebouwd uit andere
deeltjes
Bellenvat = vat waarin zich een vloeistof bevindt die bijna aan de kook is
en bij een kleine verstoring lokaal gaat koken
Nevelvat = vat waarin gas zit dat bijna condenseert en bij een kleine
verstoring lokaal gaat condenseren
Drie opties sporen bellenvat:
1. Er ontstaan een positron en elektron
- Positron is het antideeltje van een elektron (= de massa is hetzelfde
maar de lading is tegengesteld)
- Paarproductie = de creatie van een elektron-positronpaar door een
foton
2. Een positron heft een elektron op, waarbij twee fotonen ontstaan
3. Uit een van de twee nieuwe fotonen ontstaan opnieuw een elektron-
positronpaar
Linkerhandregel:
- Duim wijst naar de Lorentzkracht
- Vingers wijzen naar de stroomrichting
o Positief -> bewegingsrichting
o Negatief -> tegengesteld aan
bewegingsrichting
- Handpalm vangt het magneetveld op
Calorimeters = meters die zo goed mogelijk alle energie
van het deeltje absorberen -> voor hele snelle deeltjes
Dradenkamer = een met gas gevulde ruimte met daarin een groot aantal
parallelle draden tussen twee geleidende platen
- Draden zijn positief geladen en de platen negatief
- Bij een ionisatie door een deeltje gaan de elektronen naar de
draden
- Er gaat een bepaalde stroom lopen bij bepaalde draden
- Door veel verschillende draden kun je de baan van het
deeltje bepalen
Halfgeleiderdetector = een inkomend deeltje maakt een elektron los -> aan
de hoeveelheid elektronen kun je zien hoeveel energie het deeltje heeft verloren
Scintillatietellers = bevatten een stof die lichtpulsjes uitzendt wanneer een
inkomend deeltje erdoor beweegt