Tijdvak 1 Prehistorie (tot 3000 v.Chr.) → tijd van jagers en boeren
● Prehistorie = de tijd voordat er schrift was.
● Voorgeschiedenis: de tijd voordat er geschiedenis is. Er was wel geschiedenis, maar dit was
dus niet opgeschreven. De prehistorie houdt op als er schrift komt.
● Tacitus: schrijft over de Nederlanders. Hij was een romein.
Mensen ontwikkelen zich tot denkende wezens, ze ontdekken van alles, zoals het vuur, maar gaan
zelf ook dingen uitvinden, zoals het wiel en de ploeg.
Ook vinden ze zelf veel dingen uit. Door de overgang van kleine groepen rondtrekkende jagers en
verzamelaars naar steeds grotere groepen landbouwers, die op één plek samenwonen, veranderen
de economische verhoudingen en sociale verbanden tussen de mensen.
Belangrijkste ontwikkeling = jagers en verzamelaars worden boeren: de landbouwrevolutie
De landbouw ontstond nu en de mens ging op een vaste plaats wonen, waar zijn onder andere
potten van aardewerk maakten om landbouwproducten in te bewaren.
Dit kwam o.a. doordat bij de halve maan mensen een vruchtbare grond hadden, dus dit was gunstig.
Hierdoor gingen ze niet meer rondtrekken, omdat er genoeg voedsel was.
KA: De levenswijze van jagers-verzamelaars
Alle jagers-verzamelaars leven in kleine groepen als nomaden. Ze trekken rond. Ze slapen in bomen
en op beschutte plekken, later in tenten en hutten.
Het werkgereedschap bestaat uit stenen pijlpunten en koperen bijlen. Ze ontwikkelden al technieken,
zoals het smelten van koper.
Ötzi (=ijsbeer die in een gletsjer lag) was belangrijk, omdat de jagers-verzamelaars geen schrift
hadden. Onze enige informatie komt dus van ongeschreven bronnen. In de maag van Ötzi werden
vlees en graanproducten gevonden. Dit betekent dat er een overgangsperiode is geweest waarin
mensen leven van zowel de jacht als de landbouw. Nu wisten we dus dat er jagers en verzamelaars
waren die op dezelfde plek gingen wonen.
KA: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Er is sprake van een landbouwrevolutie, terwijl dit heel geleidelijk ging, echter was er een enorme
verandering voor mensen en daarom heet het dus een landbouwrevolutie.
● Landbouwsamenleving (agrarische samenleving): maatschappij waarin mensen in dorpen
leven van landbouw.
De eerste oorlog ontstond, doordat er verschillende groepen jagers & verzamelaars waren.
De oudste landbouwgebieden en oudste steden liggen in de vruchtbare halve maan
● Halve maan: Israël, Egypte, Jordanië, Libanon, Syrië, Irak, Iran en Turkije (= Midden-Oosten).
Waarom? Vruchtbaarste en veel zon etc!
Na het einde van de ijstijd (10.000 v.C) kwam er een woestijn in Noord-Afrika, hierdoor trokken
mensen weg uit de woestijn en vestigden zich langs de Nijl.
1
,In Egypte ontstond nu een landbouwsamenleving die uitgroeit tot een landbouwstedelijke
samenleving met een hoge beschaving die piramiden etc gingen bouwen.
● Landbouwstedelijkesamenleving (rond 6000/7000 v.C): maatschappij met steden waarin
een minderheid vd bevolking leeft van ambachten en handel, terwijl de meeste mensen op
het platteland leven van landbouw.
In de ijstijd kwam het ijs in Nederland tot ongeveer bij Drenthe, dus daarom hadden ze daar grote
stenen voor de hunebedden. In Limburg hadden ze dit dus niet, daar gingen ze als eerste op een
vaste plek wonen.
KA: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Is gericht op sociaaleconomische en politieke verandering die gepaard gingen met het ontstaan vd
eerste stedelijke gemeenschappen. Dankzij de landbouw kunnen boeren zich vestigen op vaste
woonplaatsen.
Gevolg: wanneer de landbouw genoeg oplevert, gaat een aantal bewoners zich specialiseren in
ambachten, handel, bestuur en godsdienst.
Gevolg: sommige dorpen ontwikkelen zich tot een stedelijke landbouwsamenleving met stenen
huizen en stadsmuren. De eerste landbouwstedelijke gemeenschappen (stadstaten) met een
agrarisch-urbane samenleving ontstaan in het zuiden van Mesopotamië (tegenwoordig Irak).
Een van de oudste steden is Jericho.
KORTOM: door het zelf planten van zaden, houden van vee en door de uitvindingen kwam er een
verhoging van de voedselproductie!
De eerste geschriften zijn vaak lijstjes over bijv. de opbrengsten van de oogst en de verdeling van de
grond.
vb. Steen van Rosetta: hierop stonden 3 teksten, alles betekende hetzelfde, maar het was
geschreven in verschillende talen. De Fransen konden de Griekse taal wel begrijpen. Hierdoor wisten
we veel van de Egyptenaren, de Fransen hadden dit ontdekt. Hij ging met de steen terug naar
Frankrijk. Hij kreeg nu alleen bericht dat hij nu in Frankrijk nodig was, dus hij liet de steen achter en
de Engelsen pakten nu de steen mee naar Engeland.
Nieuwe beroepen (wat mogelijk werd gemaakt door de voedseloverschotten, waardoor minder
mensen in de landbouw nodig waren) in stedelijke gemeenschappen ontstaan door specialisatie
nieuwe beroepen. Samenwerken en organiseren wordt belangrijk. De sociale verschillen tussen de
mensen worden daardoor groter. ZIE NU BLZ 11 VOOR SCHEMA!!!!
● Specialisatie: als iemand zich richt op een bepaalde vaardigheid.
Verband: van jagers-verzamelaars → landbouwsamenleving → landbouwstedelijke samenleving
de sociale verschillen worden groter (door priesters en ook meer organisatie nodig, dus bestuurders
nodig). Bij de landbouwstedelijke samenleving kwam nu een hiërarchische opbouw.
● Hiërarchie: rangorde.
Bij de landbouwstedelijke samenleving was er nu ook een polytheïstische godsdienst (= geloof in
meerdere goden).
2
,Tijdvak 2 Oudheid → tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Christus - 500 na Christus)
De oudheid (klassieke tijd) wordt vooral bepaald door de cultuur van de oude Grieken en Romeinen.
De Grieks-Romeinse cultuur heeft veel invloed in Europa gehad. De germaanse culturen in EY hebben
zich door de confrontatie met de Grieks-Romeinse cultuur verder kunnen ontwikkelen in
Noordwest-EU.
Er kwam een ontwikkeling van het wetenschappeijk denken (bestuur/rechtspraak, beeldhouwkunst
etc).
In deze tijd ontstonden ook de eerste monotheïstische geloven: het jodendom en daaruit weer het
christendom. Aan het einde van de Oudheid (4e eeuw na Christus) werd het Christendom de enig
toegestane godsdienst in het Romeinse Rijk.
De landbouw verspreidt zich in de prehistorie vanuit het Midden-Oosten naar het vasteland van EU,
als eerste in Griekenland rond 6000 v.C.
gevolg: in Griekenland ontstonden diverse landbouwsamenlevingen die uitgroeien tot stedelijke
gemeenschappen. In deze stadstaten poleis (enkelvoud = polis), stond filosofie en wetenschap in
hoog aanzien en er kwamen ideeën over burgerschap en politiek.
gevolg: cultuur komt tot bloei in de Griekse stadstaten, die ieder zijn EIGEN bestuur, EIGEN wetten en
een EIGEN leger kreeg.
Er ontstonden verschillende politieke bestuursvormen in de stadstaten, zoals: monarchie, aristocratie
en democratie.
→ Door verhuizingen van Grieken verspreidt de Griekse cultuur zich naar Zuid-Italië, Sicilië en de kust
van Klein-Azië.
KA: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
→ Dit kenmerkend aspect gaat vooral over de democratie in Athene. Het gaat niet om uitvoerige
kennis van alle instellingen.
De oude Grieken geloven in meerdere goden (polytheïsme), maar hechten ook waarde aan het
verstandelijk beredeneren. Ze hadden een ‘liefde voor de waarheid’.
→ Geleerden gingen onderzoek doen op het gebied van wiskunde, natuurkunde en geneeskunde.
Archimedes en Pythagoras waren belangrijk voor het wetenschappelijk denken.
Er ontstonden verschillende vormen van politiek en burgerschap. Griekenland bestond uit veel
steden met een eigen bestuur, leger, geld en cultuur.
● Polis: stadstaat: een stad met omliggend platteland.
Athene was de machtigste poleis van Griekenland heeft verschillende bestuursvormen gekregen:
● Monarchie: macht ligt bij de koning
● Aristocratie: macht ligt bij groep aanzienlijken
● Tirannie: macht ligt bij alleenheerser
● democratie: macht ligt bij volk
In Athene was er ook het ostracisme (schervengericht). Om te voorkomen dat 1 iemand te veel
macht kreeg, mochten Athenes met stemrecht (Atheense mannen met burgerschap, NIET: vrouwen,
3
, immigranten en slaven) elk jaar een leider wegstemmen die volgens hen te machtig werd. Als hij
meer dan de helft vd stemmen kreeg, werd hij 10 jaar uit de polis verbannen.
KA: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Wanneer de Romeinen Griekenland veroveren zijn zij onder indruk van de Griekse cultuur, daarom
namen ze veel over op het gebied van bouwkunst en wetenschap. Veel Grieken werden
meegenomen naar Rome en Italië om daar te werken.
→ Zo ontstond er een nieuwe Grieks-Romeinse cultuur. Door de uitbreiding van het Romeinse Rijk
werd de Grieks-Romeinse cultuur verspreid in Europa, vooral via bouwkunst en beeldhouwkunst.
KA: De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidt.
Door de groei van het Romeinse RIjk worden de volkeren in EU beïnvloed door de Grieks-Romeinse
cultuur (en andersom).
● Romanisering: de hoogontwikkelde Grieks-Romeinse beschaving verspreidt zich over EU.
Binnen het Romeinse Rijk (dus ook in grote delen van EU) heerste een lange tijd rust en vrede = pax
romana.
Het begon als een koninkrijk en groeide uit tot een keizerrijk.
Ook buiten de gebieden van het Romeinse Rijk was de invloed vd Grieks-Romeinse cultuur merkbaar.
KA: De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa
Tijdens de uitbreiding van het Romeinse Rijk kwamen ze in conflict met de Germanen en botsten met
de Germaanse cultuur. De Romeinen waren onder de indruk van de dapperheid van de Germanen in
de strijd, maar ze keken wel op de Germanen neer. In het algemeen kijken de Germanen wel op
tegen de Romeinse cultuur.
gevolg: De Germaanse cultuur wordt sterk beïnvloed door de Grieks-Romeinse cultuur.
De Romeinse cultuur zorgde voor een bloei en ontwikkeling in de gebieden in het Noorden waar veel
Germanen leven.
In de late oudheid dringen vanuit het Noorden Germaans-sprekende groepen door het Romeinse
Rijk→ leidt tot het uiteenvallen van het westerse deel van dat rijk in een aantal Germaanse staten.
Sommige van deze staten zijn heel duidelijk erfgenamen van de Grieks-Romeinse cultuur, in andere is
het Germaanse element dominanter.
De bataafse Opstand werd geleid door Julius Civilus. Hij was een Bataaf die diende in het Romeinse
leger en het burgerrecht had.
→ De bataven waren bondgenoten van de Romeinen. Ze verdedigden de Romeinse noordgrens
tegen invallen en leverden veel soldaten voor het Romeinse leger.
MAAR: toen de Romeinen daar extra forten en wachtposten gingen bouwen en daar vreemde
troepen legeren, voelden de Bataven zich bedreigd in eigen gebied.
gevolg: Civilus begon een opstand tegen de Romeinen, nu werden bijna alle Romeinse grensforten
aangevallen. Na 2 jaar sloeg het Romeinse leger de opstand neer.
4