ECONOMIE INTERGRAAL
Hoofdstuk 1 Schaarste en welvaart
1.1 Inkomen en welvaart
Inkomen en welvaart zijn verschillende begrippen.
Inkomen
Soorten inkomen:
Primaire
- Inkomen uit arbeid bijvoorbeeld loondienst of als zelfstandig ondernemer inkomen
=
- Inkomen uit vermogen bijvoorbeeld spaarrekening bruto
inkomen
- uitkering van de overheid bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering of kinderbijslag
Je kunt het inkomen uitdrukken in:
nominaal inkomen Inkomen in euro’s (of dollar etc)
Bijvoorbeeld € 21.000
Nominaal inkomen uitdrukken in indexcijfer
Dat doe je door uit te gaan van een basisjaar. Het
basisjaar is altijd 100.
Bijvoorbeeld inkomen van fam Visser:
Basisjaar is 2008 = 100
De index van het nominaal besteedbaar inkomen in de periode
2008-2018 is gestegen van 100 naar 133.6 Er is dus een stijging van
33,6%
reëel inkomen = het nominaal inkomen gecorrigeerd voor inflatie
(verandering prijspeil).
Het reëel inkomen is een maatstaf voor de
koopkracht van het inkomen (hoeveel kun je kopen voor 1
euro in 2008 en in 2018)
1
, ECONOMIE INTERGRAAL
Bij het inkomen gaat het vooral om het reëel inkomen.
Koopkracht Hoeveel kun je kopen voor 1 euro
➢ als de gemiddelde prijzen stijgen kun je minder kopen voor 1 euro
=
Inflatie
➢ als de gemiddelde prijzen dalen kun je meer kopen voor 1 euro
=
deflatie
Het gaat om de gemiddelde prijsverandering: sommige producten
stijgen harder dan anderen en sommige producten worden
goedkoper. Dus voor koopkracht kijk je naar gemiddelde
prijsverandering.
Welvaart
Welvaart = de mate waarin we in onze behoeften kunnen voorzien.
Welvaart is een breder begrip dan inkomen, het zegt iets over de manier waarop we de
schaarste ervaren. De welvaart neemt toe als de schaarste verminderd wordt.
Schaarste wordt bepaald door behoeften en middelen. Als de behoeften constant blijven en
de middelen nemen toe schaarste verminderd welvaart neemt toe.
Een hoger inkomen (middelen) kan betekenen dat je meer behoeften kan invullen en het
gevoel van schaarste minder wordt. Maar dat is niet altijd zo:
➢ In de praktijk blijkt echter dat mensen met het toenemen van de middelen hun
behoeften naar boven bijstellen. Bijvoorbeeld voorheen was vakantie Veluwe goed, nu NY
➢ Welvaart is dus een subjectief begrip. Bijvoorbeeld iedereen ervaart welvaart op eigen manier
➢ Er zijn vormen van schaarste die niet met hoger inkomen kunnen worden
teruggedrongen. Bijvoorbeeld tot CO2uitstoot en lawaai.
Er is dus tot op zekere hoogte een verband tussen inkomen en welvaart, maar niet altijd.
2
Hoofdstuk 1 Schaarste en welvaart
1.1 Inkomen en welvaart
Inkomen en welvaart zijn verschillende begrippen.
Inkomen
Soorten inkomen:
Primaire
- Inkomen uit arbeid bijvoorbeeld loondienst of als zelfstandig ondernemer inkomen
=
- Inkomen uit vermogen bijvoorbeeld spaarrekening bruto
inkomen
- uitkering van de overheid bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering of kinderbijslag
Je kunt het inkomen uitdrukken in:
nominaal inkomen Inkomen in euro’s (of dollar etc)
Bijvoorbeeld € 21.000
Nominaal inkomen uitdrukken in indexcijfer
Dat doe je door uit te gaan van een basisjaar. Het
basisjaar is altijd 100.
Bijvoorbeeld inkomen van fam Visser:
Basisjaar is 2008 = 100
De index van het nominaal besteedbaar inkomen in de periode
2008-2018 is gestegen van 100 naar 133.6 Er is dus een stijging van
33,6%
reëel inkomen = het nominaal inkomen gecorrigeerd voor inflatie
(verandering prijspeil).
Het reëel inkomen is een maatstaf voor de
koopkracht van het inkomen (hoeveel kun je kopen voor 1
euro in 2008 en in 2018)
1
, ECONOMIE INTERGRAAL
Bij het inkomen gaat het vooral om het reëel inkomen.
Koopkracht Hoeveel kun je kopen voor 1 euro
➢ als de gemiddelde prijzen stijgen kun je minder kopen voor 1 euro
=
Inflatie
➢ als de gemiddelde prijzen dalen kun je meer kopen voor 1 euro
=
deflatie
Het gaat om de gemiddelde prijsverandering: sommige producten
stijgen harder dan anderen en sommige producten worden
goedkoper. Dus voor koopkracht kijk je naar gemiddelde
prijsverandering.
Welvaart
Welvaart = de mate waarin we in onze behoeften kunnen voorzien.
Welvaart is een breder begrip dan inkomen, het zegt iets over de manier waarop we de
schaarste ervaren. De welvaart neemt toe als de schaarste verminderd wordt.
Schaarste wordt bepaald door behoeften en middelen. Als de behoeften constant blijven en
de middelen nemen toe schaarste verminderd welvaart neemt toe.
Een hoger inkomen (middelen) kan betekenen dat je meer behoeften kan invullen en het
gevoel van schaarste minder wordt. Maar dat is niet altijd zo:
➢ In de praktijk blijkt echter dat mensen met het toenemen van de middelen hun
behoeften naar boven bijstellen. Bijvoorbeeld voorheen was vakantie Veluwe goed, nu NY
➢ Welvaart is dus een subjectief begrip. Bijvoorbeeld iedereen ervaart welvaart op eigen manier
➢ Er zijn vormen van schaarste die niet met hoger inkomen kunnen worden
teruggedrongen. Bijvoorbeeld tot CO2uitstoot en lawaai.
Er is dus tot op zekere hoogte een verband tussen inkomen en welvaart, maar niet altijd.
2