Neurologie hoorcollege 1
- Juf Daniëlle
Neurologie = wetenschap die zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten
van hersenen, ruggenmerk en de zenuwen.
Neurologie logopedie
Letsel in brein, taal niet goed begrijpen.
Terminologie
Anatomie = structuur, organisatie.
Fysiologie = werking lichaam
Pathologie = ziekteleer
Anatomische richtingen
Mediaal – binnenzijde, naar middellijn toe
Lateraal – buitenzijde, van middenlijn af
Ventraal – buikzijde
Dorsaal = rugzijde
Craniaal – schedelzijde
Caudaal – staartzijde
Superior -bovenkant
Inferior – onderkant
Anterior – voorzijde
Posterior – achterzijde
Hersenen staan scheef niet precies voor achter = buik/rug
Keel staat recht voor achter
- Saggitaal – verticaal (li/re)
- Coronaal – verticaal (voor/achter)
- Transversaal – horizontaal (boven/onder)
Proximaal = dichtbij referentiepunt
Distaal = verderweg referentiepunt
Centraal = in het midden brein
Rostraal = zijde van gelaat
Anatomische indeling
Centraal zenuwstelsel – perifeer zenuwstelsel
Centraal (CZS): hersenen en ruggenmerg
Perifeer (PZS): verbindingen van en naar organen/ weefsels en centrale zenuwstelsel.
Voornamelijk (hersen)zenuwen die spieren, organen en ledematen innerveren.
,Bouwstenen zenuwstelsel
Zenuwcellen = neuronen
Gliacellen (ondersteunende functie)
Grijze stof
Neuronen
Cellichaam: soma/ celkern
Dendrieten (afferent = ontvangen impulsen)
Axon (efferent = zenden van impulsen)
Eindplaatje (tentakelding)
Veel axonen bij elkaar = zenuw
Ingepakt in myelineschede
- Myelineschede- zorgt voor snel transport.
- Steunweefselcellen (Schwann cellen)
- Knopen van Ranvier
Sensorische en motorische neuronen
- Sensorisch = prikkels transporteren naar het CZS (afferent).
- Motorisch = prikkels transporteren vanuit CZS naar spieren, ledematen en organen
(efferent).
- Interneuronen = verbinden van sensorische en motorische neuronen. In de hersenen
bevinden zich veel van deze celnetwerken.
Gliacellen
Astrocyten (verbinden neuronen aan bloedvaten)
Oligodendrocieten (Vormiong myeline, = Schwann cellen)
Microgliacellen (opruim- en afvalfunctie)
Ependymocyten (begrenzing van structuren)
Witte en grijze stof
Hoge concentratie myeliineschedes rondom axonen (wit) = uitlopers kern
Hoge concentraties zenuwcellen (grijs) = kern
- Cortex
- Kernen diep in de hersenen
Ruggenmerg = grijs binnenkant, wit buitenkant.
Anatomie van het brein
Grote hersenen = cerebrum
Kleine hersenen = cerebellum
Hersenstam = truncus cerebri
2 hersenhelften = hemisferen
4 kwabben (lobi) per hersenhelft
Sulci = groeven. Gyri = windingen
Diverse andere structuren
, Longitudinale groeve = scheiding rechts en links
Corpus collosum = communicatie rechter en linker hemisfeer
Corpus collosum = 26e levensjaar ontwikkelt
Kwabben
Frontalis
Parietalis
Occipitalis
Temporalis
Sulcus centralis scheidt lobus frontalis en lobus pariëtale.
Sulculus lateralis scheidt lobus frontalis en lobus temporalis.
Gebied van Wernicke = temporaal
Neurologie hoorcollege 2
- Juf Daniëlle
Neurologie = wetenschap die zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten
van hersenen, ruggenmerk en de zenuwen.
Neurologie logopedie
Letsel in brein, taal niet goed begrijpen.
Terminologie
Anatomie = structuur, organisatie.
Fysiologie = werking lichaam
Pathologie = ziekteleer
Anatomische richtingen
Mediaal – binnenzijde, naar middellijn toe
Lateraal – buitenzijde, van middenlijn af
Ventraal – buikzijde
Dorsaal = rugzijde
Craniaal – schedelzijde
Caudaal – staartzijde
Superior -bovenkant
Inferior – onderkant
Anterior – voorzijde
Posterior – achterzijde
Hersenen staan scheef niet precies voor achter = buik/rug
Keel staat recht voor achter
- Saggitaal – verticaal (li/re)
- Coronaal – verticaal (voor/achter)
- Transversaal – horizontaal (boven/onder)
Proximaal = dichtbij referentiepunt
Distaal = verderweg referentiepunt
Centraal = in het midden brein
Rostraal = zijde van gelaat
Anatomische indeling
Centraal zenuwstelsel – perifeer zenuwstelsel
Centraal (CZS): hersenen en ruggenmerg
Perifeer (PZS): verbindingen van en naar organen/ weefsels en centrale zenuwstelsel.
Voornamelijk (hersen)zenuwen die spieren, organen en ledematen innerveren.
,Bouwstenen zenuwstelsel
Zenuwcellen = neuronen
Gliacellen (ondersteunende functie)
Grijze stof
Neuronen
Cellichaam: soma/ celkern
Dendrieten (afferent = ontvangen impulsen)
Axon (efferent = zenden van impulsen)
Eindplaatje (tentakelding)
Veel axonen bij elkaar = zenuw
Ingepakt in myelineschede
- Myelineschede- zorgt voor snel transport.
- Steunweefselcellen (Schwann cellen)
- Knopen van Ranvier
Sensorische en motorische neuronen
- Sensorisch = prikkels transporteren naar het CZS (afferent).
- Motorisch = prikkels transporteren vanuit CZS naar spieren, ledematen en organen
(efferent).
- Interneuronen = verbinden van sensorische en motorische neuronen. In de hersenen
bevinden zich veel van deze celnetwerken.
Gliacellen
Astrocyten (verbinden neuronen aan bloedvaten)
Oligodendrocieten (Vormiong myeline, = Schwann cellen)
Microgliacellen (opruim- en afvalfunctie)
Ependymocyten (begrenzing van structuren)
Witte en grijze stof
Hoge concentratie myeliineschedes rondom axonen (wit) = uitlopers kern
Hoge concentraties zenuwcellen (grijs) = kern
- Cortex
- Kernen diep in de hersenen
Ruggenmerg = grijs binnenkant, wit buitenkant.
Anatomie van het brein
Grote hersenen = cerebrum
Kleine hersenen = cerebellum
Hersenstam = truncus cerebri
2 hersenhelften = hemisferen
4 kwabben (lobi) per hersenhelft
Sulci = groeven. Gyri = windingen
Diverse andere structuren
, Longitudinale groeve = scheiding rechts en links
Corpus collosum = communicatie rechter en linker hemisfeer
Corpus collosum = 26e levensjaar ontwikkelt
Kwabben
Frontalis
Parietalis
Occipitalis
Temporalis
Sulcus centralis scheidt lobus frontalis en lobus pariëtale.
Sulculus lateralis scheidt lobus frontalis en lobus temporalis.
Gebied van Wernicke = temporaal
Neurologie hoorcollege 2