Bijeenkomst 1
Lessen
2 denk systemen
1. Intuitief: ventromedial prefrontal contex, heel snel, atomatisch, weinig moeite
2. Analytisch langzaam, bewuste afweging, gebruik denkregels en structuren, minder
gevoelig voor Baises
4 vragen KR
Diagnotische vraag: ALTIS
Aard
Lokatisatie
Tijdsduur
Intensiteit
Samenhang
2. hoe komt dit
Achergrond kennis: anatomie/ onderscheiden van wond
3. wat kan je bereiken met handeling
Schoon genezen
4. zie dia
Onzekerheid
1. Klinsiche data
2. Interpertatie van data
3. Geen relatie tussen informatie en aanwezigheid
4. Effecten van behandeling
Altijd een fullbody check, wat zij kunnen een deel niet voelen door andere pijn
Heuristics:
Avaibility: alles wat je ziet
Representativeness: stereotypering
Anchoring and adjustment: bepaalde aantallen, waardoor je een basis anker maakt
Biases zijn voorbespelbare afwijkingen
Primacy; laatste gebeuren herinner je het best
Ignoring Base Rate:
Overconfidence:
Confirmation: bewijs om jouw gelijk te bevestigen
Onzekerheid herkent en erkent
Neigen tot intuïtve denkvorm onderdrukken
, Leerdoelen
1. De student kan de kwaliteit van besluitvorming relateren aan de kwaliteit van
zorgverlening.
2. De student kan uitleggen hoe heuristics en biases de besluitvorming beïnvloeden.
3. De student kan de rol van ‘onzekerheid’ bij zorgverlening aan patiënten uitleggen.
4. De student kan het begrip ‘praktijkvariatie’ uitleggen.
Praktijkvariatie
Een verschil in zorg dat niet verklaard kan worden door klinische omstandigheden /
patiëntkenmerken, en waarbij niet systematisch gekeken wordt wie wat nodig heeft of wat de
richtlijnen voorschrijven in deze situatie.
Variatie kan zich voordoen in verschillende onderdelen van patiëntenzorg.
Verklaring PRAKTIJKVARIATIE
Veel artsen en verpleegkundigen blijven een eenmaal genomen besluit als optimale keuze
beschouwen (Bauman, Soc Sci Med 1991)
Zo doet iedereen het, dus het zal wel goed zijn
5. De student kan bronnen van praktijkvariatie benoemen.
Variatie in alle domeinen
Wat kan ik het beste besluiten in elk onderdeel van het
proces?
1. Diagnose
2. Etiologie
Lessen
2 denk systemen
1. Intuitief: ventromedial prefrontal contex, heel snel, atomatisch, weinig moeite
2. Analytisch langzaam, bewuste afweging, gebruik denkregels en structuren, minder
gevoelig voor Baises
4 vragen KR
Diagnotische vraag: ALTIS
Aard
Lokatisatie
Tijdsduur
Intensiteit
Samenhang
2. hoe komt dit
Achergrond kennis: anatomie/ onderscheiden van wond
3. wat kan je bereiken met handeling
Schoon genezen
4. zie dia
Onzekerheid
1. Klinsiche data
2. Interpertatie van data
3. Geen relatie tussen informatie en aanwezigheid
4. Effecten van behandeling
Altijd een fullbody check, wat zij kunnen een deel niet voelen door andere pijn
Heuristics:
Avaibility: alles wat je ziet
Representativeness: stereotypering
Anchoring and adjustment: bepaalde aantallen, waardoor je een basis anker maakt
Biases zijn voorbespelbare afwijkingen
Primacy; laatste gebeuren herinner je het best
Ignoring Base Rate:
Overconfidence:
Confirmation: bewijs om jouw gelijk te bevestigen
Onzekerheid herkent en erkent
Neigen tot intuïtve denkvorm onderdrukken
, Leerdoelen
1. De student kan de kwaliteit van besluitvorming relateren aan de kwaliteit van
zorgverlening.
2. De student kan uitleggen hoe heuristics en biases de besluitvorming beïnvloeden.
3. De student kan de rol van ‘onzekerheid’ bij zorgverlening aan patiënten uitleggen.
4. De student kan het begrip ‘praktijkvariatie’ uitleggen.
Praktijkvariatie
Een verschil in zorg dat niet verklaard kan worden door klinische omstandigheden /
patiëntkenmerken, en waarbij niet systematisch gekeken wordt wie wat nodig heeft of wat de
richtlijnen voorschrijven in deze situatie.
Variatie kan zich voordoen in verschillende onderdelen van patiëntenzorg.
Verklaring PRAKTIJKVARIATIE
Veel artsen en verpleegkundigen blijven een eenmaal genomen besluit als optimale keuze
beschouwen (Bauman, Soc Sci Med 1991)
Zo doet iedereen het, dus het zal wel goed zijn
5. De student kan bronnen van praktijkvariatie benoemen.
Variatie in alle domeinen
Wat kan ik het beste besluiten in elk onderdeel van het
proces?
1. Diagnose
2. Etiologie