FIA dag 1 – 4 oktober ’21
Tekst van Elias
● Wat bedoelt Norbert Elias met ‘het civilisatieproces’. Illustreer je
antwoord met voorbeelden over taalgebruik en eetgewoonten
○ Civilisering = Proces van veranderende menselijke betrekkingen in
deze samenleving.
○ Civilisering op het gebied van eetgewoonten:
■ Niet meer met handen eten
■ Soep eten met een lepel, ieder uit eigen kommetje
■ Elke gang nieuw/verschillend bord & bestek →
verschillend bestek per gerecht (vismes, kaasmes,
vleesmes, etc.)
■ Gebruiken van servet
■ Brood breken ipv snijden wanneer je aan tafel zit
○ Civilisering op het gebied van Taalgebruik:
■ Veel woorden van de jonge Thibault gelden in hofkringen als
onhandig en plomp en ‘ademen de bedorven lucht van de
bourgeoisie’, naar het heet
■ (Mensen van de grote wereld) gebruiken nooit het woord
defunct om te zeggen dat iemand dood is’.Men kan het woord
hoogstens gebruiken in de uitdrukking II fa u t prier Dieu pour l
’ame du defunct ... (men moet God bidden voor de ziel van de
overledene)
■ ontwikkeld van hoofs (taalgebruik binnen de hoogste
stand) naar spreektaal → meer burgerlijk
● Welke verandering beschrijft Elias in ‘de speelruimte van de affecten’
en wat bedoelt hij hiermee?
○ “De verboden van de middeleeuwse samenleving, zelfs die van de
hoofs-ridderlijke, beperken de speelruimte van de affecten nog maar
weinig. Vergeleken met later is de sociale controle mild te noemen en
zijn de manieren in elk opzicht ongedwongen.” (p. 154)
○ Door het ontstaan van etiketten worden affecten strenger en is de
speelruimte kleiner. Mensen passen zich snel aan aan deze etiketten
aangezien ze zich niet willen/durven te schamen.
● Welke relatie beschrijft Elias tussen het civilisatieproces en de
productie van sociale verschillen en maatschappelijke structuur?
○ Het verbreid raken van modellen vanuit één sociale eenheid over
andere is een van de belangrijkste deelbewegingen die zich in het
civilisatieproces voordoen. (p. 156)
○ Men ziet nu beter hoe de ontwikkeling verloopt: eerst zijn het maar
betrekkelijk kleine kringen die het middelpunt van de beweging
Tekst van Elias
● Wat bedoelt Norbert Elias met ‘het civilisatieproces’. Illustreer je
antwoord met voorbeelden over taalgebruik en eetgewoonten
○ Civilisering = Proces van veranderende menselijke betrekkingen in
deze samenleving.
○ Civilisering op het gebied van eetgewoonten:
■ Niet meer met handen eten
■ Soep eten met een lepel, ieder uit eigen kommetje
■ Elke gang nieuw/verschillend bord & bestek →
verschillend bestek per gerecht (vismes, kaasmes,
vleesmes, etc.)
■ Gebruiken van servet
■ Brood breken ipv snijden wanneer je aan tafel zit
○ Civilisering op het gebied van Taalgebruik:
■ Veel woorden van de jonge Thibault gelden in hofkringen als
onhandig en plomp en ‘ademen de bedorven lucht van de
bourgeoisie’, naar het heet
■ (Mensen van de grote wereld) gebruiken nooit het woord
defunct om te zeggen dat iemand dood is’.Men kan het woord
hoogstens gebruiken in de uitdrukking II fa u t prier Dieu pour l
’ame du defunct ... (men moet God bidden voor de ziel van de
overledene)
■ ontwikkeld van hoofs (taalgebruik binnen de hoogste
stand) naar spreektaal → meer burgerlijk
● Welke verandering beschrijft Elias in ‘de speelruimte van de affecten’
en wat bedoelt hij hiermee?
○ “De verboden van de middeleeuwse samenleving, zelfs die van de
hoofs-ridderlijke, beperken de speelruimte van de affecten nog maar
weinig. Vergeleken met later is de sociale controle mild te noemen en
zijn de manieren in elk opzicht ongedwongen.” (p. 154)
○ Door het ontstaan van etiketten worden affecten strenger en is de
speelruimte kleiner. Mensen passen zich snel aan aan deze etiketten
aangezien ze zich niet willen/durven te schamen.
● Welke relatie beschrijft Elias tussen het civilisatieproces en de
productie van sociale verschillen en maatschappelijke structuur?
○ Het verbreid raken van modellen vanuit één sociale eenheid over
andere is een van de belangrijkste deelbewegingen die zich in het
civilisatieproces voordoen. (p. 156)
○ Men ziet nu beter hoe de ontwikkeling verloopt: eerst zijn het maar
betrekkelijk kleine kringen die het middelpunt van de beweging