Consumentengedrag de basis
Hoofdstuk 4
Andre weber
6e druk ISBN: 978-90-01-89997-4
Inhoud
Hoofdstuk 4............................................................................................................................................2
4.1 Aangeleerd gedrag.......................................................................................................................2
4.2 Manieren van leren......................................................................................................................2
4.3 Aspecten van conditionering........................................................................................................4
4.4 Specifieke vormen van instrumentele conditionering..................................................................5
1
, Hoofdstuk 4
4.1 Aangeleerd gedrag
Aangeleerd gedrag
Uitgangspunt dat gedrag van een consument voor het overgrote deel is aangeleerd door zijn
sociale omgeving, als het gaat om voorkeur voor producten en diensten.
Motivatie en informatie
Motivatie
De wil om informatie op te nemen en te verwerken die in nauw verband staat met het
leergedrag.
Informatie
Alle stimuli die worden waargenomen en die tot een leerresultaat kunnen leiden.
Met de verkregen informatie kan vervolgens op basis van argumenten een besluit
worden genomen.
Aanknopingspunten
Prikkels of aanleidingen voor de consument om bepaald gedrag te vertonen.
Reactie en bevestiging
Reactie:
De manier waarop iemand zicht gedraagt bij het ervaren van een motief, c.q. een
aanknopingspunt is.
Bevestiging
Een beloning zal de consument bevestigen in de juistheid van zijn gedrag.
4.2 Manieren van leren
De volgende manier van leren kunnen worden onderscheiden:
-Cognitief leren
Manier van leren die is gebaseerd op het verzamelen of beschikbaar hebben van informatie en het
beoordelen van die informatie om ten slotte op basis van bepaalde argumenten te beslissen.
-Associatief leren / conditioneren
Manier van leren die gebaseerd is op het leggen van een verband tussen de aangeboden of
waargenomen prikkel en het gedrag dat als reactie daarop het meest geschikt is.
2 soorten:
2
Hoofdstuk 4
Andre weber
6e druk ISBN: 978-90-01-89997-4
Inhoud
Hoofdstuk 4............................................................................................................................................2
4.1 Aangeleerd gedrag.......................................................................................................................2
4.2 Manieren van leren......................................................................................................................2
4.3 Aspecten van conditionering........................................................................................................4
4.4 Specifieke vormen van instrumentele conditionering..................................................................5
1
, Hoofdstuk 4
4.1 Aangeleerd gedrag
Aangeleerd gedrag
Uitgangspunt dat gedrag van een consument voor het overgrote deel is aangeleerd door zijn
sociale omgeving, als het gaat om voorkeur voor producten en diensten.
Motivatie en informatie
Motivatie
De wil om informatie op te nemen en te verwerken die in nauw verband staat met het
leergedrag.
Informatie
Alle stimuli die worden waargenomen en die tot een leerresultaat kunnen leiden.
Met de verkregen informatie kan vervolgens op basis van argumenten een besluit
worden genomen.
Aanknopingspunten
Prikkels of aanleidingen voor de consument om bepaald gedrag te vertonen.
Reactie en bevestiging
Reactie:
De manier waarop iemand zicht gedraagt bij het ervaren van een motief, c.q. een
aanknopingspunt is.
Bevestiging
Een beloning zal de consument bevestigen in de juistheid van zijn gedrag.
4.2 Manieren van leren
De volgende manier van leren kunnen worden onderscheiden:
-Cognitief leren
Manier van leren die is gebaseerd op het verzamelen of beschikbaar hebben van informatie en het
beoordelen van die informatie om ten slotte op basis van bepaalde argumenten te beslissen.
-Associatief leren / conditioneren
Manier van leren die gebaseerd is op het leggen van een verband tussen de aangeboden of
waargenomen prikkel en het gedrag dat als reactie daarop het meest geschikt is.
2 soorten:
2