Er zit systeem
in..!
Systeemtheorie
Hoofdstuk 1 blz. 1
Hoofdstuk 2 blz. 2
Hoofdstuk 3 blz. 4
Hoofdstuk 4 blz. 5
Hoofdstuk 5 blz. 6
Hoofdstuk 6 blz. 7
Hoofdstuk 7 blz. 11
Hoofdstuk 8 blz. 12
Hoofdstuk 9 blz. 14
Hoofdstuk 10 blz. 18
Hoofdstuk 11 blz. 22
Hoofdstuk 12 blz. 25
Hoofdstuk 13 blz. 26
0
,Hoofdstuk 1: Inleiding (Blz. 13 t/m 29)
1.1 De systeemtheorie als aanvulling op de bestaande hulp
De cliënt : In de hulpverlening wordt hier me bedoeld, de jeugdige, zijn
(stief)ouders of andere die tot het gezin behoren als verzorger en
opvoeder en broers en/of zussen.
Het gezin is voor de wet centraler komen te staan dan voorheen het geval was.
De wettelijke eis is dat het kind in bredere context begrepen moet worden.
De systeemtheorie : Die de invloed van de omgeving op iemands gedrag
onderzoekt. Voor een kind is dit het gezin. Er wordt gekeken naar
de persoon in de relatie tot zijn omgeving. De systeemtheorie vult
de kind specifieke theorieën vanuit de orthopedagogie en
ontwikkelingspsychologie aan.
1.2 Het belang van de dubbele blik
Wanneer de jeugdhulpverlening niet vanuit verschillende kanten
(orthopedagogie, ontwikkelingspsychologie en systeemtheorie) bekeken wordt,
bestaat het gevaar dat belangrijke aspecten en problematieken rond het kind niet
gezien worden.
Wanneer er te specifiek naar het kind gekeken wordt (in individuele conto) kan
het een problemen veroorzaken. Wanneer er een systemische bril wordt
opgezet wordt er gekeken naar de factoren van buiten af.
Systemische niveau : Het probleem achter het probleem (vb. vader en Bas)
Betekenis gedrag : Waarom is dit gedrag er
1.3 De systeemtheorie: individu en context samengevoegd
Tijdens de opvoeding spelen twee soorten factoren een rol, dit zijn: individuele
kenmerken en relaties. De systeemtheorie verbind deze factoren en
onderzoekt hoe deze elkaar beïnvloeden en versterken.
Individuele kenmerken Relaties
Lichaam: Gezondheid, groei, Gezin: Opvoedingsvaardigheden,
ontwikkeling, handicaps pedagogisch klimaat, gezinsstructuur,
communicatiepatroon, hiërarchie,
Cognitie: Leren, denken, taal, mythes, onderlinge relaties
spraak
Sociaal netwerk: Familie, vrienden en
Emotie: Ordenen en verwerken de buurt
van gebeurtenissen, regulatie
Omgeving: Wonen, werken, school,
Identiteit: Zelfwaardering en inkomen en vrije tijdsbesteding
temperament
Wanneer er in één van deze gebieden een probleem voorkomt, kan het gezin
deze zelf oplossen. Maar wanneer er op twee gebieden iets aan de hans is, is de
kans op problemen vier keer zo groot.
1.4 De professionele dialoog
Een hulpverlener hoopt het gedragsprobleem te kunnen analyseren, met andere
woorden: Waarom is dit probleem een probleem geworden? Zit het probleem in
1
, het individu, of zijn de gedragsproblemen een gevolg van de patronen die in het
systeem zijn ontstaan?
Wanneer twee mono-focale hulpverleners elkaar ontmoeten, de één met een
kind-specifieke blik, de ander met een systemische visie, dan zal de diepte van
de analyse waarschijnlijk beperkt blijven, dit komt omdat zei elkaar niet
begrijpen. Wanneer zei elkaar wel begrijpen wordt er met een bi-focale blik
naar het probleem gekeken.
Hoofdstuk 2: De systeemtheorie, een kind in nooit alleen op de wereld
(Blz. 21 t/m 28)
2.1 Probleem gedrag , individueel bepaalt of symptoom van verstoorde
relaties?
Ook al is er spraken van kind-specifieke problemen (zoals ADHD, PDD-NOS) en we
het storende gedrag eerder als een symptoom moeten zien dat aangeeft dat er in
het gezin relationele problemen zijn, geeft de systeemtheorie mogelijkheden tot
analyse en interventie van het probleem.
2.2Het systeem: wij en zij
Wanneer een groep mensen met elkaar een relatie aangaan, ontstaat er een
systeem. Er wordt een grens getrokken tussen ‘wij’ (die erbij horen) en ‘zij’ (die er
niet bij horen).
Drie aspecten die belangrijk zijn bij relaties en sfeer:
- De mate van binding, die de onderlinge betrokkenheid regelt
- De balans van geven en nemen, die de rechtvaardigheid regelt
- De sociale ordening, die de structuur regelt
Deze drie aspecten bepalen voor een groot deel het vertrouwen en de cohesie
(onderlinge samenhang). Wanneer er hier geen problemen zijn heerst het
systeem van veiligheid en geborgenheid.
2.3 Betrekking en communicatie
Om dieper in te gaan op hoe een gezin functioneert wordt er gekeken naar de
onderlinge betrekking en de communicatie.
Betrekking : Hier verstaan we de manier waarop de onderlinge relaties zijn
vormgegeven (wie heeft welke positie in het systeem? Welke hiërarchische
regels gelden er en welke rollen worden er ingenomen?)
Communicatie : De focus ligt vooral op de ontmoeting (Hoe praten mensen
met elkaar?)
2.4 Homeostase
Als naast de binding, balans en ordening ook de betrekkingen en
communicatiepatronen geen bijzondere problemen geven, kunnen we spreken
van een functioneel evenwicht binnen het gezin.
Homeostase : Balans van functioneel-intern evenwicht
Het behoud van de homeostase is niet altijd eenvoudig, dit evenwicht kan van
binnen- en buitenaf worden beïnvloed. Door aanslagen op de binding, de balans
van geven en nemen en de sociale ordening is het moeilijk een voor iedereen
acceptabel evenwicht te vinden. We spreken door de constante fluctuaties
(veranderingen) binnen gezinssystemen ook wel van een dynamisch
evenwicht. Wanneer het evenwicht niet voor iedereen voelbaar is, kan dit zich
2
in..!
Systeemtheorie
Hoofdstuk 1 blz. 1
Hoofdstuk 2 blz. 2
Hoofdstuk 3 blz. 4
Hoofdstuk 4 blz. 5
Hoofdstuk 5 blz. 6
Hoofdstuk 6 blz. 7
Hoofdstuk 7 blz. 11
Hoofdstuk 8 blz. 12
Hoofdstuk 9 blz. 14
Hoofdstuk 10 blz. 18
Hoofdstuk 11 blz. 22
Hoofdstuk 12 blz. 25
Hoofdstuk 13 blz. 26
0
,Hoofdstuk 1: Inleiding (Blz. 13 t/m 29)
1.1 De systeemtheorie als aanvulling op de bestaande hulp
De cliënt : In de hulpverlening wordt hier me bedoeld, de jeugdige, zijn
(stief)ouders of andere die tot het gezin behoren als verzorger en
opvoeder en broers en/of zussen.
Het gezin is voor de wet centraler komen te staan dan voorheen het geval was.
De wettelijke eis is dat het kind in bredere context begrepen moet worden.
De systeemtheorie : Die de invloed van de omgeving op iemands gedrag
onderzoekt. Voor een kind is dit het gezin. Er wordt gekeken naar
de persoon in de relatie tot zijn omgeving. De systeemtheorie vult
de kind specifieke theorieën vanuit de orthopedagogie en
ontwikkelingspsychologie aan.
1.2 Het belang van de dubbele blik
Wanneer de jeugdhulpverlening niet vanuit verschillende kanten
(orthopedagogie, ontwikkelingspsychologie en systeemtheorie) bekeken wordt,
bestaat het gevaar dat belangrijke aspecten en problematieken rond het kind niet
gezien worden.
Wanneer er te specifiek naar het kind gekeken wordt (in individuele conto) kan
het een problemen veroorzaken. Wanneer er een systemische bril wordt
opgezet wordt er gekeken naar de factoren van buiten af.
Systemische niveau : Het probleem achter het probleem (vb. vader en Bas)
Betekenis gedrag : Waarom is dit gedrag er
1.3 De systeemtheorie: individu en context samengevoegd
Tijdens de opvoeding spelen twee soorten factoren een rol, dit zijn: individuele
kenmerken en relaties. De systeemtheorie verbind deze factoren en
onderzoekt hoe deze elkaar beïnvloeden en versterken.
Individuele kenmerken Relaties
Lichaam: Gezondheid, groei, Gezin: Opvoedingsvaardigheden,
ontwikkeling, handicaps pedagogisch klimaat, gezinsstructuur,
communicatiepatroon, hiërarchie,
Cognitie: Leren, denken, taal, mythes, onderlinge relaties
spraak
Sociaal netwerk: Familie, vrienden en
Emotie: Ordenen en verwerken de buurt
van gebeurtenissen, regulatie
Omgeving: Wonen, werken, school,
Identiteit: Zelfwaardering en inkomen en vrije tijdsbesteding
temperament
Wanneer er in één van deze gebieden een probleem voorkomt, kan het gezin
deze zelf oplossen. Maar wanneer er op twee gebieden iets aan de hans is, is de
kans op problemen vier keer zo groot.
1.4 De professionele dialoog
Een hulpverlener hoopt het gedragsprobleem te kunnen analyseren, met andere
woorden: Waarom is dit probleem een probleem geworden? Zit het probleem in
1
, het individu, of zijn de gedragsproblemen een gevolg van de patronen die in het
systeem zijn ontstaan?
Wanneer twee mono-focale hulpverleners elkaar ontmoeten, de één met een
kind-specifieke blik, de ander met een systemische visie, dan zal de diepte van
de analyse waarschijnlijk beperkt blijven, dit komt omdat zei elkaar niet
begrijpen. Wanneer zei elkaar wel begrijpen wordt er met een bi-focale blik
naar het probleem gekeken.
Hoofdstuk 2: De systeemtheorie, een kind in nooit alleen op de wereld
(Blz. 21 t/m 28)
2.1 Probleem gedrag , individueel bepaalt of symptoom van verstoorde
relaties?
Ook al is er spraken van kind-specifieke problemen (zoals ADHD, PDD-NOS) en we
het storende gedrag eerder als een symptoom moeten zien dat aangeeft dat er in
het gezin relationele problemen zijn, geeft de systeemtheorie mogelijkheden tot
analyse en interventie van het probleem.
2.2Het systeem: wij en zij
Wanneer een groep mensen met elkaar een relatie aangaan, ontstaat er een
systeem. Er wordt een grens getrokken tussen ‘wij’ (die erbij horen) en ‘zij’ (die er
niet bij horen).
Drie aspecten die belangrijk zijn bij relaties en sfeer:
- De mate van binding, die de onderlinge betrokkenheid regelt
- De balans van geven en nemen, die de rechtvaardigheid regelt
- De sociale ordening, die de structuur regelt
Deze drie aspecten bepalen voor een groot deel het vertrouwen en de cohesie
(onderlinge samenhang). Wanneer er hier geen problemen zijn heerst het
systeem van veiligheid en geborgenheid.
2.3 Betrekking en communicatie
Om dieper in te gaan op hoe een gezin functioneert wordt er gekeken naar de
onderlinge betrekking en de communicatie.
Betrekking : Hier verstaan we de manier waarop de onderlinge relaties zijn
vormgegeven (wie heeft welke positie in het systeem? Welke hiërarchische
regels gelden er en welke rollen worden er ingenomen?)
Communicatie : De focus ligt vooral op de ontmoeting (Hoe praten mensen
met elkaar?)
2.4 Homeostase
Als naast de binding, balans en ordening ook de betrekkingen en
communicatiepatronen geen bijzondere problemen geven, kunnen we spreken
van een functioneel evenwicht binnen het gezin.
Homeostase : Balans van functioneel-intern evenwicht
Het behoud van de homeostase is niet altijd eenvoudig, dit evenwicht kan van
binnen- en buitenaf worden beïnvloed. Door aanslagen op de binding, de balans
van geven en nemen en de sociale ordening is het moeilijk een voor iedereen
acceptabel evenwicht te vinden. We spreken door de constante fluctuaties
(veranderingen) binnen gezinssystemen ook wel van een dynamisch
evenwicht. Wanneer het evenwicht niet voor iedereen voelbaar is, kan dit zich
2