* Aanvullende informatie uit fysiotherapeutische overdracht (telefonisch)
- Hulpvraag volgens fysiotherapeut: veiligheid bij transfer (zit-stand) verbeteren
- Activiteiten
o Loopt met eifel/4-poot, vanwege impulsiviteit FAC 3
o
- Functies
o Sensibiliteit en kracht verminderd
o Tonus: geen bijzonderheden
- Persoonlijke factoren
o Verminderd ziekte-inzicht en impulsief/ontremd
Anamnese:
- Hulpvraag: waarom bent u hier vandaag gekomen?
- LOFTIG:
o Lokalisatie: waar heeft u nu last van? Welke extremiteiten kunt u nu moeilijk
bewegen?
o Ontstaan: wanneer heeft de cortex laesie plaatsgevonden?
o Functiestoornis: welke activiteiten gaan naast het zit-staan nog meer lastig? Ik zie dat
u nu gebruik maakt van een eifel, in hoeverre helpt dit u? en heeft u deze zelf
aangeschaft of op verwijzing van een arts?
o Tijdsverloop: Hoe is het herstel in de afgelopen 5 maanden gegaan? Heeft u al veel
vooruitgang gemerkt?
o Intensiteit: op een schaal van 1-10, hoe erg bemoeilijkt dit uw ADL?
o Geschiedenis: heeft u al een eerder last gehad van medische aandoeningen?
, - CEGS:
o Cognities: in hoeverre denkt u dat ik u kan helpen?
o Emoties: maakt u zich erge zorgen over uw aandoening?
o Gedrag: heeft u zelf al aanpassingen gedaan aan uw leefstijl om het wat makkelijker
te maken?
o Sociale omstandigheden: hoe reageren mensen in uw directe omgeving op uw
klachten? Krijgt u hulp met de dingen die u nu lastig kan doen? wie helpt u hier mee?
- Medicatie: welke medicatie slikt u? weet u waar u deze voor slikt?
o Carbasalaatcalcium (Ascal): antistollingsmiddel, zorgt ervoor dat het bloed niet
samenklontert in de aderen.
- Rode vlaggen:
o Roken
o Nachtelijke pijn
o Recent onverklaard gewichtsverlies (>5 kg)
o Koorts
o Kanker in voorgeschiedenis
Onderzoek:
WAT kan de patiënt wel/niet en wat wil de patiënt weer kunnen?
Jezelf afvragen:
➔ De patiënt wil weer veiligheid bij de transfer zit – stand
- Lukt het?
HOE voert de patiënt de activiteit uit? - Is het veilig?
- Deelt de patiënt het in
➔ Observeren transfer zit – stand
deelhandelingen op?
o Zithouding (kijk naar oprichtreacties)
- Wat valt het meest op?
▪ Zit het hoofd op één lijn met de romp?
- Zwaartekracht t.o.v.
o Zitbalans (statisch/dynamisch)
steunvlak
▪ Laat iemand bijv achterom kijken, laten reiken naar iets, z’n been laten
optillen
o TIS test (zitbalans)
▪ Statisch zitbalans:
• Normaal zitten
• Therapeut legt het niet-paretische been van de patiënt over het
paretische been
• Patiënt legt zelf het niet-paretische been over het paretische been
▪ Dynamisch zitbalans:
• Patiënt wordt geïnstrueerd de behandelbank met de paretische
elleboog aan te tikken (door het verkorten van de paretische zijde en
verlengen van de nietparetische zijde) en daarna terug te keren naar
de uitgangspositie
• Patiënt wordt geïnstrueerd de behandelbank met de nietparetische
elleboog aan te tikken (door het verkorten van de nietparetische
zijde en verlengen van de paretische zijde) en daarna terug te keren
naar de uitgangspositie
• Patiënt wordt geïnstrueerd het bekken op te tillen aan de paretische
zijde (door verkorting van de paretische zijde en verlenging van de
niet-paretische zijde) en daarna terug te keren naar de
uitgangspositie.
, • Patiënt wordt geïnstrueerd het bekken op te tillen aan de
nietparetische zijde (door verkorting van de niet-paretische zijde en
verlenging van de paretische zijde) en daarna terug te keren naar de
uitgangspositie
WAAROM gebeurt dit op deze wijze?
➔ Hypotheses:
o Te weinig spierkracht
o Te weinig sensibiliteit
▪ Proprioceptie
o Te weinig mobiliteit
Hypotheses:
1. Door een verminderde spierkracht gaat de transfer zit – stand niet veilig genoeg.
2. Doordat meneer een verminderde positiezin heeft, gaat de transfer zit – stand niet veilig.
3. Door de cortex laesie kan er een verminderd gevoel in de aangedane zijde zijn.
4. Doordat meneer een verminderde mobiliteit heeft (loopt met eifel), gaat de transfer zit –
stand niet veilig.
5. Doordat de stoel/bank niet goed is afgesteld op meneer zijn afmetingen
(omgevingsfactoren), kan hij hier lastig uit op staan en is de transfer onveilig.
Hypothese 1:
Testen of er een verminderde spierkracht is, doormiddel van MRC-schaal.
Beginnen bij MRC 3: kunt u uw been (al zittend) naar boven bewegen?
- Zo ja → kan hij tegen weerstand in bewegen? En is de aangedane been net zo sterk als het niet
aangedane been.
- Zo nee → kijken of meneer het been met de zwaartekracht mee kan bewegen (al liggend), en of er
überhaupt spiercontractie is.
Aandachtspunten:
- MRC is vanaf niveau 4 weinig betrouwbaar.
- Niveau 2 is lastig zuiver uit te voeren.
, Hypothese 2:
Sensibiliteit testen, de positiezin.
Wanneer de positiezin is aangedaan, weet de patiënt niet goed waar zijn benen zich bevinden. Dit is
onveilig omdat de kans op vallen zo groter is.
Aandachtspunten:
- Zorg dat de positie of beweging niet verraden wordt door je handvatting.
- Voorkom houdingen die lastig vol te houden zijn of zwaar zijn.
Hypothese 3:
Onderzoeken of er een verminderde tastzin aan de aangedane zijde is.