Anatomie BLOK B Werk, Sport, Hobby
Spieren
Origo’s en Inserties
origo (oorsprong) = waar de spier begint
insertie (aanhechting) = waar de spier naartoe loopt
Let op de definitie:
In de anatomische stand beweegt, bij een concentrische contractie,
de insertie naar de origo toe.
De origo blijft de origo, ook al verandert er wat aan de situatie.
Contracties
Een spiercontractie is het samentrekken (of contraheren) van het spierweefsel. Er zijn twee soorten
te onderscheiden:
1. Statische contractie/isometrische contractie. De spier levert wel kracht maar geen beweging. De
spier blijft dus in dezelfde positie onder spanning.
2. Dynamische contractie. Bij een dynamische contractie komt de spier in beweging én lever het
kracht er zijn twee soorten dynamische contracties.
Concentrische contractie: een concentrische spierbeweging verkort de spier tijdens het
maken van de beweging.
Excentrische contractie: een excentrische spierbeweging in de tegenovergestelde beweging
van een concentrische beweging, het verlengt juist de spier.
Onderbeen/enkel/voet
,Spieren Origo Insertie Functie
Anterieure compartiment
m. tibialis anterior Bovenste 2/3e Mediaal en Bovenste
deel van de plantair spronggewricht:
facies lateralis oppervlak van dorsaal flexie
tibiae, het os
membrana cuneiforme Onderste
interossea cruris mediale, spronggewricht:
en bovenste deel mediale basis inversie
van de fascia van het os
cruris metatarsi I
superficialis
m. extensor hallucis longus Middelste derde Dorsale Bovenste
deel van de aponeurose spronggewricht:
facies medialis van de grote dorsaal flexie
fibulae, teen en basis
membrana van de Onderste
interossea cruris eindfalanx spronggewricht:
inversie en
eversie
(afhankelijk van
de
uitgangspositie
van de voet)
basis- en
eindgewricht van
de grote teen:
extensie
m. extensor digitorum longus Condylus lateralis Via vier Bovenste
tibiae, caput deelpezen aan spronggewricht:
fibulae, margo de dorsale dorsaal flexie
anterior fibulae aponeurose
en membrana van de 2e teen, Onderste
interossea cruris basis van de spronggewricht:
distale falanx eversie
van de 2e – 5e
teen basis-, midden-
en
eindgewrichten
van de 2e – 5e
teen:
extensie
, Laterale compartiment
m. fibularis longus (peroneus longus) Caput fibulae, Plantair vlak Heeft een
proximale 2/3e van het os belangrijke
deel van de cuneiforme functie in de
facies lateralis mediale, basis stabiliteit van de
fibulae van het os voet, enkel en
(gedeeltelijk aan metatarsi I het onderbeen.
de septa
intermuscularia) Bovenste
spronggewricht:
Let op: gaat plantair flexie
onder de voet
door Onderste
spronggewricht:
eversie
Ondersteuning
van het
dwarsgewelf van
de voet
m. fibularis brevis Distale helft van Tuberositas Bovenste
(peroneus brevis) de facies lateralis ossis metatarsi spronggewricht:
fibulae, V plantair flexie
gedeeltelijk aan
de septa Onderste
intermuscularis spronggewricht:
eversie
Spieren
Origo’s en Inserties
origo (oorsprong) = waar de spier begint
insertie (aanhechting) = waar de spier naartoe loopt
Let op de definitie:
In de anatomische stand beweegt, bij een concentrische contractie,
de insertie naar de origo toe.
De origo blijft de origo, ook al verandert er wat aan de situatie.
Contracties
Een spiercontractie is het samentrekken (of contraheren) van het spierweefsel. Er zijn twee soorten
te onderscheiden:
1. Statische contractie/isometrische contractie. De spier levert wel kracht maar geen beweging. De
spier blijft dus in dezelfde positie onder spanning.
2. Dynamische contractie. Bij een dynamische contractie komt de spier in beweging én lever het
kracht er zijn twee soorten dynamische contracties.
Concentrische contractie: een concentrische spierbeweging verkort de spier tijdens het
maken van de beweging.
Excentrische contractie: een excentrische spierbeweging in de tegenovergestelde beweging
van een concentrische beweging, het verlengt juist de spier.
Onderbeen/enkel/voet
,Spieren Origo Insertie Functie
Anterieure compartiment
m. tibialis anterior Bovenste 2/3e Mediaal en Bovenste
deel van de plantair spronggewricht:
facies lateralis oppervlak van dorsaal flexie
tibiae, het os
membrana cuneiforme Onderste
interossea cruris mediale, spronggewricht:
en bovenste deel mediale basis inversie
van de fascia van het os
cruris metatarsi I
superficialis
m. extensor hallucis longus Middelste derde Dorsale Bovenste
deel van de aponeurose spronggewricht:
facies medialis van de grote dorsaal flexie
fibulae, teen en basis
membrana van de Onderste
interossea cruris eindfalanx spronggewricht:
inversie en
eversie
(afhankelijk van
de
uitgangspositie
van de voet)
basis- en
eindgewricht van
de grote teen:
extensie
m. extensor digitorum longus Condylus lateralis Via vier Bovenste
tibiae, caput deelpezen aan spronggewricht:
fibulae, margo de dorsale dorsaal flexie
anterior fibulae aponeurose
en membrana van de 2e teen, Onderste
interossea cruris basis van de spronggewricht:
distale falanx eversie
van de 2e – 5e
teen basis-, midden-
en
eindgewrichten
van de 2e – 5e
teen:
extensie
, Laterale compartiment
m. fibularis longus (peroneus longus) Caput fibulae, Plantair vlak Heeft een
proximale 2/3e van het os belangrijke
deel van de cuneiforme functie in de
facies lateralis mediale, basis stabiliteit van de
fibulae van het os voet, enkel en
(gedeeltelijk aan metatarsi I het onderbeen.
de septa
intermuscularia) Bovenste
spronggewricht:
Let op: gaat plantair flexie
onder de voet
door Onderste
spronggewricht:
eversie
Ondersteuning
van het
dwarsgewelf van
de voet
m. fibularis brevis Distale helft van Tuberositas Bovenste
(peroneus brevis) de facies lateralis ossis metatarsi spronggewricht:
fibulae, V plantair flexie
gedeeltelijk aan
de septa Onderste
intermuscularis spronggewricht:
eversie