Diëtetiek blok 3
Werkcollege 1
Oorzaken dat mensen zwaarder worden:
- Minder tijd, dus snelle maaltijden
- Minder beweging, veel inactieve hobby’s
- Welvaart, meer geld bij de mensen
- Meer bewerkte producten dan vroeger
- Overal is eten te koop
- Mensen hebben te weinig kennis over voedsel
- Aanbod voor ongezond voedsel is groot en goedkoop, ook veel reclame
- Genetische aanleg: gen defect, stofwisseling niet goed verloopt, vet niet
goed verteerd
Beweeg- en eetgewoontes
- Grotere portiegroottes
- Hoge energie inname, hoge suiker inname, hoge vet inname, hoge alcohol
inname, lage vezels inname
- Ziektes (schildklierafwijking)
- Medicatie (antidepressiva, prednison, hormonale middelen)
- Emotie-eters; eten bij negatieve gevoelens
- Lijngerichte eters; gaan zich vooral te buiten in een lijnperiode op
momenten dat de honger het wint van de wil tot vermageren of wanneer
door een of andere gebeurtenis gewichtsvermindering opeens onbelangrijk
wordt
- Externe eters; bij het ruiken of zien van iets lekkers het willen hebben
Obesogene samenleving: stimuleert mensen om meer te eten en minder te
bewegen.
Energiebalans: evenwicht tussen de energie-inname en energieverbruik.
Energieverbruik; beweging 20-30%
Ruststofwisseling 60-70%
Thermogenese 10%
Verschil overgewicht/obesitas:
- BMI
Hoger dan 25 is overgewicht, 50-60%
Obesitas boven de 30
Abdominale obesitas middelomtrek mannen ≥120cm
vrouwen ≥88cm
- Obesitas is een chronische ziekte
Gezond of hoog gewicht:
- Middelomtrek/middel-heup ratio MHR
- Vetpercentage (huidplooimeting, weegschaal)
- BMI (gewicht en lengte bepaling)
Om 1 kg aan te komen moet je per week 7000kcal meer eten
10% gewichtsverlies verlaagt de ruststofwisseling met 18%
Behandelmethode voor overgewicht en obesitas:
- Voedingspatroon aanpassen
- Energiebeperkt/ verlagen, minder calorieën, 500-600kcal minder in
combinatie met leefstijladviezen (meer bewegen, gedragsverandering)
, - Meer sporten
- Energiebeperking in combinatie met medicatie, bijv. orlistat => 30% vet
verlaat het lichaam onverteerd en valt 5 kg meer af.
- LCD => low calorie diet, 1-2kg per week afvallen, 800-1200 kcal
- VLCD => very low calorie diet, 1,5-2,5 kg per week afvallen, 450-800kcal
Beide met behulp van maaltijdvervangers
- Maagballon
- Bariatrische chirurgie alleen bij een BMI >40
Maagband/maagrestricties
Gastric bypass, nog maar 10% van maaginhoud
Malabsorptie operaties
Risico op hart- en vaatziekten:
- Leeftijd
- Bloeddruk (bovendruk, SD, 120 normaal, 140 verhoogd)
- Cholesterol
- Voeding (verzadigd vet hoog, energie inname hoog)
- Beweging
- Alcoholgebruik (verhoogde bloeddruk)
- Zoutinname
- Voldoende visvetten nuttigen
- Lage groente en fruit inname
- Te weinig vezels
- Overgewicht en plaats van het vet (buikvet) hebben ook invloed op hart-
en vaatziekten.
- Erfelijkheid, onder de 60 jaar een hartaandoening
- Bij eerdere hartziekte grotere kans op nog een keer
- Stress: adrenaline en cortisol verhogen de hartslag, vaatvernauwend en
veroorzaken hartkloppingen.
Diabetes ofwel suikerziekte, verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door weinig
insuline blijft te veel suikers in je bloed en dan krijg je beschadigde bloedvaten,
dit kan zorgen dat er veel cholesterol blijft kleven. Vetstofwisseling verloopt
anders => meer triglyceriden en slechte cholesterol
Mannen hebben van nature een lagere HDL waarde dus hebben ze een hogere
concentratie LDL en daardoor een hoger risico
Vrouwen hebben door oestrogeen meer HDL, na de overgang neemt HDL af en is
er meer kans op hart- en vaatziekten.
Werkcollege 2
Kenmerken energiebeperk dieet:
- Minder vet en koolhydraten
- Meer bewegen, 1 uur per dag matig intensief of 3x per week 1 uur sport
- 500-600kcal minder dan gebruikelijk
- Richtlijnen goede voeding
- Koolhydraten 40-50en%
- Vet 25-30en%
- Eiwitten 15-25en%
- Meer vezels 25-35 g
- Drinkvocht: 2 liter
- Regelmaat in voedingspatroon
Voedingsstoffen rol bij afvallen:
- Vetten, koolhydraten en eiwitten leveren de meeste energie
, - Cafeïne, groene thee en rode pepers, 2 koppen per dag -> positief effect
op het basaal metabolisme en thermogenese
Regelmaat: Wanneer je regelmatig eet neem je niet snel extraatjes omdat je
maag dan gevuld is en je minder snel trek hebt. Makkelijker voor een nieuw
voedingspatroon.
Langzaam kauwen, beter verzadigd gevoel
Beweging stimuleert de stofwisseling, dieet + beweging werkt het beste, meeste
gewichtsverlies
Werkcollege 3
Relatie tussen afvallen en regelmaat:
- Minder snel trek tussendoor
- Gevulde maag
- Stofwisseling blijft doorgaan
Relatie tussen afvallen en eetdagboek:
- Bewustwording van eetpatroon
- Makkelijk zien waar verandering mogelijk is
- Inzicht in eetmomenten
- Mensen kunnen vals spelen, niet alles opschrijven
- Mensen schrikken van eigen eetgedrag
- Kan niet doorvragen
Steun uit de omgeving:
- Omgeving doet mee
- Helpen verleidingen weerstaan
- Sporen aan tot ongezond eten
Gedragsverandering:
- Meer bewegen, afvallen
- Roken stoppen, aankomen
- Regelmaat, afvallen
- Leefomgeving verandering, kan allebei
- Meer tijd nemen voor de bereiding, afvallen
- Leefstijlverandering, afvallen
Plaats, tempo van eten
- Onderweg => ongezond
- Restaurant => betaald = opeten
- Bij mensen eten => aanpassen uit beleefdheid
- Langzaam eten => eerder verzadigd
- Sneller iets pakken als het in huis is
- Sneller en meer eten
Omgaan met extra’s
- Herinneren aan doel (foto)
- Van te voren afspraken maken
- Proberen gezondere keuze maken indien mogelijk
Werkcollege 1
Oorzaken dat mensen zwaarder worden:
- Minder tijd, dus snelle maaltijden
- Minder beweging, veel inactieve hobby’s
- Welvaart, meer geld bij de mensen
- Meer bewerkte producten dan vroeger
- Overal is eten te koop
- Mensen hebben te weinig kennis over voedsel
- Aanbod voor ongezond voedsel is groot en goedkoop, ook veel reclame
- Genetische aanleg: gen defect, stofwisseling niet goed verloopt, vet niet
goed verteerd
Beweeg- en eetgewoontes
- Grotere portiegroottes
- Hoge energie inname, hoge suiker inname, hoge vet inname, hoge alcohol
inname, lage vezels inname
- Ziektes (schildklierafwijking)
- Medicatie (antidepressiva, prednison, hormonale middelen)
- Emotie-eters; eten bij negatieve gevoelens
- Lijngerichte eters; gaan zich vooral te buiten in een lijnperiode op
momenten dat de honger het wint van de wil tot vermageren of wanneer
door een of andere gebeurtenis gewichtsvermindering opeens onbelangrijk
wordt
- Externe eters; bij het ruiken of zien van iets lekkers het willen hebben
Obesogene samenleving: stimuleert mensen om meer te eten en minder te
bewegen.
Energiebalans: evenwicht tussen de energie-inname en energieverbruik.
Energieverbruik; beweging 20-30%
Ruststofwisseling 60-70%
Thermogenese 10%
Verschil overgewicht/obesitas:
- BMI
Hoger dan 25 is overgewicht, 50-60%
Obesitas boven de 30
Abdominale obesitas middelomtrek mannen ≥120cm
vrouwen ≥88cm
- Obesitas is een chronische ziekte
Gezond of hoog gewicht:
- Middelomtrek/middel-heup ratio MHR
- Vetpercentage (huidplooimeting, weegschaal)
- BMI (gewicht en lengte bepaling)
Om 1 kg aan te komen moet je per week 7000kcal meer eten
10% gewichtsverlies verlaagt de ruststofwisseling met 18%
Behandelmethode voor overgewicht en obesitas:
- Voedingspatroon aanpassen
- Energiebeperkt/ verlagen, minder calorieën, 500-600kcal minder in
combinatie met leefstijladviezen (meer bewegen, gedragsverandering)
, - Meer sporten
- Energiebeperking in combinatie met medicatie, bijv. orlistat => 30% vet
verlaat het lichaam onverteerd en valt 5 kg meer af.
- LCD => low calorie diet, 1-2kg per week afvallen, 800-1200 kcal
- VLCD => very low calorie diet, 1,5-2,5 kg per week afvallen, 450-800kcal
Beide met behulp van maaltijdvervangers
- Maagballon
- Bariatrische chirurgie alleen bij een BMI >40
Maagband/maagrestricties
Gastric bypass, nog maar 10% van maaginhoud
Malabsorptie operaties
Risico op hart- en vaatziekten:
- Leeftijd
- Bloeddruk (bovendruk, SD, 120 normaal, 140 verhoogd)
- Cholesterol
- Voeding (verzadigd vet hoog, energie inname hoog)
- Beweging
- Alcoholgebruik (verhoogde bloeddruk)
- Zoutinname
- Voldoende visvetten nuttigen
- Lage groente en fruit inname
- Te weinig vezels
- Overgewicht en plaats van het vet (buikvet) hebben ook invloed op hart-
en vaatziekten.
- Erfelijkheid, onder de 60 jaar een hartaandoening
- Bij eerdere hartziekte grotere kans op nog een keer
- Stress: adrenaline en cortisol verhogen de hartslag, vaatvernauwend en
veroorzaken hartkloppingen.
Diabetes ofwel suikerziekte, verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door weinig
insuline blijft te veel suikers in je bloed en dan krijg je beschadigde bloedvaten,
dit kan zorgen dat er veel cholesterol blijft kleven. Vetstofwisseling verloopt
anders => meer triglyceriden en slechte cholesterol
Mannen hebben van nature een lagere HDL waarde dus hebben ze een hogere
concentratie LDL en daardoor een hoger risico
Vrouwen hebben door oestrogeen meer HDL, na de overgang neemt HDL af en is
er meer kans op hart- en vaatziekten.
Werkcollege 2
Kenmerken energiebeperk dieet:
- Minder vet en koolhydraten
- Meer bewegen, 1 uur per dag matig intensief of 3x per week 1 uur sport
- 500-600kcal minder dan gebruikelijk
- Richtlijnen goede voeding
- Koolhydraten 40-50en%
- Vet 25-30en%
- Eiwitten 15-25en%
- Meer vezels 25-35 g
- Drinkvocht: 2 liter
- Regelmaat in voedingspatroon
Voedingsstoffen rol bij afvallen:
- Vetten, koolhydraten en eiwitten leveren de meeste energie
, - Cafeïne, groene thee en rode pepers, 2 koppen per dag -> positief effect
op het basaal metabolisme en thermogenese
Regelmaat: Wanneer je regelmatig eet neem je niet snel extraatjes omdat je
maag dan gevuld is en je minder snel trek hebt. Makkelijker voor een nieuw
voedingspatroon.
Langzaam kauwen, beter verzadigd gevoel
Beweging stimuleert de stofwisseling, dieet + beweging werkt het beste, meeste
gewichtsverlies
Werkcollege 3
Relatie tussen afvallen en regelmaat:
- Minder snel trek tussendoor
- Gevulde maag
- Stofwisseling blijft doorgaan
Relatie tussen afvallen en eetdagboek:
- Bewustwording van eetpatroon
- Makkelijk zien waar verandering mogelijk is
- Inzicht in eetmomenten
- Mensen kunnen vals spelen, niet alles opschrijven
- Mensen schrikken van eigen eetgedrag
- Kan niet doorvragen
Steun uit de omgeving:
- Omgeving doet mee
- Helpen verleidingen weerstaan
- Sporen aan tot ongezond eten
Gedragsverandering:
- Meer bewegen, afvallen
- Roken stoppen, aankomen
- Regelmaat, afvallen
- Leefomgeving verandering, kan allebei
- Meer tijd nemen voor de bereiding, afvallen
- Leefstijlverandering, afvallen
Plaats, tempo van eten
- Onderweg => ongezond
- Restaurant => betaald = opeten
- Bij mensen eten => aanpassen uit beleefdheid
- Langzaam eten => eerder verzadigd
- Sneller iets pakken als het in huis is
- Sneller en meer eten
Omgaan met extra’s
- Herinneren aan doel (foto)
- Van te voren afspraken maken
- Proberen gezondere keuze maken indien mogelijk