Basis van het recht
H1 BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT – WEEK 1 & 2
Ordening van rechtsgebieden:
1. Burgerlijk recht (civiel- /privaatrecht);
2. Strafrecht;
3. Bestuursrecht;
4. Staatsrecht
1. Burgerlijk recht (civiel- /privaatrecht)
Rechtsrelatie tussen burgers onderling
Opgesplitst in:
- Natuurlijk personenrecht (personen- en familierecht)
o Gaat om de rechtsregel die de positie
van de persoon zelf,
de persoon in relatie tot zijn familie, of
de persoon in relatie tot zijn levenspartner bepaalt.
- Rechtspersonenrecht
o Gaat om een organisatievorm waardoor de organisatie net als een natuurlijk persoon
aan het rechtsverkeer kan deelnemen (vereniging of stichting).
- Vermogensrecht
o De op geld waardeerbare rechten en plichten.
Personen- en
familierecht
Privaatrecht Rechtspersonen-
recht
Goederenrecht
Vermogensrecht
Verbintenissen-
recht
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Strafrecht
De geboden en verboden
Overheid -> burgers
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
, 3. Bestuursrecht
De juridische bestuursactiviteit van de overheid
- In het bestuursrecht zijn de regels te vinden waaraan de overheid zich dient te houden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Staatsrecht
Thema’s:
- De staatsorganen, zoals de Koning, ministers, Staten-Generaal, provincies, gemeenten en de
rechterlijke macht, en hun bevoegdheden;
- De grondrechten die door de overheid geëerbiedigd moeten worden, zoals vrijheid van
godsdienst en vrijheid van meningsuiting;
- De wijze waarop burgers invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de
staatsorganen: het gaat dan om het kiezen en gekozen kunnen worden.
Gaat over de regels die betrekking hebben op de organisatie van de staat en zijn organen en/of de
bevoegdheden van die organisatie.
Strafrecht
Publiekrecht Staat allemaal in verbinding met de
Bestuursrecht overheid
Staatsrecht
Materieel recht = Rechtsregels die bijvoorbeeld de rechten en plichten tussen ouders en kinderen
beschrijven, die aangeven wanneer een burger recht heeft op een bijstandsuitkering, die
benadrukken dat de burger niet mag stelen, want anders …, enz.
De ‘spelregels van het maatschappelijk gedrag’ worden daarin bepaald.
Staatsrecht -> beschrijft staatsorganen en kent hen bevoegdheden toe.
Formeel recht = Rechten worden echter wél geschonden, het nakomen van plichten wordt wél
verzuimd en verboden worden wél genegeerd. Voor die gevallen zijn rechtsregels nodig die aangeven
elke weg via de rechter bewandeld kan worden om onder zijn druk alsnog het recht te innen,
schadevergoeding of een straf te krijgen.
Het gaat om de rechtsregels die de ‘spelregels van het procederen’ bepalen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dwingend recht = rechtsregels waar burgers absoluut niet van mogen afwijken.
- Bv. ‘De werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan
van een arbeidsovereenkomst.’
, - Beschermd huurder van een woning.
Aanvullend recht = rechtsregels waar burgers wél van mogen afwijken.
Partijen maken zelf afspraken met elkaar.
- Bv. Verbintenissenrecht -> koopovereenkomst.
Semidwingend recht = als van een rechtsregel mag worden afgeweken en daarbij aangegeven wordt
via welke vormen er dan moet worden afgeweken.
- Afwijken mag, maar dan bijv. met schriftelijke toestemming.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Rechtsbronnen van geschreven rechtsregels
1. De wet
o Rechtsregels die door de wetgever zijn gemaakt.
o De wet is voor de burger de meest in het oog springende rechtsbron.
2. Het verdrag
o Rechtsregels die resultaat zijn van een overeenkomst tussen verschillende landen of
van een overeenkomst tussen landen en internationale organisaties.
Rechtsbronnen van ongeschreven rechtsregels
1. De gewoonte/eigen regels
o Bv. Als de gewoonte echt ingeburgerd is en door veel mensen als objectief recht
ervaren wordt
(Pseudowetgeving -> wanneer ongeschreven gewoonten worden vastgelegd
in richtlijnen, codes en protocollen.)
2. Jurisprudentie
o Het recht dat de rechter uitspreekt.
o Een rechtsbron die niet in de wet is terug te vinden.
De geschreven rechtstegels geven lang niet altijd een direct antwoord op de
vraag wie er gelijk heeft in een conflict.
H2 STAATS- EN BESTUURSRECHT
Het staatsrecht geeft inzicht in het recht met betrekking tot de Nederlandse staat.
De overheid oefent gezag uit.
Twee hoofdonderwerpen in het staatsrecht:
1. De staatsorganen en hun bevoegdheden;
2. De fundamentele rechten van de onderdanen (grondrechten).
De rechtsbronnen waar staatsrechtelijke rechtsregels te vinden, zijn:
- De Grondwet;
- Andere wettelijke regelingen, zoals bijv. de Provinciewet;
- Bepaalde internationale verdragen;
- Het staatsrechtelijk gewoonterecht.
De machtenscheiding:
- De wetgevende macht (het geven van algemeen verbindende regels) => De regering & het
parlement
- De uitvoerende of bestuurlijke macht (het uitvoeren van de regels) => Ministers
H1 BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT – WEEK 1 & 2
Ordening van rechtsgebieden:
1. Burgerlijk recht (civiel- /privaatrecht);
2. Strafrecht;
3. Bestuursrecht;
4. Staatsrecht
1. Burgerlijk recht (civiel- /privaatrecht)
Rechtsrelatie tussen burgers onderling
Opgesplitst in:
- Natuurlijk personenrecht (personen- en familierecht)
o Gaat om de rechtsregel die de positie
van de persoon zelf,
de persoon in relatie tot zijn familie, of
de persoon in relatie tot zijn levenspartner bepaalt.
- Rechtspersonenrecht
o Gaat om een organisatievorm waardoor de organisatie net als een natuurlijk persoon
aan het rechtsverkeer kan deelnemen (vereniging of stichting).
- Vermogensrecht
o De op geld waardeerbare rechten en plichten.
Personen- en
familierecht
Privaatrecht Rechtspersonen-
recht
Goederenrecht
Vermogensrecht
Verbintenissen-
recht
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Strafrecht
De geboden en verboden
Overheid -> burgers
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
, 3. Bestuursrecht
De juridische bestuursactiviteit van de overheid
- In het bestuursrecht zijn de regels te vinden waaraan de overheid zich dient te houden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Staatsrecht
Thema’s:
- De staatsorganen, zoals de Koning, ministers, Staten-Generaal, provincies, gemeenten en de
rechterlijke macht, en hun bevoegdheden;
- De grondrechten die door de overheid geëerbiedigd moeten worden, zoals vrijheid van
godsdienst en vrijheid van meningsuiting;
- De wijze waarop burgers invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de
staatsorganen: het gaat dan om het kiezen en gekozen kunnen worden.
Gaat over de regels die betrekking hebben op de organisatie van de staat en zijn organen en/of de
bevoegdheden van die organisatie.
Strafrecht
Publiekrecht Staat allemaal in verbinding met de
Bestuursrecht overheid
Staatsrecht
Materieel recht = Rechtsregels die bijvoorbeeld de rechten en plichten tussen ouders en kinderen
beschrijven, die aangeven wanneer een burger recht heeft op een bijstandsuitkering, die
benadrukken dat de burger niet mag stelen, want anders …, enz.
De ‘spelregels van het maatschappelijk gedrag’ worden daarin bepaald.
Staatsrecht -> beschrijft staatsorganen en kent hen bevoegdheden toe.
Formeel recht = Rechten worden echter wél geschonden, het nakomen van plichten wordt wél
verzuimd en verboden worden wél genegeerd. Voor die gevallen zijn rechtsregels nodig die aangeven
elke weg via de rechter bewandeld kan worden om onder zijn druk alsnog het recht te innen,
schadevergoeding of een straf te krijgen.
Het gaat om de rechtsregels die de ‘spelregels van het procederen’ bepalen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dwingend recht = rechtsregels waar burgers absoluut niet van mogen afwijken.
- Bv. ‘De werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan
van een arbeidsovereenkomst.’
, - Beschermd huurder van een woning.
Aanvullend recht = rechtsregels waar burgers wél van mogen afwijken.
Partijen maken zelf afspraken met elkaar.
- Bv. Verbintenissenrecht -> koopovereenkomst.
Semidwingend recht = als van een rechtsregel mag worden afgeweken en daarbij aangegeven wordt
via welke vormen er dan moet worden afgeweken.
- Afwijken mag, maar dan bijv. met schriftelijke toestemming.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Rechtsbronnen van geschreven rechtsregels
1. De wet
o Rechtsregels die door de wetgever zijn gemaakt.
o De wet is voor de burger de meest in het oog springende rechtsbron.
2. Het verdrag
o Rechtsregels die resultaat zijn van een overeenkomst tussen verschillende landen of
van een overeenkomst tussen landen en internationale organisaties.
Rechtsbronnen van ongeschreven rechtsregels
1. De gewoonte/eigen regels
o Bv. Als de gewoonte echt ingeburgerd is en door veel mensen als objectief recht
ervaren wordt
(Pseudowetgeving -> wanneer ongeschreven gewoonten worden vastgelegd
in richtlijnen, codes en protocollen.)
2. Jurisprudentie
o Het recht dat de rechter uitspreekt.
o Een rechtsbron die niet in de wet is terug te vinden.
De geschreven rechtstegels geven lang niet altijd een direct antwoord op de
vraag wie er gelijk heeft in een conflict.
H2 STAATS- EN BESTUURSRECHT
Het staatsrecht geeft inzicht in het recht met betrekking tot de Nederlandse staat.
De overheid oefent gezag uit.
Twee hoofdonderwerpen in het staatsrecht:
1. De staatsorganen en hun bevoegdheden;
2. De fundamentele rechten van de onderdanen (grondrechten).
De rechtsbronnen waar staatsrechtelijke rechtsregels te vinden, zijn:
- De Grondwet;
- Andere wettelijke regelingen, zoals bijv. de Provinciewet;
- Bepaalde internationale verdragen;
- Het staatsrechtelijk gewoonterecht.
De machtenscheiding:
- De wetgevende macht (het geven van algemeen verbindende regels) => De regering & het
parlement
- De uitvoerende of bestuurlijke macht (het uitvoeren van de regels) => Ministers