Leerdoelen Gehoorproblemen bij kinderen uitgewerkt
1. De student benoemt de anatomie en beschrijft de fysiologie van het
gehoororgaan.
2. In de rol van logopedist beschrijft de student oorzaken van
gehoorproblemen bij kinderen en verklaart welke gevolgen dit kan
hebben voor de spraak- en taalontwikkeling.
3. In de rol van logopedist voert de student zelfstandig gehooronderzoek
(toonaudiometrie) uit bij een simulatie cliënt en interpreteert de
verkregen resultaten.
Leerdoel 1: Anatomie en fysiologie van het gehoororgaan
De fysiologie
De luchttrilling wordt opgevangen door de oorschelp ->
De oorschelp stuurt de luchttrilling de externe gehoorgang in ->
De trilling raakt het trommelvlies ->
brengt beentjesketen (hamer, aambeeld, stijgbeugel) in beweging ->
De voet van de stijgbeugel ligt in het ovale venster en gaat bewegen -> De
luchttrilling gaat over in vloeistoftrilling ->
Het vloeistof in de cochlea gaat bewegen -> stimuleert het orgaan van Corti om
elektrische impulsen af te geven aan de uitlopers van de hersenzenuw ->
Het orgaan van Corti stuurt de signalen door naar de hersenschors. ->
Je hoort geluid.
De anatomie
Uitwendig oor:
- oorschelp
- Externe gehoorgang
- Trommelvlies
Middenoor:
- Hamer
- Aambeeld
- Stijgbeugel
- Oorholte
- Buis van Eustachius (voor het voorzien van verse lucht en luchtdruk)
Binnenoor:
- Ovale venster
, - Cochlea
- Orgaan van corti
- Gehoorzenuw
Bij de geboorte is het gehoor nog niet optimaal ontwikkeld. Verdere
ontwikkeling gebeurt door het opvangen van auditieve prikkels. Bij kinderen
met gehoorproblemen, bij doofheid ontwikkelt het neurale deel zich anders
dan normaal.
Bij gedeeltelijke doofheid, tonotopische veranderingen in de auditieve cortex.
Gegevens over gehoordrempels kunnen verkregen worden door naar de
reflexen van het kind te kijken. (zuigreflex, hartslag, ademhaling,
lichaamsbeweging).
De auditieve gevoeligheid van kinderen is slechter dan bij volwassenen want ze
kunnen nog niet de aandacht en geluidsgerichtheid focussen.
Stadia in het de ontwikkeling van de hoorfunctie:
Detectie,
discriminatie,
indentificatie,
spraakverstaan,
spraakverstaan in rumoer.
Vanaf een maand worden de eerste foneemcontrasten onderscheden.
Leerdoel 2 Oorzaken van gehoorverlies bij kinderen en gevolgen op
de spraak- taalontwikkeling.
Erfelijke oorzaken:
- Syndroom van waardenburg: perceptief gehoorverlies
- Pendred syndroom, perceptief gehoorverlies
- Usher syndroom, aandoening aan de ogen en oren, perceptief
- Sydroom van BOR, geleidingverlies door malformaties van de oorschelp.
Aangeboren aandoeningen :
- Zuurstof tekort tijdens geboorte
- Infecties tijdens zwangerschap
- Down syndroom, buis van Eustachius is anders aangelegd -> gevoeliger
voor Otitis media
- Degeneratie van de cochlea, onvoldoende bloedtoevoer naar de cochlea,
waardoor sensorische cellen uitvallen, perceptief gehoorverlies
- Dysplasie van het oor, afwijking in de vorm van het gehoororgaan
1. De student benoemt de anatomie en beschrijft de fysiologie van het
gehoororgaan.
2. In de rol van logopedist beschrijft de student oorzaken van
gehoorproblemen bij kinderen en verklaart welke gevolgen dit kan
hebben voor de spraak- en taalontwikkeling.
3. In de rol van logopedist voert de student zelfstandig gehooronderzoek
(toonaudiometrie) uit bij een simulatie cliënt en interpreteert de
verkregen resultaten.
Leerdoel 1: Anatomie en fysiologie van het gehoororgaan
De fysiologie
De luchttrilling wordt opgevangen door de oorschelp ->
De oorschelp stuurt de luchttrilling de externe gehoorgang in ->
De trilling raakt het trommelvlies ->
brengt beentjesketen (hamer, aambeeld, stijgbeugel) in beweging ->
De voet van de stijgbeugel ligt in het ovale venster en gaat bewegen -> De
luchttrilling gaat over in vloeistoftrilling ->
Het vloeistof in de cochlea gaat bewegen -> stimuleert het orgaan van Corti om
elektrische impulsen af te geven aan de uitlopers van de hersenzenuw ->
Het orgaan van Corti stuurt de signalen door naar de hersenschors. ->
Je hoort geluid.
De anatomie
Uitwendig oor:
- oorschelp
- Externe gehoorgang
- Trommelvlies
Middenoor:
- Hamer
- Aambeeld
- Stijgbeugel
- Oorholte
- Buis van Eustachius (voor het voorzien van verse lucht en luchtdruk)
Binnenoor:
- Ovale venster
, - Cochlea
- Orgaan van corti
- Gehoorzenuw
Bij de geboorte is het gehoor nog niet optimaal ontwikkeld. Verdere
ontwikkeling gebeurt door het opvangen van auditieve prikkels. Bij kinderen
met gehoorproblemen, bij doofheid ontwikkelt het neurale deel zich anders
dan normaal.
Bij gedeeltelijke doofheid, tonotopische veranderingen in de auditieve cortex.
Gegevens over gehoordrempels kunnen verkregen worden door naar de
reflexen van het kind te kijken. (zuigreflex, hartslag, ademhaling,
lichaamsbeweging).
De auditieve gevoeligheid van kinderen is slechter dan bij volwassenen want ze
kunnen nog niet de aandacht en geluidsgerichtheid focussen.
Stadia in het de ontwikkeling van de hoorfunctie:
Detectie,
discriminatie,
indentificatie,
spraakverstaan,
spraakverstaan in rumoer.
Vanaf een maand worden de eerste foneemcontrasten onderscheden.
Leerdoel 2 Oorzaken van gehoorverlies bij kinderen en gevolgen op
de spraak- taalontwikkeling.
Erfelijke oorzaken:
- Syndroom van waardenburg: perceptief gehoorverlies
- Pendred syndroom, perceptief gehoorverlies
- Usher syndroom, aandoening aan de ogen en oren, perceptief
- Sydroom van BOR, geleidingverlies door malformaties van de oorschelp.
Aangeboren aandoeningen :
- Zuurstof tekort tijdens geboorte
- Infecties tijdens zwangerschap
- Down syndroom, buis van Eustachius is anders aangelegd -> gevoeliger
voor Otitis media
- Degeneratie van de cochlea, onvoldoende bloedtoevoer naar de cochlea,
waardoor sensorische cellen uitvallen, perceptief gehoorverlies
- Dysplasie van het oor, afwijking in de vorm van het gehoororgaan