DIE SCHRIJF JE ZELF
3 juni 2021, Inholland Alkmaar, Alkmaar
MAARTJE HONSELAAR
Klas 1B
Titel: Loesje (z.d.)
, Inleiding
Piet V. (77) zit op zijn bank in zijn huis in Schagen. Hij verteld over zijn vrouw Thea. Hij
verteld over hoe ze samen genoten van hun vakanties naar Drenthe. Toen ze beide de
pensioenleeftijd bereikten waren ze vaak in Drenthe te vinden. Op de fiets genoten ze van de
schoonheid van het landschap. ‘’En de schoonheid van Thea, daar genoot ik vooral van’’,
vult Piet nog aan. Hij verteld graag over haar. Ondanks dat ze al een aantal jaar geleden is
overleden zie ik dat zijn ogen zich bij elk woord over haar weer vullen met tranen. Totdat ze
rollen. Hij staart ondertussen naar buiten en veegt de tranen snel weg. ‘’Sorry’’, zegt hij. Ik
zeg dat het niet geeft.
Bovenstaande situatie heeft zich afgespeeld op mijn stage. Ik kom iedere week bij deze
meneer thuis en dan kletsen we. Op zonnige dagen pakken we de wielrenfiets en fietsen we
door de kop van Noord- Holland. Wat mij geraakt heeft aan bovenstaande casus is zijn liefde
voor Thea en zijn gevoel van eenzaamheid door haar overlijden. Iedere keer wanneer ik zijn
voordeur achter mij dichttrek en terug naar huis fiets, bedenk ik mij dat hij daar achter blijft.
Hij heeft dat ook al eens benoemd: ‘’jij gaat weer naar huis, maar ik blijf hier alleen achter’’.
Dat vind ik schrijnend om te horen, want ik gun niemand zo’n gevoel van alleen zijn en gemis
zoals hij dat omschrijft.
Ik heb vanuit mijn stage de opdracht gekregen om samen met Piet op zoek te gaan naar iets
om zijn gevoel van eenzaamheid weg te nemen. Dit vind ik een lastige opdracht, want ben ik
daar eigenlijk wel verantwoordelijk voor? Is hij zelf verantwoordelijk voor zijn geluk of moet
hulpverlening hier een rol in spelen? En zo ja, welke bijdrage kan de hulpverlening hier
leveren om deze man te begeleiden in zijn rouwproces en hierbij te zorgen voor
empowerment? Kortom: hoe kan deze man geholpen worden?
Deze vragen vormen zich tot de centrale vraag van deze beschouwing namelijk:
Wat is de bijdrage van het sociaal werk t.a.v. empowerment bij ouderen die te maken
hebben met eenzaamheid?
De opbouw van de beschouwing is als volgt: allereerst de definitie van kwetsbaarheid en hoe
mijn beeld over kwetsbare ouderen verandert is, daarna de definitie van empowerment en
hoe de niveaus van empowerment in de casus van Piet te herkennen zijn en welke rol
sociaal werkers hierin kunnen vervullen. Tot slot een samenvatting en een conclusie waarbij
mogelijk een antwoord op de centrale vraag gegeven wordt.
In dit verslag zijn geen echte namen gebruikt vanwege de privacy, alle namen zijn dus
pseudoniemen.
1