Verpleegkundige kennis
Week 2
Gaswisseling in de longen: De rode bloedcellen vervoeren koolstofdioxide (co2) vanuit
organen naar de longen. Geven daar koolstofdioxide af en nemen zuurstof (o2) weer op.
Gaswisseling in de weefsels: Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de
weefsels. De rode bloedcellen geven daar het zuurstof af en nemen de koolstofdioxide mee.
De luchtweg bestaat uit:
- Neus-/ mondholte
- Keelholte (pharynx)
- Strottenhoofd (larynx)
- Luchtpijp (trachea)
- Luchtpijptakken (bronchi)
Actief inademen:
1. Heffen van de ribben
2. Samentrekken van het diafragma/ middenrif
3. Lucht wordt ingezogen
Observatie van de ademhaling (volwassenen):
- Frequentie à 15-17 keer per minuut
- Diepte à Wordt bepaald door de hoeveelheid in- en uitgeademde lucht per keer
(500 ml in normale situaties)
- Regelmaat/ patroon à Steeds ong. hetzelfde ritme, waarbij inademing iets korter is
dan de uitademing
, - Geluidloos, geurloos kleur à Er mag bijv. geen sprake zijn van cyanose ( het
blauwkleuren van de huid, als uiting van een verlaagd zuurstofgehalte in het bloed of
weefsels)
Longcapaciteit:
Vitale capaciteit: 4000 ml
Inspiratoire capaciteit: 2000 ml
Normaal ademvolume: 500 ml
Expiratoire reserve: 1500 ml
Residu: 1200 ml
Week 2
Gaswisseling in de longen: De rode bloedcellen vervoeren koolstofdioxide (co2) vanuit
organen naar de longen. Geven daar koolstofdioxide af en nemen zuurstof (o2) weer op.
Gaswisseling in de weefsels: Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de
weefsels. De rode bloedcellen geven daar het zuurstof af en nemen de koolstofdioxide mee.
De luchtweg bestaat uit:
- Neus-/ mondholte
- Keelholte (pharynx)
- Strottenhoofd (larynx)
- Luchtpijp (trachea)
- Luchtpijptakken (bronchi)
Actief inademen:
1. Heffen van de ribben
2. Samentrekken van het diafragma/ middenrif
3. Lucht wordt ingezogen
Observatie van de ademhaling (volwassenen):
- Frequentie à 15-17 keer per minuut
- Diepte à Wordt bepaald door de hoeveelheid in- en uitgeademde lucht per keer
(500 ml in normale situaties)
- Regelmaat/ patroon à Steeds ong. hetzelfde ritme, waarbij inademing iets korter is
dan de uitademing
, - Geluidloos, geurloos kleur à Er mag bijv. geen sprake zijn van cyanose ( het
blauwkleuren van de huid, als uiting van een verlaagd zuurstofgehalte in het bloed of
weefsels)
Longcapaciteit:
Vitale capaciteit: 4000 ml
Inspiratoire capaciteit: 2000 ml
Normaal ademvolume: 500 ml
Expiratoire reserve: 1500 ml
Residu: 1200 ml