4.1 Rekenen met meetwaarden
Meetwaarden: getallen die je meet. De wetenschappelijke notatie is a,a x10 b.
In sommige gevallen is het niet van belang om meer cijfers en dus nauwkeurigheid te geven. Nullen
na een getal geven wel meer significantie, maar ervoor niet. Bij het rekenen met meetwaarden moet
je op een regel letten: de significantie die je krijgt in de som, moet gelijk zijn aan het antwoord van de
som. Telwaarden: concrete, hele getallen die je kunt tellen. Ze tellen niet mee met significantie.
Dichtheid= massa: volume. Dichtheden vind je in tabel 10,11 en 12 van Binas. Oefen met het rekenen
aan dichtheden en significantie.
4.2 Atoommassa, ionmassa en molecuulmassa
Een atoom is een heel klein deeltje met een kleine atoommassa. Omdat het in gram moeilijk rekenen
is hebben we de atomaire massa-eenheid: u. van u naar kg is 1,66054 x 10-27 kg, Binas tabel 5. In
tabel 25 staan de atoommassa’s van isotopen. Van atomen in tabel 99 of 40A, daar staan de relatieve
atoommassa’s in u.
Een molecuul bestaat uit atomen, de molecuulmassa is dus een optelsom van de atoommassa’s. Als
je de relatieve atoommassa’s gebruikt krijg je de relatieve molecuulmassa (Mr).
De ionmassa werkt hetzelfde als de atoommassa, want je mag elektronen en protonen
verwaarlozen. De zoutmassa werkt hetzelfde als de molecuulmassa.
Het massapercentage bereken je door deel/geheel x 100%.
4.3 Chemische hoeveelheid
De chemische hoeveelheid is n met eenheid mol. Als de molecuulmassa 18,02 is, is 1 mol van die stof
18,02 gram. Door de chemische hoeveelheid hebben we molaire massa en molair volume. De
molaire massa (M) is de massa van 1 mol van die stof. De eenheid is g/mol. Om het te berekenen,
bereken je eerst de molecuulmassa en zet je daarna de eenheid erachter. Van een aantal stoffen is
hij al berekend in Binas 98. Het molair volume gebruik je bij gassen. Bijna alle gassen hebben
hetzelfde molair volume (Mv), namelijk 22,4 dm3/mol. In Binas 7 zie je het ook. Met de molaire massa
kan je de chemische hoeveelheid omrekenen in massa of volume. Hierbij gebruik Veel reacties zijn in
oplossingen, je hebt dan de concentratie opgeloste stof nodig. De eenheid van concentratie is mol/L.
een ander woord voor concentratie is molariteit, met de eenheid molair -> M = mol/L.
Het getal van Avogadro: 1 mol= 6,02 x 10 23moleculen
Bv: in 1 liter zit 2,35 mol ijzer = [Fe (aq)] =2.35
mol/L. Blokhaken betekenen concentratie.
Ik zou nog wat filmpjes kijken, en daarna vooral
veel oefenen. Mij hielp het altijd om te
onthouden dat molaire massa = aantal gram
stof/ aantal mol stof. Je ziet dit aan de eenheid
van de molaire massa. Als je dan het aantal mol
stof wil weten en je het aantal gram en de M
weet, doe je aantal gram stof/ M (net als bij
natuurkunde).
4.4 Rekenen aan reacties
Coëfficiënten uit de reactievergelijkingen geven niet alleen de verhoudingen op molecuul- en
atoomniveau, maar ook op chemische hoeveelheden. Er is een stoichiometrische verhouding. Met
reactievergelijkingen kan je dus aan chemische reacties rekenen. Je kan in 7 stappen rekenen met
chemische hoeveelheden. Zie blz 85 voor een voorbeeld. Sieger heeft ook goede filmpjes.