Specifieke afweermechanismen: deze worden samengevat onder de noemer ‘immuniteit’. De afweer
is gericht tegen 1 speciale aanvaller. Daarbij wordt immunologische geheugen gevormd waardoor
langdurige immuniteit tegen bepaalde infecties ontstaat.
Niet-specifieke afweermechanismen: deze beschermen tegen allerlei verschillende gevaren.
- Eerste verdedigingslinie.
- Verhinderen microben om binnen te komen.
Belangrijke eigenschappen niet-specifieke verdediging:
- Gerichtheid
- Geheugen
- Tolerantie
5 belangrijkste niet-specifieke afweermechanismen:
- Afweer aan lichaamsoppervlak.
- Fagocytose.
- Natuurlijke antimicrobiële stoffen.
- Ontstekingsreactie.
- Immunologische bewaking.
- Afweer aan het lichaamsoppervlak: de huid en slijmvliezen. Door afscheiding, snot of plassen worden
deze slijmvliezen gereinigd en verkleint de kans op indringers.
- Fagocytose: fagocyten zoals macrofagen en neutrofielen zijn de eerste cellulaire verdedigingslinie van
het lichaam. Zij verplaatsen zich naar de geïnfecteerde en ontstoken plaats omdat neutrofielen micro
organismen zelf stoffen afscheiden die ze aantrekken. fagocyten eten hun doelwit op. Macrofagen
werken als antigeenpresenterende cellen het antigeen wordt aan het oppervlak van de macrofaag
gehecht om zo de T-lymfocyten te stimuleren en de immuun reactie in werking te zetten.
- Natuurlijke antimicrobiële stoffen: zoutzuur (maagsap), antilichamen (beschermende proteinen in
membranen en lichaamsvloeistoffen, deze zijn in staat bacterien te inactiveren.) speeksel,
interferonen (chemische stoffen die in T-lymfocyten, macrofagen en lichaamscellen zitten waar een
virus in is binnengedrongen, hierdoor kan het virus zich niet vermeerderen in de geïnfecteerde cel),
complement
- Ontstekingsreactie
- Immunologische bewaking: NK cellen.
NK-cellen (Natural Killer Cells):
- Lymfocyten.
- Patrouilleren door het lichaam.
- Herkennen zieke/geïnfecteerde cellen.
- Doden geïnfecteerde/zieke cellen.
Antigeen: is iets wat een immunologische reactie oproept.
Lymfocyten (witte bloedcellen):
- 20-30% van de witte bloedcellen zijn lymfocyten.
- Zitten in het lichaam, bijna niet in het bloed.
- Lymfocyten zijn o.a.: NK-cells, T-cellen (meerderheid), B-cellen.
B-cellen:
- Specifieke afweer.
is gericht tegen 1 speciale aanvaller. Daarbij wordt immunologische geheugen gevormd waardoor
langdurige immuniteit tegen bepaalde infecties ontstaat.
Niet-specifieke afweermechanismen: deze beschermen tegen allerlei verschillende gevaren.
- Eerste verdedigingslinie.
- Verhinderen microben om binnen te komen.
Belangrijke eigenschappen niet-specifieke verdediging:
- Gerichtheid
- Geheugen
- Tolerantie
5 belangrijkste niet-specifieke afweermechanismen:
- Afweer aan lichaamsoppervlak.
- Fagocytose.
- Natuurlijke antimicrobiële stoffen.
- Ontstekingsreactie.
- Immunologische bewaking.
- Afweer aan het lichaamsoppervlak: de huid en slijmvliezen. Door afscheiding, snot of plassen worden
deze slijmvliezen gereinigd en verkleint de kans op indringers.
- Fagocytose: fagocyten zoals macrofagen en neutrofielen zijn de eerste cellulaire verdedigingslinie van
het lichaam. Zij verplaatsen zich naar de geïnfecteerde en ontstoken plaats omdat neutrofielen micro
organismen zelf stoffen afscheiden die ze aantrekken. fagocyten eten hun doelwit op. Macrofagen
werken als antigeenpresenterende cellen het antigeen wordt aan het oppervlak van de macrofaag
gehecht om zo de T-lymfocyten te stimuleren en de immuun reactie in werking te zetten.
- Natuurlijke antimicrobiële stoffen: zoutzuur (maagsap), antilichamen (beschermende proteinen in
membranen en lichaamsvloeistoffen, deze zijn in staat bacterien te inactiveren.) speeksel,
interferonen (chemische stoffen die in T-lymfocyten, macrofagen en lichaamscellen zitten waar een
virus in is binnengedrongen, hierdoor kan het virus zich niet vermeerderen in de geïnfecteerde cel),
complement
- Ontstekingsreactie
- Immunologische bewaking: NK cellen.
NK-cellen (Natural Killer Cells):
- Lymfocyten.
- Patrouilleren door het lichaam.
- Herkennen zieke/geïnfecteerde cellen.
- Doden geïnfecteerde/zieke cellen.
Antigeen: is iets wat een immunologische reactie oproept.
Lymfocyten (witte bloedcellen):
- 20-30% van de witte bloedcellen zijn lymfocyten.
- Zitten in het lichaam, bijna niet in het bloed.
- Lymfocyten zijn o.a.: NK-cells, T-cellen (meerderheid), B-cellen.
B-cellen:
- Specifieke afweer.