Lecture: Externaliserende
gedragsstoornissen
Externaliserend gedrag: Brede term voor verschillende gedragingen naar buiten toe
- Het schoppen, schreeuwen, slaan gedrag. Hoort ook bij de normale ontwikkeling en
bij de emotie boosheid, met name rond de peutertijd en adolescentie zien dit vaak
- Maar waneer het functioneel beperkend wordt is dit wel een probleem
Agressie: Gedrag dat bedoeld is om een ander te schaden en deze ander ook werkelijk
schaadt, waarbij de ander de schade wil vermijden etc.
Proactieve agressie: opzoeken van ruzie op prikkels of op voorhand bedenken wat je daar
doen. Reactieve agressie heel fel reageren op hoe iemand reageerde, in reactie op.
Relationele agressie buitensluiten, roddelen, uitsluiten van de groep.
Regel overtredend gedrag: Alle gedrag dat in strijd is met op dat moment voor de
betreffende persoon gelende regels (formele regels en gedragscodes/verwachtingen,
ouderlijke regels, wettelijke regels etc.)
OTS (onder toezichtstelling): Wanneer thuis niet veilig genoeg is of ontwikkeling bedreigd
wordt kan het kind onder toezicht worden gesteld door een voogd vanuit jeugdzorg. Vaak
veel weerstand bij ouders een OTS is vak het gevolg van een rechtelijke uitspraak.
Welke factoren spelen een rol.
Bij gedragsstoornissen ligt een grote nadruk op het in kaart brengen van factoren die de
stoornis veroorzaken (meer dan bij andere stoornissen)
Onderverdeling 1 Onderverdeling 2
- Biologische factoren (Kind) - kind factoren
- Functionele factoren (Kind) - Gezinsfactoren
- Psychosociale fatoren/ context - omgevingsfactoren
- Culturele factoren
1. Biologische factoren (Kind)
Genetische factoren: Bij ODD en CD zien we een sterke genetische factor, maar naast het
biologische overerving zit er ook overerving in gedrag door bv leerprincipes
Neuro anatomische factoren (rol van de prefrontale cortex en de amygdala)
Neuro chemische factoren (verlaagde serotonine, cortisol en de testosteron en HPA ass)
Neurofysiologische factoren: Under arousel (lage autonome reacties, lage hartslag en
lage zweetproducties) > schrikken niet van stress het lichaam lijkt er niet op te reageren
als je bijvoorbeeld je stem verheft naar deze kinderen reageren ze niet in arousel niveau,
moeten veel meer prikkels voelen om effect te tonen (!)
- Dus niet het niet snappen van boosheid maar het niet aanvoelen
gedragsstoornissen
Externaliserend gedrag: Brede term voor verschillende gedragingen naar buiten toe
- Het schoppen, schreeuwen, slaan gedrag. Hoort ook bij de normale ontwikkeling en
bij de emotie boosheid, met name rond de peutertijd en adolescentie zien dit vaak
- Maar waneer het functioneel beperkend wordt is dit wel een probleem
Agressie: Gedrag dat bedoeld is om een ander te schaden en deze ander ook werkelijk
schaadt, waarbij de ander de schade wil vermijden etc.
Proactieve agressie: opzoeken van ruzie op prikkels of op voorhand bedenken wat je daar
doen. Reactieve agressie heel fel reageren op hoe iemand reageerde, in reactie op.
Relationele agressie buitensluiten, roddelen, uitsluiten van de groep.
Regel overtredend gedrag: Alle gedrag dat in strijd is met op dat moment voor de
betreffende persoon gelende regels (formele regels en gedragscodes/verwachtingen,
ouderlijke regels, wettelijke regels etc.)
OTS (onder toezichtstelling): Wanneer thuis niet veilig genoeg is of ontwikkeling bedreigd
wordt kan het kind onder toezicht worden gesteld door een voogd vanuit jeugdzorg. Vaak
veel weerstand bij ouders een OTS is vak het gevolg van een rechtelijke uitspraak.
Welke factoren spelen een rol.
Bij gedragsstoornissen ligt een grote nadruk op het in kaart brengen van factoren die de
stoornis veroorzaken (meer dan bij andere stoornissen)
Onderverdeling 1 Onderverdeling 2
- Biologische factoren (Kind) - kind factoren
- Functionele factoren (Kind) - Gezinsfactoren
- Psychosociale fatoren/ context - omgevingsfactoren
- Culturele factoren
1. Biologische factoren (Kind)
Genetische factoren: Bij ODD en CD zien we een sterke genetische factor, maar naast het
biologische overerving zit er ook overerving in gedrag door bv leerprincipes
Neuro anatomische factoren (rol van de prefrontale cortex en de amygdala)
Neuro chemische factoren (verlaagde serotonine, cortisol en de testosteron en HPA ass)
Neurofysiologische factoren: Under arousel (lage autonome reacties, lage hartslag en
lage zweetproducties) > schrikken niet van stress het lichaam lijkt er niet op te reageren
als je bijvoorbeeld je stem verheft naar deze kinderen reageren ze niet in arousel niveau,
moeten veel meer prikkels voelen om effect te tonen (!)
- Dus niet het niet snappen van boosheid maar het niet aanvoelen