• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 29 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Motivatie en de Zelfsturende Mens | UU | 2025/2026

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 29 pagina's

Samenvatting van hoofdstuk 1 t/m 11 van Understanding Motivation and Emotion (8 th Edition) van John Wiley & Sons voor het vak Motivatie en de Zelfsturende Mens () aan de Universiteit Utrecht. Onderdeel 2e jaar voor bachelor Psychologie. Samenvatting bevat alle kernconcepten en deze staan in een gestructureerd overzicht. Ideaal voor examenvoorbereiding en het snel begrijpen van de kernconcepten van dit psychologievak.

Voorbeeld van de inhoud

Motivatie en de Zelfsturende mens Sophie Steenhuijsen (UU 2025-2026)


H1: introductie
Motivatie: willen → innerlijke toestand gericht op/verlangt naar verandering
●​ intern proces (invloed = sociaal proces)
●​ gedragswetenschap
●​ Wat veroorzaakt gedrag?

Motieven: interne processen die gedrag energie, richting en volharding geven (worden
beïnvloed door externe gebeurtenissen)
1.​ Energie → kracht
2.​ Richting → doel
3.​ Volharding → uithoudingsvermogen

Specifieke motieven
1.​ Behoeften (biologisch en psychologisch)
2.​ Cognities
3.​ Emoties: gecoördineerd geheel van 4 aspecten;
a.​ Gevoelens: subjectief, verbaal
b.​ Opwinding: lichamelijk
c.​ Doel: specifieks bereiken
d.​ Expressie: non-verbaal tonen

Omgeving → afstandelijke/indirecte oorzaak
Motivatie en emotie → directe/proximale oorzaak
-​ intermediare variabelen: schakel tussen oorzaak (= antecedenten) en gevolg (=
uitkomst)

Misleidende theorieën
1.​ ‘’Verhoog zelfvertrouwen’’ → zelfvertrouwen is een effect, niet oorzaak
2.​ ‘’Geef prikkels en beloning’’ → verlaagt intrinsieke m. + perspectief van ander

Uiting van motivationele en emotionele toestanden (5 manieren)
A.​ Gedrag: 7 aspecten
1.​ Inspanning
2.​ Volharding
3.​ Latentietijd
4.​ Keuze doel
5.​ Kans op respons
6.​ Gezichts- en lichaamstaal
B.​ Betrokkenheid (= engagement): 3 facetten
1.​ Gedragsmatig: op taak blijven
2.​ Cognitief: mentale inspanning
3.​ Agentisch: initiatief nemen
C.​ Psychofysiologie: hormoonproductie → meetbare veranderingen
D.​ Hersenactivaties: EEG, fMRI
E.​ Zelfrapportage: dienen ALTIJD ondersteund te worden door andere 4

,Typen motivatie
1.​ Intrinsiek (=> interesse/nieuwschierigheid) > extrinsiek (=> externe druk/beloning)
2.​ Benaderen > Vermijden
3.​ Positieve, groei georiënteerde motieven > Negatieve, vermijdende (angst, stress)

motivationele en emotionele toestanden zijn dynamisch (= veranderen voortdurend) en
reciprook (= wedekerig) gerelateerd aan gebeurtenissen die ze veroorzaken (vb. leraren)
➔​ effectief reageren mogelijk door reageren als complex adaptieve systemen

Menselijke natuur
-​ Egoïstische zelf VS. Prosociale zelf: afh. van sociale context
-​ Ondersteunende omstandigheden nodig (toestanden vaan gesitueerd)
-​ Productiviteit opleveren, maar geluk opofferen werkt NIET! (‘Tiger Mom-aanpak’)
​ → interesse/doelen juist belangrijke bronnen van motivatie

Bewust vs. onbewust motivatie
●​ Taalgerelateerde structuren (bv. cortex) → bewust toegankelijk
●​ Niet-taalgerelateerd (bv. subcorticale brein) → minder (bv biologische behoeften)



H2: Historische lijnen

Filosofische fundamenten

Plato: hiërarchische, driedelige ziel
1.​ Appetitieve → lichamelijke verlangens (id)
2.​ Competitieve → sociale normen (superego)
3.​ Berekende → rede, keuze (ego)

Aristoteles:
1.​ Voedend
2.​ Gevoelig
3.​ Rationeel

→ vereenvoudigd naar dualisme van lichaam en geest
●​ lichaam: irrationeel en impulsgedreven
●​ geest: rationeel en spiritueel

René Descartes: voegde dimensie toe door motivatie te verdelen in actief en passief
●​ lichaam: reageert automatisch op prikkels (passief)
●​ geest (= de wil): actief en doelgericht
→ motivatieonderzoek splitste zich in fysiologie (lichaam) en filosofie (geest)

, Grand Theories: alles omvattende theorieën

1.​ De Wil (Descartes)
=> Stuurde actie en beheerde impulsen; handelingen identificeerbaar (bv. kiezen/weestaan)
●​ ‘’inzicht in wil geeft automatisch inzicht in motivatie’’
●​ Dubbel probleem: wil was onbegrepen, dus motivatie niet verklaarbaar

2.​ Instinct (Darwin, William Jame, McDougall): fysiologie
=> aangeboren, onbewuste drang tot gedrag, niet is gebaseerd op leren of ervaring
●​ Darwin: evolutie → gedrag heeft genetische aanleg
●​ William James: ontwikkelde de eerste instincttheorie
➔​ instinct + geschikte stimulus => impuls tot actie
●​ McDougall: alle menselijke motivatie vindt oorsprong in in genetisch bepaalde
instincten → zonder ‘’prime movers’’ zouden mensen passieve massa zijn
→ grootste probleem: cirkelredenering (unieke levenservaringen beïnvloeden gedrag)

3.​ Drift/drive (Freud, Hull): functionalisme
=> gedrag dient lichamelijke behoeften; biologisch onevenwicht → psychologische drift
(spanning) → motiveert gedrag om tekort te vervullen
●​ Freud: ZS probeert spanning te reduceren, drang (4 onderdelen) fungeert als
alarmsysteem dat aanzet tot actie
1.​ bron: lichamelijk tekort
2.​ impuls: psychologisch ongemak
3.​ object: behoeftebevrediging item
4.​ doel: tevredenheid/tijdelijk balans
●​ Hull: Drang (D) = samengevoegde energiebron van alle actuele lichamelijke
tekorten, puur fysiologische basis → levert energie, maar NIET richting (richting
bepaald door gewoonte)
-​ respons leidt snel tot drangreductie → leren
-​ Formule: Esr = Hsr x D
●​ Esr: sterkte v gedrag in aanwezigheid stimulus
●​ Hsr: gewoonte-sterkte
●​ D: drang (interne pushes)
-​ Gedrag alleen aanwezig als gewoonte en drang > 0
-​ Latere formule: Esr = Hsr x D x K
●​ K: incentive motivatie (externe pulls)

→ 3 beperkingen drijftheorie
1.​ motivatie komt niet altijd voor uit biologische tekorten (bv. anorexia)
2.​ Externe factoren (incentives) kunnen motivatie opwekken bij afw. van tekort
3.​ Leren vindt plaats zonder drangreductie

Jaren 1960: 2 nieuwe principes
1.​ Incentive: externe gebeurtenis die gedrag richting + energie geeft
2.​ Opwinding (arousal): alertheid en activatie → ‘’omgekeerde U-relatie’’: gematigde
opwinding leidt tot plezier, te weinig (verveling) of te veel (stress) zijn negatief

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: 21 november 2024 ISBN: 9781394219049 Druk: 8

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 11
Geüpload op
23 oktober 2026
Aantal pagina's
29
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,50

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen