Per begrip: begrip = betekenis. Daaronder staat een voorbeeld (Bijv.) en de kritiek (Bezwaar).
Dek de tekst achter het = af en zeg de betekenis hardop.
HC5 – Taak van de wetenschapper
Kern: de wetenschapper zoekt naar waarheid in relatieve vrijheid, maar heeft ook een
maatschappelijke en morele verantwoordelijkheid. Kennis is theoriegeladen en gesitueerd.
Wetenschap als bedrijf
Wetenschap als bedrijf = een kennisgenererende praktijk. Het gaat ook om hoe we tot
kennis komen.
Zuivere wetenschap = het ideaal (Verlichting) van onbevooroordeelde, objectieve en ware
kennis, los van de kerk.
Weber, Wissenschaft als Beruf = wetenschap omwille van de wetenschap, waardenvrij.
Marx = “het gaat erom de wereld te veranderen”, niet alleen te interpreteren.
Becker = “On whose side are we?” (jaren ’60).
Gouldner = aan onze eigen kant, tegen vertekening.
Fundamenteel vs toegepast
Fundamentele wetenschap = kennis omwille van de kennis (distantie).
Hammersley & Atkinson: de beste etnografie komt uit “knowledge for its own sake”.
Toegepaste/publieke wetenschap = bijdragen aan een maatschappelijk probleem
(betrokkenheid).
Green & Thorogood: de reflexively applied researcher kiest geen kant, maar vraagt
wat het onderzoek kan toevoegen.
Reflexiviteit = kritisch nadenken over je eigen positie, keuzes en invloed.
Wat is kennis? Zes posities
Weber = kennis is waardenvrij.
Positivisme / Wiener Kreis = kennis is afgeleid uit objectieve feiten.
Popper = kennis ontstaat via falsificatie.
Kuhn = kennis is wat binnen het huidige paradigma geldt.
Foucault = kennis is altijd vermengd met macht.
Haraway = kennis is gesitueerd.
Positivisme en kritiek
Positivisme = ware kennis accumuleert, is neutraal en gebaseerd op objectieve feiten. Het is
nog steeds dominant.
Bezwaar 1: er bestaan geen theorieloze feiten (theoriegeladen waarneming).
Bezwaar 2: een accumulatie van feiten (inductie) geeft geen waar beeld (Popper).
Bijv. zwaartekracht is ook een theorie die steeds veranderde:
1. Aristoteles: de aarde trekt aan.
2. Newton: massa’s trekken elkaar aan.
3. Einstein: tijdruimte is gekromd.
4. Snaartheorie.
Een theorie is dus nooit waar, hooguit nog niet onwaar.
ODG Deeltoets 2 – Stampversie · pagina 1 van 11
, Black urban underclass: vier manieren om ernaar te kijken.
Perspectief De underclass is…
Positivistisch / Durkheim Een sociaal feit
Constructivistisch Bedacht door “underclass studies”
Realisme Een opgelegde constructie die marginaliteit
onvermijdelijk laat lijken
Etnomethodologisch Te begrijpen via de lokale kennis van bewoners
Achterliggend debat: cultuur vs structuur. Les: wees niet naïef over “feiten”.
Gesitueerde kennis
Gesitueerde kennis (Haraway) = kennis is ingebed in de historische, culturele, talige en
waardencontext van de kenner. Ze is lokaal, veranderlijk, belichaamd en politiek.
Bijv. Swinzle Chauhan en vitiligo: ervaringskennis.
Bezwaar: het begrip is vaag, de kennis is gekleurd, en het is lastig te bepalen welke kennis het
best onderbouwd is.
Waarheid
Correspondentietheorie = waar is wat klopt met de werkelijkheid.
Coherentietheorie = waar is wat past in een samenhangend geheel (paradigma,
consensus).
Waarachtigheid = eerlijkheid en oprechtheid. Dat is iets anders dan waarheid.
Parrhesia = de waarheid spreken tegenover de macht (Foucault). Waarheid is hier moreel.
Baggini = het probleem is niet waarheid zelf, maar hoe en door wie die wordt vastgesteld.
On the Run (Goffman) = controversiële etnografie. Feiten bleken moeilijk controleerbaar.
Conclusie: waarheid veronderstelt interpretatiewerk.
Grenzen en vrije discussie
Debat niet nodig = platte aarde (consensus), telepathie (te weinig bewijs).
Debat lastig = revisionisme, IQ en ras (normatief), identiteitspolitiek.
Vrije discussie, voor: vooruitgang ontstaat door botsende ideeën.
Vrije discussie, tegen: vrijheid is niet absoluut, communicatie is een morele opgave, debat
kan privilege reproduceren.
Woke en privilege
Woke = bewust zijn van sociaal onrecht.
Op de universiteit: voornaamwoorden, safe spaces, dekolonisering, cancel culture.
Neiman = links ≠ woke. Het argument dat woke mensen afstoot is pragmatisch, niet
inhoudelijk.
Wekker, White Innocence = witte Nederlanders zien zich als tolerant, maar ontkennen
racisme en de koloniale geschiedenis.
Luyendijk = zeven voordelen: hoogopgeleid, hoogopgeleide ouders, wit, hetero, man,
Randstad, ABN.
Academisch privilege = de universiteit wil ongelijkheid bestrijden, maar reproduceert het.
Weaponizing = het debat gebruiken als politiek wapen tegen kwetsbare groepen.
ODG Deeltoets 2 – Stampversie · pagina 2 van 11