H B O -V E R PL E E G KU N D E · J A A R 1 · T &T 2 · W E E K 3
Stress, coping &
diagnostisch redeneren
Theorie & Toepassing 2 · psychologie & klinisch redeneren
6 28 ✓
leerdoelen, elk apart oefenvragen in differentiaaldiagnose-
uitgewerkt toetsstijl, met uitleg tabel
NA DEZE SAMENVATTING KUN JE
1. diagnostisch redeneren aan de hand van een casus
2. het begrip stress en de lichamelijke effecten van stress beschrijven
3. de relatie tussen stress en het immuunsysteem beschrijven
4. de fasen van het aanpassingssyndroom beschrijven
5. weerbaarheid, veerkracht en locus of control en hun effect op stress
beschrijven
6. copingstijlen en moderatoren en hun effect op stress uitleggen
Heads up for Hope Study · studiesamenvatting gemaakt door een HBO-V-student, met hulp van AI en
gecontroleerd tegen de literatuur. Geen officieel lesmateriaal van een hogeschool. Gebruik naast je
boeken.
Heads up for Hope Study · T&T 2 · week 3 · Stress, coping & diagnostisch redeneren 1
,Zo haal je het meeste uit deze samenvatting
Elke paragraaf hoort bij één leerdoel. Je leert dus precies wat er gevraagd wordt, niet meer en niet minder.
1 · Lees een leerdoel 2 · Leer de vetgedrukte woorden
Lees de vragen en antwoorden. Dek het Zo staan de begrippen meestal in de toets.
antwoord af en probeer het eerst zelf.
3 · Check jezelf 4 · Oefen
Vink een leerdoel pas af als je het kader “Kun je Maak achterin de 28 oefenvragen. De
dit uitleggen?” zonder te kijken kunt antwoorden staan erna, met uitleg.
beantwoorden.
LEGEND A
Onthoudtip = ezelsbrug · Let op = veelgemaakte fout · In de praktijk = toepassing in de zorg · Kun je
dit uitleggen? = check aan het eind van elk leerdoel.
Inhoud
1. Leerdoel 1: diagnostisch redeneren aan de hand van een casus
2. Leerdoel 2: het begrip stress en de lichamelijke effecten van stress beschrijven
3. Leerdoel 3: de relatie tussen stress en het immuunsysteem beschrijven
4. Leerdoel 4: de fasen van het aanpassingssyndroom beschrijven
5. Leerdoel 5: weerbaarheid, veerkracht en locus of control en hun effect op stress beschrijven
6. Leerdoel 6: copingstijlen en moderatoren en hun effect op stress uitleggen
7. Differentiaaldiagnose
8. Oefenvragen en antwoorden
9. Verantwoording
Heads up for Hope Study · T&T 2 · week 3 · Stress, coping & diagnostisch redeneren 2
, L EER D OEL 1
De student kan diagnostisch redeneren aan de hand van een casus
Wat is diagnostisch redeneren?
Diagnostisch redeneren is doelgericht informatie verzamelen en verwerken (bevragen, onderzoeken,
meten, observeren) om de toestand van de patiënt in te schatten en een diagnose te stellen: het antwoord
op ‘Wat is er aan de hand?’
Wat is het verschil tussen objectieve en subjectieve symptomen?
Subjectief (symptoms): wat de patiënt zelf ervaart en vertelt (hoofdpijn, ‘ik ben gespannen’).
Objectief (signs): wat jij waarneemt of meet (in zijn oog wrijven, hartslag 110, gewicht).
Je hebt beide nodig.
Welke vormen van anamnese en informatievergaring zijn er?
Anamnese: gesprek tussen patiënt en zorgverlener over voorgeschiedenis, klachten, gevolgen en
beleving.
Heteroanamnese: gesprek met iemand uit de naaste omgeving (partner, ouder) als de patiënt het zelf
niet kan.
Spoedanamnese: verkorte vorm in een spoedsituatie.
Probleemgerichte anamnese: gericht op één probleem(gebied), bijv. bij korte contacten.
Daarnaast: observeren, meten (RR, gewicht, BMI), het dossier en de overdracht.
Wat zijn de acht standaardvragen van diagnostisch redeneren?
1. Welke objectieve en subjectieve symptomen zijn er?
2. Hoe zijn deze te verklaren (anatomie, fysiologie, psychosociaal)?
3. Wat wil je nog meer weten?
4. Welke last heeft de patiënt ervan (activiteiten, participatie)?
5. Hoe reageert de patiënt erop (emoties, gedrag, zelfmanagement)?
6. Welke gezondheidsproblemen zijn er (stoornissen, beperkingen, participatieproblemen) — maak een lijst
van belangrijk naar minder belangrijk.
7. Wat zijn de kenmerkende verschijnselen van elk probleem?
8. Toets of die kenmerkende verschijnselen aanwezig of afwezig zijn.
Wat is ‘jumping to conclusions’?
Op basis van weinig informatie en een oppervlakkige beoordeling te snel een conclusie trekken
(kokervisie). Het risico: je mist de echte oorzaak en handelt verkeerd. Daarom toets je de kenmerkende
verschijnselen (vraag 8).
Heads up for Hope Study · T&T 2 · week 3 · Stress, coping & diagnostisch redeneren 3