Casus 2.3
Vraag 1: Aan welke hoofdgroepen van aandoeningen moet je denken bij de klacht
vermoeidheid? (zie schema in bijlage)
Aangezien de DD voor vermoeidheidsklachten erg lang is maken we eerst onderscheid
tussen pathologisch en fysiologisch en vervolgens 5 hoofdgroepen: Fysiologisch, Somatisch,
Psychisch, Sociaal of Onverklaard.
Zou je een oorzaak voor vermoeidheid kunnen bedenken die onder deze
groepen/subgroepen valt? (bv Pfeiffer valt onder somatische aandoening subgroep
infectieziekten)
Op het bord schrijven
Vraag 2: Welke anamnesevragen wil je stellen om de hoofdgroepen van oorzaken in kaart te
brengen en ernstige aandoeningen uit te sluiten?
- Welke vragen kunnen onderscheid maken tussen de verschillende hoofdgroepen?
- Welke vragen kunnen een ernstige aandoening minder waarschijnlijk maken?
- Vraag de studenten wat ze willen weten per hoofdgroep, en vooral waarom.
Op basis van de ALTIS stel je deze vragen:
- Aard: moeheid onderscheiden van sufheid, slaperigheid en depressie. Bij
inspanningsgebonden klachten is een somatische oorzaak waarschijnlijker. Sufheid past
meer bij een depressie en slaperigheid
- Tijdsbeloop: vragen naar het begin. In de ochtend erger dan ’s avonds past bij
depressie. In de avond erger dan ’s ochtends past bij somatisch.(Depressie kun je dus
ook onderscheiden door te vragen naar sufheid en naar somberheid) Voor CVS moeten
de klachten langer dan 6 maanden hebben aangehouden.
- Intensiteit: hoe erg is de moeheid
- Context: Hoe ziet iemands leven eruit. Vooral voor psychisch en sociaal van belang.
- Risicofactoren: medicijnen of alcohol
Hoe je specifieker infecties en maligniteiten uit kunt sluiten:
● Koorts
● Nachtzweten
● Verminderde eetlust
● Vermagering
● Veranderd defecatiepatroon
Specifiek andere dingen uitsluiten:
, ■ Dyspneu d’effort; nachtelijke dyspneu en oedeem passend bij
hartfalen.
■ Proximale spierpijn/stijfheid; polymyalgia rheumatica.
■ Dorst en veel plassen; diabetes mellitus
■ Gejaagdheid, hartkloppingen, vermagering; hyperthyreoïdie of
angststoornis.
■ Spierzwakte; somatische oorzaken.
■ Sombere stemming en gewichtsverlies; past bij depressie.
■ Keelontsteking past bij Pfeiffer
■ Oedeem ook bij ernstige nierfunctiestoornis
■ Uitvalsverschijnselen bij neruomusculaire oorzaak
Uitdeler 1
Vraag 3: Welke diagnose groepen zijn nu meer of minder waarschijnlijk?
Kijk ook hier eerst naar de groepen en houd rekening met de incidentie.
- Fysiologisch is minder waarschijnlijk;
- Somatisch:
- - Maligniteit; verminderd waarschijnlijk geen nachtzweten
- - Gastro-intestinaal waarschijnlijker
- - Hormonaal waarschijnlijker; onregelmatige menstruatie
- - Infecties niet waarschijnlijk; geen koorts
- - Bewegingsapparaat; minder waarschijnlijk
- - Hart en longen; niks over gezegd.
- - Hematologisch; kan wel. Onregelmatige menstruatie
- - Neuromusculair; geen klachten aangegeven, maar dit heeft ze waarschijnlijk niet.
- - Metabole; minder waarschijnlijk, niet frequent plassen (DM), ook is ze nog te jong
voor nierproblemen. Bij leverproblemen zou ze meer drinken.
- Psychisch; minder waarschijnlijk. Geen stress
- Sociaal; geen problemen.
- Overig; niet waarschijnlijk
- Onverklaard; niet waarschijnlijk. Het duurt nog geen 6 maanden dus geen CVS
Vraag 1: Aan welke hoofdgroepen van aandoeningen moet je denken bij de klacht
vermoeidheid? (zie schema in bijlage)
Aangezien de DD voor vermoeidheidsklachten erg lang is maken we eerst onderscheid
tussen pathologisch en fysiologisch en vervolgens 5 hoofdgroepen: Fysiologisch, Somatisch,
Psychisch, Sociaal of Onverklaard.
Zou je een oorzaak voor vermoeidheid kunnen bedenken die onder deze
groepen/subgroepen valt? (bv Pfeiffer valt onder somatische aandoening subgroep
infectieziekten)
Op het bord schrijven
Vraag 2: Welke anamnesevragen wil je stellen om de hoofdgroepen van oorzaken in kaart te
brengen en ernstige aandoeningen uit te sluiten?
- Welke vragen kunnen onderscheid maken tussen de verschillende hoofdgroepen?
- Welke vragen kunnen een ernstige aandoening minder waarschijnlijk maken?
- Vraag de studenten wat ze willen weten per hoofdgroep, en vooral waarom.
Op basis van de ALTIS stel je deze vragen:
- Aard: moeheid onderscheiden van sufheid, slaperigheid en depressie. Bij
inspanningsgebonden klachten is een somatische oorzaak waarschijnlijker. Sufheid past
meer bij een depressie en slaperigheid
- Tijdsbeloop: vragen naar het begin. In de ochtend erger dan ’s avonds past bij
depressie. In de avond erger dan ’s ochtends past bij somatisch.(Depressie kun je dus
ook onderscheiden door te vragen naar sufheid en naar somberheid) Voor CVS moeten
de klachten langer dan 6 maanden hebben aangehouden.
- Intensiteit: hoe erg is de moeheid
- Context: Hoe ziet iemands leven eruit. Vooral voor psychisch en sociaal van belang.
- Risicofactoren: medicijnen of alcohol
Hoe je specifieker infecties en maligniteiten uit kunt sluiten:
● Koorts
● Nachtzweten
● Verminderde eetlust
● Vermagering
● Veranderd defecatiepatroon
Specifiek andere dingen uitsluiten:
, ■ Dyspneu d’effort; nachtelijke dyspneu en oedeem passend bij
hartfalen.
■ Proximale spierpijn/stijfheid; polymyalgia rheumatica.
■ Dorst en veel plassen; diabetes mellitus
■ Gejaagdheid, hartkloppingen, vermagering; hyperthyreoïdie of
angststoornis.
■ Spierzwakte; somatische oorzaken.
■ Sombere stemming en gewichtsverlies; past bij depressie.
■ Keelontsteking past bij Pfeiffer
■ Oedeem ook bij ernstige nierfunctiestoornis
■ Uitvalsverschijnselen bij neruomusculaire oorzaak
Uitdeler 1
Vraag 3: Welke diagnose groepen zijn nu meer of minder waarschijnlijk?
Kijk ook hier eerst naar de groepen en houd rekening met de incidentie.
- Fysiologisch is minder waarschijnlijk;
- Somatisch:
- - Maligniteit; verminderd waarschijnlijk geen nachtzweten
- - Gastro-intestinaal waarschijnlijker
- - Hormonaal waarschijnlijker; onregelmatige menstruatie
- - Infecties niet waarschijnlijk; geen koorts
- - Bewegingsapparaat; minder waarschijnlijk
- - Hart en longen; niks over gezegd.
- - Hematologisch; kan wel. Onregelmatige menstruatie
- - Neuromusculair; geen klachten aangegeven, maar dit heeft ze waarschijnlijk niet.
- - Metabole; minder waarschijnlijk, niet frequent plassen (DM), ook is ze nog te jong
voor nierproblemen. Bij leverproblemen zou ze meer drinken.
- Psychisch; minder waarschijnlijk. Geen stress
- Sociaal; geen problemen.
- Overig; niet waarschijnlijk
- Onverklaard; niet waarschijnlijk. Het duurt nog geen 6 maanden dus geen CVS