• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 11 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Sociale en cross-culturele psychologie | RUG | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 11 pagina's

Deze samenvatting bevat alle stof van de gegeven colleges van het vak sociale en cross-culturele psychologie uit het jaar . Beknopt geschreven, maar bevat alles wat nodig is voor het tentamen. Ook benodigde stof uit het boek wordt behandeld. Zelf heb ik een 8 gehaald.

Voorbeeld van de inhoud

Sociale en cross-culturele psychologie

Hf 1

Behaviorisme: sociaal gedrag wordt gedreven door (werkelijke of waargenomen) kosten en baten/beloningen of
straffen; afgeleid van Pavlovs vroege werk over geconditioneerde reflexen en Skinners werk over operante
conditionering.

- Radicaal behaviorisme verklaart waarneembaar gedrag uitsluitend in termen van bekrachtigingsschema's, waarbij
andere onwaarneembare constructen worden genegeerd.

- Neobehaviorisme verklaart waarneembaar gedrag in termen van contextuele factoren en onwaarneembare
tussenliggende constructen zoals overtuigingen, gevoelens en motieven.

- Bekrachtigings-affectmodel van interpersoonlijke aantrekkingskracht: mensen gaan degenen aardig vinden met wie ze
positieve ervaringen associëren.

- Sociale-uitwisselingstheorie: sociale interacties zijn afhankelijk van de evaluaties van mensen van de betrokken
beloningen en kosten.

- Sociaal modelleren: mensen verdienen indirect door gedrag te imiteren waarvoor ze anderen bekrachtigd zien worden.

- Drive theorie: de sterkte van een aangeleerde respons beïnvloedt hoe goed we presteren voor een publiek.


College 2 + hf 2/3
Sociale cognitie: cognitieve processen en structuren invloed en beïnvloedt door sociaal gedrag. Hoe we informatie
verwerken.

Computer als metafoor voor mens als kennisverwerver. Goed -> het gaat om het 'vertalen' van een stimulus en daarna
opslaan en ophalen. Slecht -> mensen hebben emoties en motieven en beperkte capaciteit.

Jaren 70 -> De naïeve wetenschapper: Mensen gebruiken rationele, wetenschappelijke oorzaak-gevolganalyses om hun
wereld te begrijpen.
Jaren 80 -> Cognitieve vrek (miser): mens is zuinig met cognitieve vermogens en zet alleen in wanneer echt nodig. Veel
cognitieve shortcuts.
Jaren 90 -> Gemotiveerde tacticus: diverse strategieën. Gemotiveerd, eigen keuzes over denken door doelen en
motivaties.

Indrukken vormen van mensen ->
- Persoonsperceptie: uiterlijke kenmerken
- Lichaamstaal
- Attributies: verklaringen voor daden en uitspraken
Configureel model: indrukvorming op centrale kenmerken. Holistische benadering: construeren van diepere betekenis
door brokjes info. Asch.
Gestalt psychologie: als een geheel, waarbij de delen het geheel beïnvloeden.
Impliciete theorieën: kenmerken die samengaan. Als je 1 ding weet, veronderstel je meer dingen.

Primacy: eerder gepresenteerde informatie heeft een onevenredige invloed op sociale cognitie. Het kan iemands
perceptie, doelen en motivatie, attitudes en beslissingen, en gedrag beïnvloeden.
Recency: later gepresenteerde informatie heeft een onevenredige invloed op sociale cognitie. Dit gebeurt meestal
wanneer mensen afgeleid zijn of geen interesse hebben.

Wanneer je sociaal object tegenkomt:
- Schema's: structuren die kennis weergeen over concepten.
▪ Scripts: over algemene situaties gedachten
▪ Persoonsschema's: over unieke individuen
▪ Rolschema's: over rollen bijv leraar of moeder
▪ Zelfschema's: wie je bent
▪ Groepsschema's: stereotypen
- Sociale categorisatie: automatische neiging mensen in te delen in groepen door gemeenschappelijke kenmerken.
Accentuatie principe: gelijkenis binnen groep en verschillen tussen groep overschat.
- Heuristieken: eenvoudige beslisregel, niet echt nadenken

, ▪ Scripts: over algemene situaties gedachten
▪ Persoonsschema's: over unieke individuen
▪ Rolschema's: over rollen bijv leraar of moeder
▪ Zelfschema's: wie je bent
▪ Groepsschema's: stereotypen
- Sociale categorisatie: automatische neiging mensen in te delen in groepen door gemeenschappelijke kenmerken.
Accentuatie principe: gelijkenis binnen groep en verschillen tussen groep overschat.
- Heuristieken: eenvoudige beslisregel, niet echt nadenken
▪ Representativiteitheuristiek: overschatten van kans
▪ Beschikbaarheidsheuristiek: voorbeelden die zo te binnen schieten
▪ Verankerings-aanpassing: waarde als uitgangspunt en dan bijsturen

Drie manieren om schema's te veranderen:
- Boekhouding: langzame, geleidelijke verandering door de accumulatie van schema-inconsistente informatie.
- Conversie: plotselinge schemaverandering als gevolg van de accumulatie van schema-inconsistente informatie.
- Subtypering: schemaverandering die leidt tot de vorming van subcategorieën.

Sociale encodering: cognitieve processen beïnvloed door situatie. Context maakt informatie:
- Saillantie: opvallendheid door afwijking ten opzichte van anderen
- Levendigheid: een eigen, intrinsieke, eigenschap waardoor opvalt. Emotionele aantrekking.
- Toegankelijkheid: gemak waarmee schema's die we al hebben op kunnen roepen. Heel context afhankelijk, van
externe (omgeving) en interne (verwachtingen, doelen) factoren.
Priming: toegankelijkheid kennis manipuleren

Twee manieren om sociale informatie te verwerken:
1. Top-down – automatisch, gebaseerd op schema's en stereotypen
2. Bottom-up – gebaseerd op specifieke voorbeelden

Attributietheorie (Heider's): mensen als naïeve psychologen. Waarom gedraagt iemand zich zo? Oorzaak-gevolg.
▪ Intern: persoon. Karakter, diagnostisch.
▪ Extern: situatie. Toeval.

Corresponderende inferentietheorie: Hoe de oorzaak van gedrag wordt bepaalt. Intentie is af te leiden uit de gevolgen.
▪ Non-common effect: niet gedeelde kenmerken
Kelley's covariatietheorie: 3 soorten info om te beslissen of intern of externe oorzaak is.
1) Consensus: gedrag van anderen
2) Consistentie: zit persoon vaker in diezelfde situatie
3) Distinctiviteit: hoe is deze persoon in andere situaties

Causale schema's: ontbrekende info invullen over oorzaak gevolg.
▪ Discounting principe: door aanwezigheid van bepaalde oorzaak, heeft andere oorzaak minder invloed
▪ Augmenting principe: door remmende factor die aanwezig is, moet oorzaak wel oorzaak zijn

- Correspondentiebias/fundamentele attributiefout: gedrag van anderen ligt aan persoonlijkheid, situatie wordt
onderschat
- Actor-observerbias: ander persoon slecht gedrag ligt aan persoonlijkheid (intern)-> dispositioneel. Eigen slecht gedrag
ligt aan situatie (extern).
- Self-serving bias: successen aan onszelf te wijten en mislukkingen aan externe factoren
- Ultieme attributiefout: self serving op groepsniveau


College 3 + hf 4
Attitudes: algemene evaluatie van een object die positief of negatief is

1-component attitude model (Thurstone): of positief of negatief naar iets kijken
2-component attitude model (Allport):
▪ Affectieve component: gevoel
▪ Cognitieve component: kennis en overtuiging die gevoel sturen. Redenering
3-componenten attitude model (ABC):
▪ Affectief: gevoel
▪ Gedrag: wat doe je ermee
▪ Cognitie: overtuigingen

Één valentie dimensie: positief of negatief
Twee valentie dimensie: positief en negatief zijn onafhankelijk. Het ene sluit het ander niet uit -> attitudinale
ambivalentie

Balanstheorie = mensen geven de voorkeur aan consistentie in hun houding, overtuigingen en gedrag
▪ P-O-X-eenheid = verklaart relatie tussen individuen, objecten en attitudes
▪ P = persoon

Gekoppeld boek
 image
Michael Hogg, Graham Vaughan Hogg Social Psychology
Uitgever: Onbekend ISBN: 9781292409061 Druk: 9

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 oktober 2026
Aantal pagina's
11
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
2 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen