Een toetsing van de verzetprocedure bij de strafbeschikking aan het recht op toegang tot de rechter
Auteur: Simone Wernars
Studentnummer: 2735724
Faculteit: Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit van Amsterdam
Opleiding: Bachelor Rechtsgeleerdheid
Scriptiebegeleider: mr. B.J. Polman
Datum: 26 januari 2025
Aantal woorden: 5.329 (exclusief inhoudsopgave, voetnoten, bibliografie en bijlagen)
,INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding ....................................................................................................................................... - 2 -
1.1. Aanleiding .......................................................................................................................... - 2 -
1.2. Doel, onderzoeksvraag en deelvragen............................................................................... - 2 -
1.3. Methodologie en structuur van dit onderzoek .................................................................. - 3 -
2. De strafbeschikking ..................................................................................................................... - 4 -
2.1. Het wettelijk kader............................................................................................................. - 4 -
2.2. Het doel .............................................................................................................................. - 4 -
2.3. De procedure en gevolgen ................................................................................................. - 5 -
2.4. Tussenconclusie ................................................................................................................. - 5 -
3. De verzetprocedure bij de strafbeschikking ................................................................................ - 5 -
3.1. Het wettelijk kader............................................................................................................. - 5 -
3.2. De procedure ..................................................................................................................... - 6 -
3.3. De knelpunten.................................................................................................................... - 6 -
3.3.1. Het adviesgesprek met een raadsman ...................................................................... - 6 -
3.3.2. De controle (door de rechter) op strafbeschikkingen ............................................... - 7 -
3.3.3. Niet-ontvankelijkheid van het verzet......................................................................... - 7 -
3.4. Tussenconclusie ................................................................................................................. - 8 -
4. Het recht op toegang tot de rechter............................................................................................ - 8 -
4.1. Reikwijdte toegang tot de rechter ..................................................................................... - 9 -
4.2. Interpretatie van het EHRM op het recht op toegang tot de rechter ............................... - 9 -
4.2.1. Voldoende duidelijk................................................................................................... - 9 -
4.2.2. Effectief .................................................................................................................... - 10 -
4.2.3. Afstand doen van het recht op toegang tot de rechter ........................................... - 12 -
4.3. Tussenconclusie ............................................................................................................... - 13 -
5. Conclusie ................................................................................................................................... - 13 -
6. Bibliografie................................................................................................................................. - 14 -
6.1. Literatuur ......................................................................................................................... - 14 -
6.2. Kamerstukken .................................................................................................................. - 15 -
6.3. Jurisprudentie .................................................................................................................. - 15 -
7. Bijlagen ...................................................................................................................................... - 16 -
Bijlage 1 ......................................................................................................................................... - 16 -
-1-
, 1. Inleiding
1.1. Aanleiding
Steeds vaker worden straffen opgelegd zonder tussenkomt van de rechter, zo ook met de
strafbeschikking. Het is een afdoeningsmodaliteit van het Openbaar Ministerie (hierna: OM), waarbij
een straf, maatregel of aanwijzing wordt opgelegd.1 Voorgaande is een positieve ontwikkeling voor
zowel de rechtspraak als de verdachte. De werkdruk van de rechtspraak wordt immers ontlast en de
verdachte weet sneller waar hij aan toe is. Echter, de strafbeschikking heeft ook tot de nodige kritiek
geleid.
Deze kritiek blijkt onder andere uit verschillende Kamerstukken en rapporten van de procureur-
generaal bij de Hoge Raad (hierna: P-G). Zo blijkt dat het bewijs regelmatig onvoldoende is en dat de
strafbeschikking niet helemaal voldoet aan de wettelijke vereisten.2 Dit is zorgwekkend omdat het OM
met de invoering van de strafbeschikking, naast de taken van opsporing, vervolging en
tenuitvoerlegging, nu ook de bestraffing volledig in eigen hand heeft, zonder voorafgaande rechterlijke
controle.3 Het risico bestaat dat verdachten hierdoor de dupe worden van (onbedoelde) fouten van het
OM.4
De rechterlijke controle wordt nu achteraf mogelijk gemaakt door de verzetprocedure. Deze biedt
verdachten enige bescherming omdat de strafzaak daarmee alsnog wordt onafhankelijk wordt
beoordeeld door de rechter.5 Maar wordt de toegang tot deze rechter wel volledig gewaarborgd door
de verzetprocedure?
Onderzoek hiernaar is zowel maatschappelijk als juridisch relevant, aangezien het aantal strafzaken dat
met een strafbeschikking wordt afgedaan aanzienlijk stijgt: in 2010 was het percentage nog 3%, dit is
inmiddels gestegen naar 22% in 2023.6 Indien de verzetprocedure de toegang tot de rechter niet
voldoende waarborgt, heeft dat derhalve invloed op een grote groep verdachten.
Daarnaast is er wetenschappelijke relevantie vanwege aanhoudende kritiek op strafbeschikkingen,
zoals blijkt uit meerdere rapporten van de P-G. In het meest recente rapport “Buiten de rechter om” uit
2022, toetst de P-G de strafbeschikking aan nationale wetgeving en blijkt er sprake te zijn van meerdere
gebreken.7 Deze scriptie richt zich echter op de toetsing van de verzetprocedure bij de strafbeschikking
aan internationale wetgeving, namelijk het recht op toegang tot de rechter zoals vastgelegd in artikel
6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Het is van belang dat
Nederland dit recht, als verdragspartij, voldoende waarborgt.
1.2. Doel, onderzoeksvraag en deelvragen
Voorgaande brengt de volgende onderzoeksvraag met zich mee: “In hoeverre waarborgt de
verzetprocedure bij de strafbeschikking het recht op toegang tot de rechter conform artikel 6 EVRM?”
1
Art. 257a Sv.
2
Knigge & De Jonge van Ellemeet 2014 en Knigge & Peters 2017 en Knigge & Peters 2017 en Knigge & Peters
2019 en Peters 2015, p. 1.
3
Kamerstukken I 2005/06, 29849, D (VV I), p. 5 en Kamerstukken II 2004/05, 29849, nr. 3, p. 21 (MvT).
4
Peters 2015, p. 4.
5
Art. 257e Sv.
6
OM Kerncijfers 2010, p. 1 en OM Jaarbericht 2023, p. 17.
7
Frielink & Peters 2022, p. 5.
-2-