1: van Vraag naar Ontwerp (AM_1323)
HOORCOLLEGE 1: Complexe problemen en waar komen
onderzoeksvragen vandaan
Wetenschappelijk onderzoek begint niet bij een methode of statistische analyse, maar bij een
vraagstuk waarvoor kennis nodig is. Binnen de gezondheidswetenschappen kunnen dergelijke
vraagstukken vanuit verschillende bronnen ontstaan. Zo kunnen maatschappelijke problemen,
knelpunten in de wetenschap en behoeften vanuit de praktijk aanleiding geven tot het formuleren
van onderzoeksvragen.
Een onderzoeksvraag vormt vervolgens het startpunt van een proces waarin nieuwe
wetenschappelijke kennis wordt ontwikkeld. Dit proces bestaat uit verschillende opeenvolgende
stappen, waarbij vanuit de context wordt toegewerkt naar het formuleren en beantwoorden van een
onderzoeksvraag en uiteindelijk naar nieuwe inzichten en mogelijke impact.
Het ontwikkelen van wetenschappelijke kennis kan worden gezien als een stapsgewijs proces:
In deze cursus wordt bovenstaand proces stap voor stap doorlopen. Het plaatje is enigszins
misleidend, omdat het lijkt alsof de ene stap vanzelfsprekend op de andere volgt. In de praktijk
verloopt dit proces echter niet altijd zo lineair. Er kan bijvoorbeeld worden teruggegaan naar eerdere
stappen wanneer nieuwe inzichten of informatie daar aanleiding toe geven.
,Context: waar komen onderzoeksvragen vandaan?
Onderzoeksvragen ontstaan niet willekeurig.
De vraag ‘wat we moeten onderzoeken’
wordt beïnvloed door de context waarin
een probleem ontstaat, de belangen van verschillende betrokkenen en de beschikbare
wetenschappelijke kennis.
Binnen de gezondheidswetenschappen zijn verschillende stakeholders betrokken bij het bepalen
welke problemen en behoeften aandacht verdienen. Iedere stakeholder bekijkt een
gezondheidsprobleem vanuit een eigen perspectief en kan andere belangen, behoeften en
prioriteiten hebben.
• Maatschappij: maatschappelijke ontwikkelingen, problemen en behoeften kunnen aanleiding
geven om bepaalde gezondheidsproblemen te onderzoeken.
• Patiënten: kunnen aangeven welke problemen zij ervaren en aan welke kennis/zorg behoefte is.
• Hulpverleners: ervaren in de praktijk problemen waarvoor kennis of betere oplossingen nodig
zijn.
• Beleidsmakers: hebben kennis nodig om beleid te ontwikkelen, de volksgezondheid te
verbeteren en de zorg betaalbaar en doelmatig te houden.
Deze stakeholders kunnen ieder vanuit een ander perspectief naar een gezondheidsprobleem kijken
en verschillende belangen, behoeften en prioriteiten hebben. Hierdoor kunnen zij ook verschillende
opvattingen hebben over welke problemen relevant zijn en welke vragen onderzocht moeten
worden. De context bepaalt daarmee mede welke onderzoeksvraagstukken ontstaan en waarom
bepaalde onderwerpen als belangrijk worden beschouwd.
Vanuit deze context kunnen verschillende onderzoeksvraagstukken ontstaan. De context en de
perspectieven van stakeholders helpen bepalen welke onderwerpen belangrijk zijn om te
onderzoeken. Vervolgens kunnen concrete aanleidingen en kennislacunes duidelijk maken welke
specifieke vragen nog beantwoord moeten worden:
• Maatschappelijke en economische belangen
Maatschappelijke problemen kunnen aanleiding geven tot onderzoek. Ook beleidsmakers kunnen
onderzoeksvragen formuleren vanuit de behoefte om de volksgezondheid te verbeteren en de
zorg betaalbaar en doelmatig te houden. Onderzoek wordt dus niet alleen gestuurd door
wetenschappelijke belangen, maar ook door maatschappelijke, politieke en economische
belangen.
Voorbeeld: Wanneer zorgkosten stijgen of de toegankelijkheid van zorg onder druk staat, kan
onderzoek nodig zijn naar welke maatregelen effectief zijn en hoe beschikbare middelen zo goed
mogelijk kunnen worden ingezet.
• Evidence-based richtlijnen
Ook evidence-based (EB) richtlijnen kunnen aanleiding geven tot nieuwe onderzoeksvragen.
Wetenschappelijke beroepsgroepen ontwikkelen richtlijnen op basis van de beschikbare
wetenschappelijke kennis. Bij het opstellen of actualiseren van een richtlijn kan blijken dat voor
bepaalde onderdelen onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar is.
Er is dan sprake van ontbrekende kennis: er is onvoldoende bewijs om met zekerheid te bepalen
wat de beste aanpak is. Dit kan aanleiding geven tot nieuw onderzoek.
Voorbeeld: een richtlijn adviseert een bepaalde behandeling, maar het beschikbare
wetenschappelijke bewijs is onvoldoende om te bepalen welke behandelduur het meest effectief
is. Dit kan leiden tot een vraag naar welke behandelduur de beste gezondheidsuitkomsten
oplevert.
,• Wetenschappelijke literatuur
Een andere belangrijke bron voor nieuwe onderzoeksvragen is de wetenschappelijke literatuur.
Door eerder onderzoek te bestuderen, kan blijken dat bepaalde kennis nog ontbreekt of dat er
onduidelijkheid bestaat over een onderwerp.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer:
- bepaalde vragen nog niet zijn onderzocht
- bestaande onderzoeken elkaar tegenspreken
- resultaten niet goed kunnen worden vertaald naar een andere populatie of context
- bepaalde aspecten van een probleem nog onvoldoende zijn onderzocht
Door bestaande literatuur te onderzoeken en te vergelijken, bijvoorbeeld met een systematisch
literatuuronderzoek, kan ontbrekende kennis zichtbaar worden.
Voorbeeld: verschillende onderzoeken hebben onderzocht of een bepaalde interventie effectief is,
maar de resultaten spreken elkaar tegen. Door deze onderzoeken systematisch samen te brengen,
kan worden vastgesteld dat er nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de effectiviteit. Dit kan
vervolgens aanleiding geven tot een nieuwe onderzoeksvraag.
Binnen de gezondheidszorg zijn problemen vaak complex. Een gezondheidsprobleem staat meestal
niet op zichzelf, maar ontstaat door een samenspel van verschillende factoren en betrokken partijen.
De factoren kunnen bijvoorbeeld biologisch, psychologisch, sociaal of economisch van aard zijn,
waardoor het probleem multifactorieel is. Daarnaast zijn vaak verschillende disciplines en actoren
betrokken, waardoor een probleem multidisciplinair kan worden benaderd en soms
interdisciplinaire samenwerking nodig is om kennis uit verschillende disciplines te combineren. Een
complex probleem is daarom een probleem waarbij veel verschillende factoren en actoren op elkaar
inwerken, vaak op een niet-lineaire manier, waardoor niet altijd duidelijk is wat de oorzaak is of welke
oplossing het beste werkt.
Dit verschilt van een ingewikkeld probleem. Bij een ingewikkeld probleem zijn vaak meerdere
onderdelen betrokken, maar kan het probleem in principe worden opgelost door de verschillende
onderdelen afzonderlijk te begrijpen en volgens een bepaalde aanpak samen te brengen. Bij een
complex probleem beïnvloeden de onderdelen elkaar voortdurend, waardoor de uitkomst minder
voorspelbaar is.
Voorbeelden: complexe problemen
Voorbeeld 1: toegankelijkheid van zorg onder druk
Door personeelstekorten, vergrijzing en een toenemende zorgvraag staat de toegankelijkheid van zorg
onder druk. Dit kan leiden tot:
• Lange wachtlijsten voor onder andere de GGZ, huisartsenzorg en specialistische zorg
• Minder continuïteit van zorg
• Meer druk op mantelzorgers
• Een groter risico op vermijdbare gezondheidsschade door vertraging van zorg
Voorbeeld 2: complexe zorg voor mensen met beperkingen of intensieve zorgvragen
Mensen met een complexe beperking krijgen niet altijd passende en geïntegreerde zorg. Verschillende
vormen van zorg, zoals jeugdzorg, Wlz en Wmo, kunnen hierbij door elkaar lopen. Dit kan leiden tot:
• Onvoldoende gespecialiseerde voorzieningen
• Versnippering van zorg
• Onnodige opnames of een te lange verblijfsduur
• Groot risico op kwaliteitsverlies en overbelasting van families
, Voorbeeld 3: Acute zorg en SEH’s onder druk
De toenemende complexiteit van de zorgvraag zorgt voor druk op de acute zorg en de SEH’s. Dit kan
bijvoorbeeld leiden tot:
1. Overvolle SEH’s
2. Doorverwijzing van patiënten naar verder weg gelegen ziekenhuizen
3. Oudere patiënten lopen risico op functieverlies bij lange wachttijden
4. Onveilige druk op de ambulancezorg
Voorbeeld 4: Betaalbaarheid en financiële houdbaarheid van de zorg
Stijgende zorgkosten, hogere lonen, beperkte investeringsruimte en financiële druk op zorginstellingen
kunnen de betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg onder druk zetten. Mogelijke gevolgen zijn:
5. Minder behandelmogelijkheden
6. Sluiting van afdelingen
7. Uitstel of afstel van noodzakelijke zorg
8. Minder beschikbaarheid van dure geneesmiddelen
Voorbeeld 5: Klimaatgerelateerde gezondheidsproblemen
RIVM beschrijft klimaatimpact als een van de drie grootste uitdagingen voor gezondheid en zorg
richting 2050. Mogelijke gevolgen zijn:
• Meer spoedopnames bij hitte
• Verergering van astma en COPD door luchtverontreiniging
• Gezondheidsrisico’s voor mensen die in slecht geïsoleerde woningen wonen
• Hogere druk op wijkverpleging en thuiszorg
Voorbeeld 6: Chronische pijn
De World Health Organization (WHO) erkent chronische pijn als een van de grootste, meest
onderschatte en meest complexe gezondheidsproblemen wereldwijd. De oorzaken zijn vaak
multifactorieel en niet altijd eenduidig vast te stellen. Daarnaast spelen psychosociale factoren, zoals
stress, angst, depressie, werkproblemen en sociale omstandigheden, vaak een rol. Hierdoor vraagt
chronische pijn om een interdisciplinaire benadering, waarbij niet alleen naar biomedische factoren
wordt gekeken.
Onderzoeksvraagstukken
Omdat complexe gezondheidsproblemen uit
verschillende aspecten bestaan, kunnen ze
vanuit verschillende perspectieven worden
onderzocht. Het is daarom belangrijk om
eerst duidelijk te formuleren wat precies onderzocht moet worden. Een goed geformuleerd
onderzoeksvraagstuk geeft richting aan het onderzoek en maakt duidelijk welke informatie nodig is.
Afhankelijk van het doel van het onderzoek kunnen verschillende typen onderzoeksvragen worden
gesteld, bijvoorbeeld beschrijvende vragen (wat is er aan de hand?), verklarende vragen (waarom
gebeurt dit?), ervaringsgerichte vragen (hoe wordt iets ervaren?) en effectiviteitsvragen (wat werkt?).
De formulering van de onderzoeksvraag bepaalt daarmee welk aspect van het probleem centraal
staat.
Afhankelijk van het soort onderzoeksvraag kan onderzoek kwalitatief of kwantitatief zijn. Kwantitatief
onderzoek richt zich op het meten en analyseren van gegevens in cijfers, bijvoorbeeld om verbanden
of effecten van een gezondheidsprobleem te bepalen.