• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 78 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Stofwisseling & Endocrinologie | UU | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 78 pagina's

Korte samenvatting van het vak Stofwisseling en endocrinologie (DB2-SE) aan de Universiteit Utrecht. De samenvatting behandelt alle 22 hoorcolleges, van metabole basisprincipes tot endocriene aandoeningen zoals diabetes mellitus, hypothyreoïdie, Cushing's syndroom en calciumregulatie bij verschillende diersoorten. Met een duidelijke opbouw van metabole routes en regelingsmechanismen tot klinische toepassingen, vormt dit document een ideale basis voor examenvoorbereiding in de diergeneeskunde.

Voorbeeld van de inhoud

Stofwisseling & endocrinologie korte samenvatting
Nora Lemmens, 1466542
Inhoudsopgave

Hoorcolleges.......................................................................................................................... 2
HC01 Introductie & metabologica.......................................................................................2
HC02 Regulering van het koolhydraatmetabolisme........................................................... 3
HC03 Regulering van het lipidmetabolisme....................................................................... 7
HC04 Regulering van het eiwitmetabolisme.....................................................................11
HC05 Metabole strategie..................................................................................................14
HC06 Metabole adaptatie: vasten en inspanning.............................................................17
HC07 Biosynthese van melk............................................................................................ 21
HC08 Hyperlipemie en EMS............................................................................................ 24
HC09 Ketose / Hypoglycemie.......................................................................................... 28
HC10 Diabetes mellitus....................................................................................................32
HC11 H-H-endocriene klier as..........................................................................................37
HC12 Groeihormoon-stoornissen.....................................................................................41
HC13 Hypercortisolisme GD (syndroom van Cushing).................................................... 44
HC14 Hypercortisolisme bij het paard (PPID).................................................................. 48
HC15 Overige bijnierschorsaandoeningen.......................................................................51
HC16 Hypothyreoïdie....................................................................................................... 54
HC17 Schildkliertumoren / Hyperthyreoïdie..................................................................... 58
HC18 Calcium / PTH / Vitamine D bij hond en kat........................................................... 62
HC19 Calcium regulatie bij het paard...............................................................................66
HC20 Melkziekte / Kopziekte........................................................................................... 70
HC21 Reactiepatronen endocriene organen....................................................................74
HC22 Vasopressine / ADH, diagnostische aanpak van polyurie in de hond.................... 76

De syllabus is verwoven in de hoorcolleges, daar waar informatie ontbrak.

,Hoorcolleges

HC01 Introductie & metabologica
-​ Uitgangspunten van de regulatie van stofwisseling:
●​ een cel wil niets en denkt niet
●​ een cel reageert op hormonen of geeft hormonen af, omdat hij zo gemaakt is
-​ Niet-essentiële aminozuren → aminozuren die door het lichaam kunnen worden
gemaakt (uit glucose).
-​ Glucogene aminozuren → aminozuren waaruit glucose gemaakt kan worden.
-​ Omzetting van stoffen:
●​ lipolyse → afbraak van triacylglycerol naar vetzuren.
●​ TAG synthese → productie van TAG uit vetzuren
●​ lipogenese → productie van vetzuren uit Acetyl-CoA
●​ bèta-oxidatie → afbraak van vetzuren voor Acetyl-CoA
●​ gluconeogenese → productie van glucose uit pyruvaat
●​ glycolyse → afbraak van glucose voor pyruvaat
●​ citroenzuurcyclus / Krebs cyclus → samenkomst van alle
afbraakproducten voor productie van NADH / FADH2 en een beetje ATP
●​ oxidatieve fosforylering → productie van ATP
●​ pentose-fosfaatpad (PPP)
●​ ketogenese → vorming van ketonlichamen
-​ Naamgeving enzymen:
●​ dehydrogenase → enzym dat een substraat oxideert
○​ te herkennen aan NAD+, FAD of NADP+ aan de kant van het substraat
waar het enzym naar genoemd is (o.a. pyruvaat en lactaat
dehydrogenase)
●​ kinase → enzym dat een substraat fosforyleert.
○​ te herkennen aan ATP aan de kant van het substraat waarnaar het
enzym genoemd is (o.a. hexokinase, pyruvaatkinase).
○​ fosfatase → enzym dat fosfaat van een substraat verwijdert
●​ carboxylase → enzym dat een substraat carboxyleert (-COO groep erbij)
○​ te herkennen aan CO2 (o.a. pyruvaatcarboxylase, Acetyl-CoA
carboxylase en PEP-carboxykinase)
-​ Regulering van homeostase in hoofdregels:
1.​ twee tegengestelde paden lopen niet tegelijk
2.​ snelheid van glycolyse, Krebs cyclus en oxidatieve fosforylatie wordt bepaald
door de ATP behoefte
-​ Enzymen stimuleren of remmen:
1.​ meer/minder substraat aanbieden
●​ transcriptie
2.​ bestaande enzym actiever/inactiever maken
●​ allosterische beïnvloeding
●​ reversibele covalente modificatie
3.​ meer/minder enzymen maken

,HC02 Regulering van het koolhydraatmetabolisme
-​ Koolhydraten → chemische verbinding waaraan elk C-atoom een H2O molecuul zit.
-​ De lever zorgt voor:
●​ opname van suikers uit voeding
●​ omzetting van glucose naar glycogeen → TAG → export
●​ omzetting van lactaat, (glucogene) aminozuren en glycerol naar glucose
●​ productie van ketonlichamen (bij herkauwer ook in de pens!)
-​ Metabole mogelijkheden voor glucose:
●​ glycolyse → citroenzuurcyclus → oxidatieve fosforylering → ATP
●​ pentose-fosfaat pad → NADPH en ribose-5-P
○​ voor anti-oxidanten, biosynthese van lipiden en DNA/RNA
●​ glycogeenopslag in lever en spierweefsel
●​ Acetyl-CoA → vetzuren → TAG → vetopslag
-​ Glucose wordt opgenomen uit het bloed, gebruikt voor energie of opgeslagen voor
later gebruik. Dit verschilt per orgaan.
●​ opslag van glucose kan alleen in de lever en spier
●​ opslag in de vorm van vet
-​ Hypoglycemie heeft als eerste een gevolg op de hersenen, omdat glucose hun enige
energiebron, dus:
●​ verminderde opname van glucose door vetweefsel en spier
●​ secretie van glucose door de lever
-​ Spiercellen kunnen zowel glucose, vetzuren als aminozuren verbranden voor
energie. Rode en witte bloedcellen zijn grotendeels afhankelijk van glucose.
-​ De pancreas zorgt voor:
●​ hoge concentratie → insuline door de β-cellen
●​ lage concentratie → glucagon door de α-cellen
-​ Waarneming van glucoseconcentratie door β-cellen:
1.​ Glucose gaat via GLUT-2 de β-cellen in, als er véél glucose aanwezig is.
2.​ Glucose wordt omgezet tot ATP.
3.​ Aanwezigheid van ATP sluit ATP-rembare K+-kanaaltjes
4.​ depolarisatie
5.​ influx van Ca2+
6.​ afgifte van vesicle met insuline
-​ ATP-rembaar kalium-kanaal → kaliumkanaal op β-cellen die geremd wordt door
ATP en zo de glucoseconcentratie meet.


Opname Hormoon Afgifte Hormoon

Glucose GLUT-4 insuline (+) Afbraak van insuline (-)
leverglycogeen glucagon (+)
adrenaline (+)

Ketonlichamen Diffusie n.v.t. Ketogenese in n.v.t.
hepatocyt

, -​ GLUT-2 transporter → glucose transporter op de pancreas en in de lever met lage
affiniteit, waardoor insuline niet te snel wordt afgegeven.
●​ de lever heeft GLUT2, omdat het zowel bij hoge als lage concentraties
glucose moet kunnen verplaatsen van en naar het bloed
-​ GLUT-4 transporter → insuline-afhankelijke glucose transporter in spier- en
vetcellen, zit op een intracellulair vesicle totdat insuline zorgt voor versmelting met
het celmembraan.
●​ insuline receptor bindt 4 insuline en ondergaat daarmee conformatie
verandering, waardoor het actief wordt
-​ GLUT3-transporter → glucose transporter in de hersenen met hoge affiniteit.
-​ GLUT1-transporter → glucose transporter in alle lichaamscellen met normale
affiniteit

-​ Alleen de lever en de spier kan glycogeen synthetiseren, maar:
●​ spier breekt glycogeen af als er inspanning is o.i.v. adrenaline
●​ lever breekt glycogeen af als er glucose nodig is o.i.v glucagon
-​ Glucokinase in de lever wordt niet geremd door glucose-6-fosfaat en heeft een hoge
KM voor glucose (ca. 12 mM).
-​ Glycogeen synthase → enzym dat de lineaire keten van glycogeen maakt, wordt
gestimuleerd door insuline en geremd door glucagon.
-​ Proteïne fosfatase-1 → enzym dat enzymen defosforyleert bij aanwezigheid van
insuline, wat zorgt voor actief glycogeen synthase en inactief glycogeen fosforylase.
-​ Branching enzyme → enzym dat de vertakkingen aan glycogeen maakt.
-​ Gevolgen van branching:
1.​ betere oplosbaarheid
2.​ snellere synthese en afbraak
-​ (Glycogeen)fosforylase → enzym dat glycogeen afbreekt en fosforyleert tot
glucose-1-fosfaat, wordt gestimuleerd door glucagon en geremd door insuline.
●​ lever-glycogeenfosforylase wordt geïnactiveerd door insuline
●​ spier-glycogeenfosforylase wordt sterke
-​ Fosforylase kinase → enzym dat (glycogeen)fosforylase inactiveert, dat wordt
geactiveerd door door:
1.​ fosforylatie en deels geactiveerd door PKA
2.​ verhoogde calciumconcentratie (bindt aan calmoduline).
-​ Vanwege sterke calcium-influx in de spier is fosforylase kinase daar sterker aanwezig
-​ Debranching enzyme → enzym dat de vertakkingen van glycogeen afhaalt.
-​ Twee manieren om eiwit actief te maken, van conformatie te laten veranderen:
1.​ fosforylering → aanplakken van fosfaat (Pi) groep door kinase
2.​ binding van klein molecuul op allostere site (hormoon of second messenger).
-​ (Glycogeen)fosforylase wordt actief door fosforylering, omdat hierbij de actieve
centra vrij komt te liggen.
-​ Afbraak van glycogeen:
1.​ adrenaline en Ca2+(spier) of glucagon (lever) aanwezig
2.​ binding aan GPCR op spier- of levercel
3.​ GTP productie en binding aan adenylylcyclase
4.​ protein kinase A (PKA) actief
5.​ fosforylatie fosforylase en fosforylatie van glycogeen synthase
6.​ glycogeen afbraak en glycogeen synthase inactief

Documentinformatie

Geüpload op
21 oktober 2026
Aantal pagina's
78
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
17
Laatst verkocht
3 dagen geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen