Philosophy and Psychology Test
Bachelor Psychology Year 2
1. Wat is de hoofdstelling van sterke belichaming (strong embodiment)?
A Mentale vermogens worden het best verklaard door symbolische berekeningen die niet verankerd
zijn in het niet-hersen-gebaseerde lichaam (non-brain-based body) vereisen.
B Mentale vermogens zijn uitsluitend afhankelijk van representaties van het lichaam in de sensorische
en motorische cortex van de hersenen.
C Het niet-hersen-gebaseerde lichaam (non-brain-based body) speelt een centrale rol in de inhoud,
structuur en realisatie van mentale vermogens, die verder gaat dan hun representatie in de hersenen.
2. Welke van de volgende uitspraken is onderdeel van het geest-lichaam probleem (mind-body
problem)?
A Geest en lichaam hebben verschillende eigenschappen.
B We hebben een geest maar geen lichaam.
C Geest en lichaam hebben dezelfde eigenschappen.
3. Wat is het centrale doel van het experiment van Singer en Schachter?
A Demonstreren dat fysiologische opwinding gecombineerd moet worden met cognitieve interpretatie
om emoties te laten ontstaan
B Aantonen dat alleen fysiologische opwinding emoties volledig verklaart
C Bewijzen dat emoties volledig onafhankelijk zijn van lichamelijke veranderingen
4. De 'extended mind' hypothese, voorgesteld door Clark en Chalmers, beweert dat ...
A Cognitieve processen worden gekenmerkt door bewustzijn.
B Cognitieve processen kunnen worden gereduceerd tot hersenprocessen.
C Cognitieve processen kunnen (deels) worden geconstitueerd door externe objecten en
gebeurtenissen.
5. Volgens David Chalmers is het 'moelijke probleem' van bewustzijn (hard problem of
consciousness) het probleem van
A Verklaren waarom cognitieve functies en mechanismen gepaard gaan met fenomenaal bewustzijn
(phenomenal consciousness).
B Laten zien hoe bewuste ervaring causaal werkzaam kan zijn in de fysieke wereld.
C Het interne mechanisme specificeren dat bewuste ervaring realiseert.
6. Welke van de volgende strategieën illustreert de objectivistische visie op het begrijpen en
behandelen van aandoeningen (illnesses) het beste?
A Persoonlijk afgestemde therapiesessies ontwikkelen om de subjectieve ervaring van een patiënt met
betrekking tot diens aandoening en symptomen te onderzoeken.
B Schizofrenie behandelen door de culturele betekenis ervan te analyseren.
C SSRI's voorschrijven voor depressie om de onderliggende hersenaandoening aan te pakken.
Bachelor Psychology Year 2
1. Wat is de hoofdstelling van sterke belichaming (strong embodiment)?
A Mentale vermogens worden het best verklaard door symbolische berekeningen die niet verankerd
zijn in het niet-hersen-gebaseerde lichaam (non-brain-based body) vereisen.
B Mentale vermogens zijn uitsluitend afhankelijk van representaties van het lichaam in de sensorische
en motorische cortex van de hersenen.
C Het niet-hersen-gebaseerde lichaam (non-brain-based body) speelt een centrale rol in de inhoud,
structuur en realisatie van mentale vermogens, die verder gaat dan hun representatie in de hersenen.
2. Welke van de volgende uitspraken is onderdeel van het geest-lichaam probleem (mind-body
problem)?
A Geest en lichaam hebben verschillende eigenschappen.
B We hebben een geest maar geen lichaam.
C Geest en lichaam hebben dezelfde eigenschappen.
3. Wat is het centrale doel van het experiment van Singer en Schachter?
A Demonstreren dat fysiologische opwinding gecombineerd moet worden met cognitieve interpretatie
om emoties te laten ontstaan
B Aantonen dat alleen fysiologische opwinding emoties volledig verklaart
C Bewijzen dat emoties volledig onafhankelijk zijn van lichamelijke veranderingen
4. De 'extended mind' hypothese, voorgesteld door Clark en Chalmers, beweert dat ...
A Cognitieve processen worden gekenmerkt door bewustzijn.
B Cognitieve processen kunnen worden gereduceerd tot hersenprocessen.
C Cognitieve processen kunnen (deels) worden geconstitueerd door externe objecten en
gebeurtenissen.
5. Volgens David Chalmers is het 'moelijke probleem' van bewustzijn (hard problem of
consciousness) het probleem van
A Verklaren waarom cognitieve functies en mechanismen gepaard gaan met fenomenaal bewustzijn
(phenomenal consciousness).
B Laten zien hoe bewuste ervaring causaal werkzaam kan zijn in de fysieke wereld.
C Het interne mechanisme specificeren dat bewuste ervaring realiseert.
6. Welke van de volgende strategieën illustreert de objectivistische visie op het begrijpen en
behandelen van aandoeningen (illnesses) het beste?
A Persoonlijk afgestemde therapiesessies ontwikkelen om de subjectieve ervaring van een patiënt met
betrekking tot diens aandoening en symptomen te onderzoeken.
B Schizofrenie behandelen door de culturele betekenis ervan te analyseren.
C SSRI's voorschrijven voor depressie om de onderliggende hersenaandoening aan te pakken.