Deel 1
Deel 1: Het objectieve recht
Hoofdstuk 4: Recht en andere gedragsregels
4.1 Recht als godsdienst
4.1.1 De gedragsregels in godsdienst
Godsdienst:
Net zoals het recht bevatten godsdiensten gedragsregels die bijdragen aan orde
en rust in de samenleving. Ze geven voorschriften en richtlijnen voor het eigen
leven en de omgang met anderen.
Voorbeelden: de Bijbel en evangelies (christendom), de Thora (jodendom) en de
Koran (islam).
Het verschil met rechtsregels is dat deze voorschriften voor gelovigen worden
beschouwd als de wil van God, die aan mensen is geopenbaard. Sancties komen
vanuit religieus gezag of worden verwacht vanuit de ultieme goddelijke
rechtvaardigheid.
4.1.2 Religieuze rechtsstelsels
Niet-geseculariseerde samenleving
In een niet-geseculariseerde samenleving is er geen strikte scheiding tussen
rechtsregels en godsdienstige regels. Godsdienstige regels kunnen ook
rechtsregels zijn en worden uitgevaardigd of gesanctioneerd door religieus gezag.
De burgerlijke overheid kan haar gezag eveneens aan de godsdienst ontlenen.
Voorbeeld: In een theocratie is de godheid de bron van alle recht.
4.1.3 Godsdienstige regels in Seculiere Staten
A) DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT
Seculiere staten:
In seculiere staten zijn kerk en staat gescheiden: het staatsrecht en de
staatsautoriteit staan los van het geloof en de religieuze autoriteit.
Het christendom bevat volgens sommigen al een kiem van secularisering:
“Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.”
De band tussen islam en staat wordt soms als kenmerkend beschouwd,
maar kreeg historisch vooral vanaf de 11e eeuw vorm. De stichters van de
Sunni en Shia scholen benadrukten hun onafhankelijkheid van de staat.
Vandaag zijn 22 van de 49 staten met een moslimmeerderheid
constitutioneel seculier.
1