• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 19 pagina's
Arresten

Jurisprudentie Overzicht | Democratie en Rechtsstaat | UvA | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 19 pagina's

Dit jurisprudentie-overzicht ondersteunt het vak Democratie en Rechtsstaat aan de Universiteit van Amsterdam en bevat uitgebreide samenvattingen van drie belangrijke arresten van de Hoge Raad. De document behandelt o.a. Van den Bergh/Staat, het Harmonisatiewet-arrest en Waterpakt, met focus op de verhouding tussen rechter en wetgever, het toetsingsverbod (artikel 120 Grondwet) en de toetsing aan ongeschreven rechtsbeginselen. Dit materiaal is ideaal voor tentamenvoorbereiding staatsrecht omdat het de kernzaken, rechtsvragen en rechtsgevolgen van elk arrest helder uitlegt met praktische tentamenzinnen.

Voorbeeld van de inhoud

Democratie en rechtsstaat 2026-2027
jurisprudentie overzicht

Week 1
Geen jurisprudentie voorgeschreven.

Week 2

Uitgebreide samenvatting staatsrecht: drie arresten van de Hoge
Raad

Hieronder vind je per arrest de feiten, de rechtsvraag, de beslissing, de
kern en de rechtsregel, met uitleg van de belangrijkste begrippen en de
onderlinge samenhang. Dit is bedoeld als studiemateriaal voor een
tentamen staatsrecht.

Eerst is het belangrijk om twee begrippen te kennen:

 Formele wet: een wet die gezamenlijk door de regering en de
Staten-Generaal is vastgesteld volgens de grondwettelijke
procedure.

 Toetsingsverbod: artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter
niet beoordeelt of wetten in formele zin en verdragen grondwettig
zijn.

Let op: de arresten behandelen verschillende aspecten van de verhouding
tussen rechter en wetgever. Het arrest Van den Bergh/Staat gaat over de
toetsing van wetgeving, het Harmonisatiewet-arrest over toetsing aan
ongeschreven rechtsbeginselen en Waterpakt over de vraag of de rechter
de wetgever kan verplichten nieuwe wetgeving vast te stellen.



HR 27 januari 1961 — Van den Bergh/Staat

ECLI:NL:HR:1961:AG2059 ·

A. Feiten

De zaak betrof een geschil over de uitbetaling van een algemeen
ouderdomspensioen. De eiser stelde de Staat aansprakelijk voor de wijze
waarop de pensioenregeling op hem werd toegepast.

Het arrest wordt in het staatsrecht aangehaald vanwege de grenzen aan
de rechterlijke toetsing van wetgeving en de verhouding tussen de rechter
en de formele wetgever.

B. Rechtsvraag

,In hoeverre mag de rechter beoordelen of een wettelijke regeling in
overeenstemming is met de Grondwet?

Daarbij speelt een fundamenteel probleem: wat moet de rechter doen als
hij meent dat een wet niet verenigbaar is met een grondwettelijke regel?

C. Beslissing en kern

De rechter kan niet zomaar een wet van de formele wetgever terzijde
schuiven omdat hij meent dat deze in strijd is met de Grondwet.

De gedachte hierachter is dat de Grondwet de wetgevende bevoegdheid
en de positie van de verschillende staatsorganen regelt. De rechter mag
niet zonder grondwettelijke bevoegdheid de rol van de wetgever
overnemen.

D. Rechtsregel

De rechter mag een wet in formele zin niet toetsen aan de Grondwet. Het
toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet beschermt de positie van de
formele wetgever.

Daarbij moet je onderscheid maken tussen:

 Constitutionele toetsing: controleren of een wet verenigbaar is met
de Grondwet.

 Toetsing aan verdragen: artikel 94 Grondwet maakt het onder
voorwaarden mogelijk om nationale wettelijke voorschriften buiten
toepassing te laten als ze in strijd zijn met eenieder verbindende
bepalingen van verdragen of besluiten van internationale
organisaties.

E. Wat moet je onthouden?

Het arrest illustreert dat de rechter gebonden is aan constitutionele
grenzen. De rechter is niet bevoegd om iedere wettelijke regeling die hij
ongrondwettig vindt buiten toepassing te laten.

Tentamenzin: Van den Bergh/Staat wordt in het staatsrecht in verband
gebracht met het toetsingsverbod en de beperkte bevoegdheid van de
rechter tegenover de formele wetgever.

2. HR 14 april 1989 — Harmonisatiewet

ECLI:NL:HR:1989:AD5725 ·

Dit is een van de belangrijkste arresten over het toetsingsverbod in het
Nederlandse staatsrecht.

A. Feiten

, De overheid voerde de Harmonisatiewet in om verschillende regelingen
binnen het hoger onderwijs beter op elkaar af te stemmen. De wet had
onder andere gevolgen voor de berekening van de inschrijvingsduur van
studenten en de financiële consequenties daarvan.

Studenten die al met hun opleiding bezig waren, werden door de nieuwe
regeling geraakt. Zij hadden bij hun studiekeuze rekening gehouden met
de bestaande regels en stelden dat de wetswijziging hun gerechtvaardigde
verwachtingen aantastte.

De studenten vonden dat de toepassing van de nieuwe wet in strijd was
met fundamentele rechtsbeginselen, in het bijzonder het
rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Zij wilden dat de
rechter de wet buiten toepassing zou laten.

B. Rechtsvragen

De centrale vragen waren:

1. Mag de rechter een wet in formele zin toetsen aan ongeschreven
rechtsbeginselen, zoals het rechtszekerheidsbeginsel?

2. Kan de rechter een formele wet buiten toepassing laten als
toepassing ervan onredelijk of onrechtvaardig uitpakt?

3. Biedt artikel 120 Grondwet ruimte om een uitzondering te maken
wanneer fundamentele rechtsbeginselen in het gedrang komen?

C. Beslissing van de Hoge Raad

De Hoge Raad hield vast aan het toetsingsverbod. De rechter mag een wet
in formele zin niet toetsen aan de Grondwet en evenmin aan
ongeschreven fundamentele rechtsbeginselen van de Nederlandse
rechtsorde.

Dat geldt ook als toepassing van de wet in een concreet geval onbillijk
uitpakt of gerechtvaardigde verwachtingen aantast.

De rechter mag dus niet zelf beslissen dat een formele wet wegens strijd
met het rechtszekerheidsbeginsel niet hoeft te worden toegepast.



D. De rechtsregel

Artikel 120 Grondwet verhindert niet alleen toetsing van formele wetten
aan de Grondwet, maar ook toetsing aan ongeschreven fundamentele
rechtsbeginselen.

Er bestaat wel een belangrijk onderscheid met internationaal recht. Op
grond van artikel 94 Grondwet kan een rechter een nationale wettelijke

Documentinformatie

Geüpload op
20 oktober 2026
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2026/2027
Type
Arresten
€7,95

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen