Hoofdstuk 1
Gezondheid = toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk
welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken
(WHO)
Mondgezondheid = toestand zonder pijn, kanker, infecties, parodontale
problemen, cariës, missende elementen, en andere aandoeningen die bijten
kauwen lachen en praten beperken, gepaard met psychosociaal welzijn
Cariës = lokale vernietiging van hard tandweefsel doordat suikers in voeding
worden omgezet in organische zuren die zorgen voor demineralisatie van glazuur
—> verlies van hard tandweefsel
Andere aandoeningen van harde tandweefsels erosie, attritie, abrasie,
abfractie
& ontwikkelingsdefecten zoals hypoplasie (onvoldoende glazuur) en
hypomineralisatie (niet goed gevormd) gebeurt tijdens de amelogenesis
(glazuurontwikkeling)
Ecologie = dynamiek van wisselwerking tussen organismen met hun
levensgemeenschappen en populaties, de abiotische omgeving en de
wisselwerking daartussen binnen een afgebakende eenheid.
Cariës = gevolg van interactie tussen tand, speeksel, MO
Tand bestaat uit glazuur, dentine, pulpa, wortelcement
Ontwikkeling, normale doorbraaktijden:
1e melktand: 6-8 maand
Volledig melkgebit: 2,5j
Eerste definitieve tand: 5-6j
Laatste definitieve tand: 18j
Cariësgevoelige plaatsen:
Melkgebit occlusaal + approximaal
Def gebit occlusaal, foramen caecum, approximal, cervical/wortel opp
(ouderen)
,Morfologische structuren
Occlusaal
Pitten en fissuren: fossae (put), intersegmentale fissuren (op knobbels),
marginosegmentale fissuren (door id vlak), foramen caecum
Approximale vlakken
Breedte en locatie approxiaal cc molaar > premolaar
o Frontaal licht cc punt
o Dorsaal = vlak cc punt meer plaque retentie
Curvactuur (concaviteit approximaal)
o Convex = bol PM
o Concaaf = uitgehold profiel M plaque retentie
Cervicale glazuurdentinegrens en wortels
Gezonde gingiva CEJ thv marginale gingiva, onregelmatig en ruw waardoor MO
makkelijk plakken
CEJ = cemento enamel junction, grens tussen anatomische kroon en wortel
glazuur gaat over in wortel
Wortels ouderen:
Plaque bevorderende plaats ivm ruwheid van dentine
Geen macromorfologische structuren makkelijkere plaqueretentie
Gingivale recessies meer wortel opp bloot meer plaque-accumulatie
snelle cariësontwikkeling
Glazuur
Amelogenesis = glazuurvorming
Glazuur wordt gevormd door ameloblasten
Secretoire fase secretie proteïne + partiele vervanging door
mineraal. Proteïne maakt vorm van de tand, stukje word vervangen
door mineraal
, Maturatie fase grootste deel proteïne wordt vervangen door mineraal
90/95%
Einde van amelogenesis is net voor eruptie element. 90/95% van
proteïne
Chemische compositie en structuur apatiet kristallen
Glazuur is een kristallijne structuur bestaande uit 3 componenten:
1. calcium ionen Ca5 2+
2. fosfaat ionen (PO4)3 3-
3. hydroxi ionen OH –
Glazuur bestaat uit calciumfosfaat Ca5(PO4)3(OH) of hydroxyapatiet (HAP)
Kleinste entiteit
Hexagonale kristallen van 40nm diameter, 100-1000mnm lengte
Varianten zijn mogelijk door substitutie van ionen in HAP (OH-)
FHAP (fluor)
CHAP (carbotaatgemodificeerd)
MHAP (magnesium-gemodificeerd)
Het OH ion wordt vervangen door, F, Mg, CO3.
Fluor zorgt voor een compactere struuctuur dus minder ruimte tussen de ionen
wat zorft voor minder oplosbaarheid en minder gevoeligheid voor zuren. Het is
van belang dat de diameter van fluor en hydroxt ion verschilt voor compactere
structuur..
VOLGORDE OPLOSBAARHEID: FHAP < HAP < CHAP/MHAP
A. De kristallen vormen staafjes of prisma’s
B. Prisma’s lopen van dentine naar het tandoppervlak
C. Kristallen lopen grotendeels gelijk/parallel met de prisma’s
Glazuurprisma’s:
A. Zorgen voor relatie en oriëntering in het glazuur
, B. Cariësproces in glazuur verloopt evenwijdig tussen deze interkristallijne
structuur
Interkristallijne ruimtes:
De alignatie (rangschikking) van de kristallen is overal identiek behalve aan
de periferie (buitenkant): andere richting dan centraal.
Glazuur structuur
Glazuur is doorzichtig
Goed gemineraliseerd glazuur is translucent, onderliggend dentine bepaalt
kleur
Wanneer volume van interkristallijne ruimtes vergroot wordt het licht
gescattered (verspreid) en gereflecteerd waardoor een wittere kleur ontstaat
incisale vlak snijtand is translucent doordat licht door glazuur schijnt, dentine
absorbeert en reflecteert licht wat zorgt voor een donkere structuur in de
kern, licht gaat door glazuur door symmetrische samenstelling van
gealligneerde hydroxyapatiet samenstelling
melktanden zijn poreuzer dan definitieve wittere kleur
o melktanden hebben minder gerangschikte HAP kristallen waardoor er
meer absorbtie en reflectie van licht is dus witter oogt
o cariës proces verloopt sneller in melktanden door minder mooie
rangschikking, die toxinen dringen dieper door hierdoor
glazuur macroscopisch glad
glazuur microscopisch vertoont ontwikkelingsdefecten (puitjes en barstjes).
Deze anatomische ruwheden worden “Tome’s process pits’ genoemd, MO kunnen
hier in schuilen. Dit zijn eigenlijk afgestorven ameloblasten die zich daar met
epitheelcellen heeft gesmolten en zorgt voor micro putjes in glazuur
glazuur is het hardste weefsel in het lichaam, is oplosbaar in zuur <5,5pH, bevat:
HAP, FHAP, CHAP EN MHAP
Dentine en pulpa
dentine wordt gevormd door Odontoblasten
continue formatie secundair dentine met reductie pulpakamer.
Gewicht: 70% anorg, 18% org, 12% water
o Organisch deel = 90% collageen
Anorganisch deel + HAP kristallen kleiner dan in glazuur
Bestaat uit:
1. Dentinetubuli bevat odontoblastenuitlopers
2. Peritubulair dentine buitenste gedeelte dentinetubuli, grootste
mineralisatie graad, beschermt een beetje
3. Intertubulair dentine tussen tubuli
Pulpa = enkel weefsel, geen anorganisch materiaal (min)