Samenvatting voeding en mond
Belang van voeding
voedsel is brandstof voor het lichaam. Zorgt voor aanbreng van energie en
stoffen voor lichaamsfuncties
Voedingsmiddelen bevatten essentiële voedingsstoffen = voedingsstoffen die
nodig zijn om te overleven. Zorgen voor groei, in stand houden en functioneren
van het lichaam.
Niet essentiële voedingsstoffen zijn alle toevoegingen: zoals kleurstof, E-
nummers etc
Soorten voedingsstoffen en hun functies
- Brandstoffen = vetten, koolhydraten, eiwitten lichaamsfuncties en
energie
- Bouwstoffen = eiwitten, water, mineralen celbouw en celvernieuwing
- Beschermende stoffen = mineralen, vitamines, vezels, water bioactieve
stoffen gezond lichaam en herstel ziekte
- Voedingsvezels
Bouwstoffen = nodig voor groei en aanmaak van nieuwe cellen en weefsels en
voor opbouw van skelet en gebit. Eiwitten spelen een belangrijke rol.
Beschermende stoffen = versterken de weerstand tegen ziektes, voor verloop
van biochemische processen heb je vitamines en mineralen nodig als hulpstoffen.
Als dit niet optimaal is verlaagd de weerstand vandaar beschermende stoffen.
Hoeveel energie iemand nodig heeft is afhankelijk van geslacht, lengte, gewicht,
lichamelijke activiteit en fysiologische factoren.
Eenheid om energie aan te duiden is kcal of kJ
1 gram vetten 9 kcal (38 kJ)
1 gram koolhydraten 4 kcal (17 kJ)
1 gram eiwitten 4 kcal (17 kJ)
1 gram alcohol 7kcal (29 kJ)
3 Basisregels van evenwichtige voeding
1. Voeding moet dagelijks alle energie en voedingsstoffen aanbrengen
2. Voeding moet de energiebalans in evenwicht houden
3. Voeding moet een goede verhouding macronutriënten bevatten
- Koolhydraten (Kh) 50-55% van de energie
- Vetten (V) 30-35% van de energie
- Eiwitten ( E) 15% van de energie
,Indeling van voedingsstoffen op basis van grootte/behoefte:
Voedingsvezels zijn niet levensnoodzakelijk we kunnen goed functioneren zonder,
maar ze hebben veel positieve effecten op onze gezondheid.
Spijsvertering
Om energie uit macronutriënten te gebruiken moeten de voedingsstoffen eerst
worden verteerd.
De macronutriënten worden in spijsverteringskanaal afgebroken tot kleine
moleculen die uit de darm in bloedcirculatie worden opgenomen.
Micronutriënten hebben geen afbraak nodig.
Koolhydraten (sachariden)
Zijn de belangrijkste energieleveranciers.
Chemische structuur bestaan uit koolstof (C ), waterstof (H), en zuurstof (O),
binden tot een algemene structuurformule (CH2O)n
- Verteerbare K wordt verteerd, en onverteerbare K niet dit is de groep van
voedingsvezels
Monosacharide = 1 molecule. Veel voorkomende vormen:
- fructose (vruchtensuiker)
- Glucose (druivensuiker, dextrose)
- Galactose
Disachariden = 2 moleculen. Veel voorkomend:
- Sacharose (sucrose) glycose + fructose
- Lactose (melksuiker) galactose + glucose
- Maltose (moutsuiker) glucose + glucose = moutsuiker
,lactose intolerant > missen lactase om glucose en galactose te splitsen waardoor
lactose onverteerd in darm blijft. bacterien uit darm voeden zich met lactose en
fermenteren
Oligosachariden = meerdere monosacharide-moleculen (3-9), oligofructose
malto-dextrine = poeder om voeding aan te rijken > makkelijk te verteren en
proeft niet zoet hoe korter de keten hoe zoeter het proeft.
Polysachariden (meervoudige koolhydraten) = duizenden monosacharide-
moleculen. Zijn reserve Kh, is het zetmeel in planten. Zetmeel in planten.
Mono- en disachariden enkelvoudige koolhydraten (suiker in volksmond)
Polysachariden meervoudige/ complexe koolhydraten (granen en volkoren in
volksmond)
Koolhydraten leveren 50-55% van de energie. Meervoudige koolhydraten leveren
meer energie dan enkelvoudige koolhydraten.
Kh hebben een effect op de glycemie (bloedsuikerspiegel)
- Snel opneembare Kh (enkelvoudig) snelle opname in bloed maar ook snelle
energie afname
- Traag opneembare Kh (meervoudig) trage opname in bloed maar lang
energie van
suiker komt in de bloedbaan, er wordt een signaal gestuurd naar de
hersenen om insuline vrij te maken wat zorgt voor energieopname in cellen.
Insuline is een anabool hormoon dat de vet aanmaak stimuleert. Om insuline
pieken te voorkomen is het gebruik van meervoudige koolhydraten beter.
(hoe meer naar links hoe langer het duurt voordat het in de bloedbaan
geraakt
, Glycemische index (GI)
maat voor de snelheid waarmee de Kh de bloedglucosespiegel doen stijgen,
hoe langzamer hoe lager de GI hoe beter.
Voorbeeld hoog naar laag: druivensuiker – banaan – witte rijst – volkoren brood –
walnoten
Kanttekeningen:
1. Elk individu is anders en reageren dus anders op eten
2. De hoeveelheid koolhydraten per portie verschilt
3. Combinatie van voeding kan onvoorspelbare GI geven
Glycemische lading (GL) – rekening houdend met hoeveelheid Kh in een portie
Tips om glycemische index/lading te verlagen:
- Gebruik voedingsvezels (ongeraffineerde producten)
- Beperken van het aantal Kh per maaltijd
- Combinatie met andere voedingsstoffen zoals eiwit en vetten (banaan met
kwark ipv enkel banaan)
- Door evt verhitten komt de keten ies los waardoor het sneller verteerd.
Zoetstofen
worden gebruikt ter vervanging van suiker. Het heeft een andere structuur
waardoor het niet kan worden gebruikt als energiebron. Wordt beoordeeld adhv 3
criteria
1. Zoetkracht
2. Energie-aanbreng
3. Glycemiebeïnvloeding
ADI-waarde van zoetstoffen = aanvaarde dagelijkse inname in mg/kg
lichaamsgewicht.
Belang van voeding
voedsel is brandstof voor het lichaam. Zorgt voor aanbreng van energie en
stoffen voor lichaamsfuncties
Voedingsmiddelen bevatten essentiële voedingsstoffen = voedingsstoffen die
nodig zijn om te overleven. Zorgen voor groei, in stand houden en functioneren
van het lichaam.
Niet essentiële voedingsstoffen zijn alle toevoegingen: zoals kleurstof, E-
nummers etc
Soorten voedingsstoffen en hun functies
- Brandstoffen = vetten, koolhydraten, eiwitten lichaamsfuncties en
energie
- Bouwstoffen = eiwitten, water, mineralen celbouw en celvernieuwing
- Beschermende stoffen = mineralen, vitamines, vezels, water bioactieve
stoffen gezond lichaam en herstel ziekte
- Voedingsvezels
Bouwstoffen = nodig voor groei en aanmaak van nieuwe cellen en weefsels en
voor opbouw van skelet en gebit. Eiwitten spelen een belangrijke rol.
Beschermende stoffen = versterken de weerstand tegen ziektes, voor verloop
van biochemische processen heb je vitamines en mineralen nodig als hulpstoffen.
Als dit niet optimaal is verlaagd de weerstand vandaar beschermende stoffen.
Hoeveel energie iemand nodig heeft is afhankelijk van geslacht, lengte, gewicht,
lichamelijke activiteit en fysiologische factoren.
Eenheid om energie aan te duiden is kcal of kJ
1 gram vetten 9 kcal (38 kJ)
1 gram koolhydraten 4 kcal (17 kJ)
1 gram eiwitten 4 kcal (17 kJ)
1 gram alcohol 7kcal (29 kJ)
3 Basisregels van evenwichtige voeding
1. Voeding moet dagelijks alle energie en voedingsstoffen aanbrengen
2. Voeding moet de energiebalans in evenwicht houden
3. Voeding moet een goede verhouding macronutriënten bevatten
- Koolhydraten (Kh) 50-55% van de energie
- Vetten (V) 30-35% van de energie
- Eiwitten ( E) 15% van de energie
,Indeling van voedingsstoffen op basis van grootte/behoefte:
Voedingsvezels zijn niet levensnoodzakelijk we kunnen goed functioneren zonder,
maar ze hebben veel positieve effecten op onze gezondheid.
Spijsvertering
Om energie uit macronutriënten te gebruiken moeten de voedingsstoffen eerst
worden verteerd.
De macronutriënten worden in spijsverteringskanaal afgebroken tot kleine
moleculen die uit de darm in bloedcirculatie worden opgenomen.
Micronutriënten hebben geen afbraak nodig.
Koolhydraten (sachariden)
Zijn de belangrijkste energieleveranciers.
Chemische structuur bestaan uit koolstof (C ), waterstof (H), en zuurstof (O),
binden tot een algemene structuurformule (CH2O)n
- Verteerbare K wordt verteerd, en onverteerbare K niet dit is de groep van
voedingsvezels
Monosacharide = 1 molecule. Veel voorkomende vormen:
- fructose (vruchtensuiker)
- Glucose (druivensuiker, dextrose)
- Galactose
Disachariden = 2 moleculen. Veel voorkomend:
- Sacharose (sucrose) glycose + fructose
- Lactose (melksuiker) galactose + glucose
- Maltose (moutsuiker) glucose + glucose = moutsuiker
,lactose intolerant > missen lactase om glucose en galactose te splitsen waardoor
lactose onverteerd in darm blijft. bacterien uit darm voeden zich met lactose en
fermenteren
Oligosachariden = meerdere monosacharide-moleculen (3-9), oligofructose
malto-dextrine = poeder om voeding aan te rijken > makkelijk te verteren en
proeft niet zoet hoe korter de keten hoe zoeter het proeft.
Polysachariden (meervoudige koolhydraten) = duizenden monosacharide-
moleculen. Zijn reserve Kh, is het zetmeel in planten. Zetmeel in planten.
Mono- en disachariden enkelvoudige koolhydraten (suiker in volksmond)
Polysachariden meervoudige/ complexe koolhydraten (granen en volkoren in
volksmond)
Koolhydraten leveren 50-55% van de energie. Meervoudige koolhydraten leveren
meer energie dan enkelvoudige koolhydraten.
Kh hebben een effect op de glycemie (bloedsuikerspiegel)
- Snel opneembare Kh (enkelvoudig) snelle opname in bloed maar ook snelle
energie afname
- Traag opneembare Kh (meervoudig) trage opname in bloed maar lang
energie van
suiker komt in de bloedbaan, er wordt een signaal gestuurd naar de
hersenen om insuline vrij te maken wat zorgt voor energieopname in cellen.
Insuline is een anabool hormoon dat de vet aanmaak stimuleert. Om insuline
pieken te voorkomen is het gebruik van meervoudige koolhydraten beter.
(hoe meer naar links hoe langer het duurt voordat het in de bloedbaan
geraakt
, Glycemische index (GI)
maat voor de snelheid waarmee de Kh de bloedglucosespiegel doen stijgen,
hoe langzamer hoe lager de GI hoe beter.
Voorbeeld hoog naar laag: druivensuiker – banaan – witte rijst – volkoren brood –
walnoten
Kanttekeningen:
1. Elk individu is anders en reageren dus anders op eten
2. De hoeveelheid koolhydraten per portie verschilt
3. Combinatie van voeding kan onvoorspelbare GI geven
Glycemische lading (GL) – rekening houdend met hoeveelheid Kh in een portie
Tips om glycemische index/lading te verlagen:
- Gebruik voedingsvezels (ongeraffineerde producten)
- Beperken van het aantal Kh per maaltijd
- Combinatie met andere voedingsstoffen zoals eiwit en vetten (banaan met
kwark ipv enkel banaan)
- Door evt verhitten komt de keten ies los waardoor het sneller verteerd.
Zoetstofen
worden gebruikt ter vervanging van suiker. Het heeft een andere structuur
waardoor het niet kan worden gebruikt als energiebron. Wordt beoordeeld adhv 3
criteria
1. Zoetkracht
2. Energie-aanbreng
3. Glycemiebeïnvloeding
ADI-waarde van zoetstoffen = aanvaarde dagelijkse inname in mg/kg
lichaamsgewicht.