Leerdoel 1: Wat is ADHD?
ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is een neurobiologische
ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door een aanhoudend patroon van
onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit. Deze kenmerken moeten leiden tot
beperkingen in het dagelijks functioneren of de ontwikkeling. ADHD begint doorgaans in de
kindertijd en kan gedurende de ontwikkeling blijven bestaan. Mahone & Denckla beschrijven
ADHD daarom als een persisterende neurodevelopmental disorder met zowel structurele als
functionele verschillen in de hersenen.
De 3 centrale kenmerken zijn:
● Onoplettendheid
○ Bij onoplettendheid heeft iemand bijvoorbeeld moeite om de aandacht bij een
taak te houden, maakt hij/zij slordige fouten, lijkt niet te luisteren, heeft moeite
met organiseren en raakt gemakkelijk afgeleid. Het gaat dus niet simpelweg
om "niet kunnen opletten", maar om een persistent patroon van problemen
met aandacht en taakgerichte controle.
● Hyperactiviteit
○ Hyperactiviteit verwijst naar overmatige motorische of innerlijke onrust. Bij
kinderen kan dit bijvoorbeeld zichtbaar zijn doordat ze veel bewegen, opstaan
wanneer ze moeten blijven zitten of moeilijk rustig kunnen spelen. Bij oudere
adolescenten en volwassenen kan hyperactiviteit zich meer uiten als een
gevoel van rusteloosheid.
● Impulsiviteit
○ Impulsiviteit betekent dat iemand reageert voordat hij/zij voldoende heeft
nagedacht. Voorbeelden zijn antwoorden eruit flappen, moeite hebben met
wachten op de beurt en anderen onderbreken.
○ Belangrijk is dat niet iedereen met ADHD alle drie de kenmerken in dezelfde
mate heeft. Dit hangt samen met de verschillende presentaties van ADHD.
○ Mensen met ADHD kunnen sterk van elkaar verschillen in hun symptomen en
neuropsychologisch profiel.
Leerdoel 2: Welke vormen van ADHD zijn er?
De DSM-5 onderscheidt 3 presentaties van ADHD. Het woord presentatie is belangrijk: het
gaat om de manier waarop ADHD zich op een bepaald moment manifesteert. Dit kan
gedurende de ontwikkeling veranderen.
1. Overwegend onoplettende beeld
Hierbij staan problemen met aandacht en concentratie op de voorgrond. Er is onvoldoende
sprake van hyperactieve/impulsieve symptomen om de gecombineerde presentatie te
krijgen.
,Een kind kan bijvoorbeeld:
● gemakkelijk afgeleid zijn;
● moeite hebben met het afmaken van opdrachten;
● vaak dingen kwijtraken;
● moeite hebben met plannen en organiseren.
De oude term ADD wordt soms nog gebruikt voor dit beeld, maar ADD is geen aparte
diagnose meer in de DSM-5. Het wordt gebruikt als informele/oude benaming voor de
overwegend onoplettende presentatie.
2. Overwegend hyperactief-impulsieve beeld
Hierbij staan hyperactiviteit en impulsiviteit op de voorgrond. Er zijn onvoldoende
symptomen van onoplettendheid om de gecombineerde presentatie te krijgen.
3. Gecombineerde beeld
Hierbij zijn zowel voldoende symptomen van onoplettendheid als van
hyperactiviteit/impulsiviteit aanwezig.
Indeling van ernst (DSM-V)
● Licht; niet of nauwelijks meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te
kunnen toekennen zijn aanwezig, en de symptomen leiden slechts tot lichte
beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren
● Matig; er zijn symptomen of functionele beperkingen tussen licht en ernstig
aanwezig
● Ernstig; veel meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen
toekennen zijn aanwezig, of verschillende bijzonder ernstige symptomen zijn
aanwezig, of de symptomen leiden tot duidelijke beperkingen in het sociale
schoolse of beroepsmatige functioneren
Cognitieve Subtypen (Executieve Functie-profielen)
Uit neuropsychologisch onderzoek (onder andere door Roberts, Martel & Nigg) blijkt dat
mensen met ADHD op gedragsniveau hetzelfde type kunnen hebben, maar op cognitief
niveau sterk van elkaar kunnen verschillen. Op basis van testen naar executieve functies
(de 'besturingsfuncties' van ons brein, zoals werkgeheugen, plannen en gedragsremming)
worden drie cognitieve clusters onderscheiden:
1. Subtype met slechte responsremming (Poor Inhibitory Control):
Deze groep heeft voornamelijk moeite met het stopzetten van een directe reactie
(het remmen van impulsen).
2. Subtype met slechte flexibiliteit en verwerkingssnelheid (Poor Set-Shifting /
Speed):
Deze groep heeft moeite met het snel verwerken van informatie en het switchen
tussen verschillende taken. Dit subtype laat gemiddeld genomen de meeste
schoolse achterstand en bijkomende opstandige gedragsproblemen zien.
, 3. Subtype met intacte taakprestatie (Intact Task Performance):
Opvallend genoeg presteert ruim de helft van de kinderen met ADHD op
standaard executieve functietesten net zo goed als kinderen zonder ADHD. Bij
hen liggen de problemen mogelijk meer op het gebied van motivatie of
gevoeligheid voor beloningen.
Leerdoel 3: Wat is het verloop van ADHD?
ADHD is een ontwikkelingsstoornis. De symptomen beginnen meestal in de kindertijd en
kunnen gedurende de adolescentie en volwassenheid blijven bestaan. De manier waarop
ADHD zich uit, kan echter veranderen met de leeftijd. Symptomen kunnen gedurende lange
tijd aanwezig blijven, maar hun uitingsvorm verandert.
Kindertijd
● Bij jonge kinderen vallen vooral hyperactiviteit en impulsiviteit vaak sterk op. Ze
kunnen veel bewegen, moeilijk stilzitten, impulsief reageren en moeite hebben om
hun gedrag te remmen.
● Daarnaast kunnen problemen met aandacht, werkgeheugen en taakgericht gedrag
zichtbaar worden.
Adolescentie
● Tijdens de adolescentie kan de zichtbare hyperactiviteit afnemen. Problemen met
aandacht, impulsiviteit, planning en organisatie kunnen echter blijven bestaan.
● De eisen aan zelfstandig functioneren worden bovendien groter. Daardoor kunnen
ADHD-symptomen juist duidelijker problemen veroorzaken bij bijvoorbeeld school,
planning en sociale relaties.
Volwassenheid
ADHD kan ook in de volwassenheid blijven bestaan. Hyperactiviteit kan bijvoorbeeld
veranderen in een meer innerlijke rusteloosheid.
Mogelijke gevolgen zijn problemen met:
● studie of werk;
● planning en organisatie;
● relaties;
● impulscontrole;
● emotieregulatie.
Een groot deel van de symptomen bij een deel van de mensen tot in de volwassenheid blijft
bestaan en dat volwassenen onder andere problemen kunnen ervaren met zelfvertrouwen,
frustratie, stemming, stress, angst/depressieve klachten en middelengebruik.