Tijdvak 5
5.1~De renaissance
~In de 16e eeuw veranderde in Italië het mensbeeld en wereldbeeld sterk door de
Renaissance. In de middeleeuwen stond God centraal en was het individu ondergeschikt
aan de kerk. Tijdens de Renaissance kwam het individualisme op: de mens zelf kwam
centraal te staan. Men ging anders kijken naar de wereld (wereldbeeld) en naar de rol van
de mens daarin (mensbeeld). Door de grote rijkdom in Italiaanse steden zoals Florence,
Milaan en Venetië ontstond er veel aandacht voor kunst en architectuur, maar ook voor
wetenschap. Mensen gingen minder blind uit van kerkelijke autoriteit en meer zelf
onderzoeken en nadenken. Dit zie je bijvoorbeeld terug in het werk van Leonardo da Vinci,
die door eigen onderzoek het menselijk lichaam realistischer kon afbeelden in zijn kunst.~
~Kunstenaars kregen tijdens de Renaissance een hernieuwde interesse in de klassieke
oudheid door een hernieuwde oriëntatie op de cultuur van het oude Griekenland en
Rome. Geleerden lazen oude teksten en probeerden ideeën uit de oudheid opnieuw tot leven
te brengen. Dit gedachtegoed wordt het humanisme genoemd: een stroming waarin de
mens, zijn verstand en zijn ontwikkeling centraal staan. Kunstenaars en architecten lieten
zich inspireren door Romeinse bouwkunst en Griekse beeldhouwkunst bij het maken van
nieuwe kunst en architectuur. Een belangrijke humanist was Erasmus, die geloofde in de
ontwikkeling van de mens door kennis en kritisch denken. Zo zorgde de herontdekking van
de klassieke oudheid voor een compleet nieuw mens- en wereldbeeld in Europa.~
5.2~De Europese Expansie
~Vanaf de 15e eeuw begon de Europese expansie overzee, waarbij landen hun invloed
uitbreidden buiten Europa. Binnen ongeveer 200 jaar hadden Europese machten invloed op
bijna alle continenten. Deze overzeese reizen hadden verschillende motieven. Het
economische motief was belangrijk: handel in specerijen en andere zeldzame producten
leverde veel winst op. Politiek gezien zorgde gebiedsuitbreiding voor meer macht en aanzien.
Daarnaast was er een cultureel motief: het verspreiden van het christendom. Portugal zocht
een zeeroute naar Azië via de zuidkust van Afrika, terwijl Spanje via het westen probeerde
Azië te bereiken. Zo ontdekte Columbus per ongeluk Amerika. Door deze ontdekkingsreizen
ontstonden later grote overzeese rijken en werden Europese landen steeds machtiger.~
~De gevolgen van de Europese expansie waren groot en langdurig. Economisch ontstond
een wereldhandel waarbij miljoenen slaven vanuit Afrika naar Amerika werden vervoerd
om te werken op plantages. Europeanen stichtten ook factorijen, handelsplaatsen langs
de kusten van Afrika, Azië en Amerika. Veel gebieden werden kolonies die bestuurd werden
door een Europees moederland. De lokale bevolking werd vaak onderdrukt of stierf door
geweld en ziektes, waardoor zij economisch afhankelijk werden van Europa. Politiek leidde
dit tot meer macht voor Europese landen en tot onderlinge strijd om kolonies. Cultureel
verspreidden Europeanen het christendom wereldwijd, waardoor traditionele religies en
culturen onder druk kwamen te staan of verdwenen.~
5.3~De Reformatie