• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 36 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Literatuur Relatievermogensrecht | UvA | 2025/2026

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 36 pagina's

Samenvatting van de voorgeschreven literatuur voor Relatievermogensrecht voor studiejaar

Voorbeeld van de inhoud

Literatuur Relatievermogensrecht

Week 1 – Algemene huwelijksgevolgen

Hoofdstuk 1 – Geschiedenis van het huwelijksvermogensrecht

De vrouw was voorheen een gebruiksobject en later een gezagsobject. De emancipatie
begon voor de ongehuwde vrouw, deze kreeg steeds meer rechten. De voogdij over de
ongehuwde vrouw verdween, maar de gehuwde vrouw stond onder gezag van haar
man. De man had beheer en beschikking over haar goederen. Daarnaast was de
vrouw onbekwaam om op te treden in rechten of om overeenkomsten te sluiten. Het
christendom bracht erkenning van de vrouw als rechtssubject, waarna vereist werd dat
de vrouw toestemming voor huwelijk gaf. Ze stond nog wel onder voogdij, van vader of
man. Voor overdracht van voogdij werd ook een prijs betaald, eerst aan de voogd, later
werd deze meegegeven aan de bruid. Later werd deze prijs meer symbolisch en recht-
streeks door de man aan de bruid gegeven (de dos). Daarnaast was ook nog de mor-
gengave, een geschenk na de eerste huwelijksnacht. Beiden werden in het huwelijks-
contract vastgesteld. Dit contract is de oorsprong van de huidige huwelijkse voorwaar-
den. De eerste belangrijke veranderingen kwamen in 1901, waarna de vaderlijke
macht, ouderlijke macht werd. Uitoefening lag echter nog bij de man. Ook kon de
vrouw over haar eigen loon beschikken. Dit moest wel voortkomen uit een AO en be-
steed aan het gezin. Daarnaast kon een ongehuwde moeder nu ook bijstand vorderen
van de vader. In 1947 kreeg de vrouw naast ouderlijke macht ook recht tot gezamen-
lijke uitoefening daarvan. Sinds 1970 is man wettelijk gezien ook niet meer het hoofd
van de echtvereniging, waarmee man en vrouw wettelijk gezien gelijk werden gesteld.

Hoofdstuk 2 – Rechten en verplichtingen van echtgenoten

Betrekkingen tussen de echtgenoten
Titel 1.6 BW geeft algemene bepalingen, maar veel is ongeschreven recht. Wat wel is
vastgelegd is een plicht tot getrouwheid (Art. 1:81 BW). Ook zijn echtgenoten elkaar
hulp en bijstand verschuldigd. Daarnaast zijn echtgenoten jegens elkaar verplicht de
kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten hiervan te dragen (Art. 1:82 BW).
Hier vallen alle tot het gezin behorende kinderen onder, ook stiefkinderen en pleegkin-
deren. Voor de omvang per ouder is de financiële draagkracht beslissend (Art. 1:84.1
BW). Deze onderhoudsverplichting jegens de kinderen is verder uitgewerkt in Art.
1:247.1 en 1:404.1 BW. Het verschil is dat 82 ziet op de verplichting jegens elkaar en
247 en 404 op de verplichting jegens de kinderen. Bij separaat wonende ouders kun-
nen de echtgenoten (tot echtscheiding) zich dus het best beroepen op 82. Echtgenoten
hebben ook een informatieplicht jegens elkaar over gevoerd bestuur en stand van goe-
deren en schulden (Art. 1:83 BW). Hierbij gaat het om goederen en schulden van de
gemeenschap maar ook om privégoederen en schulden.

Onderhoud tijdens en na het huwelijk
Echtgenoten moeten samen voorzien in de kosten der huishouding (Art. 1:84 BW).
Wat precies onder kosten der huishouding valt is onduidelijk maar kan gedefinieert als
de organisatie strekkende tot bevrediging van de materiële en geestelijke levensbe-
hoeften van de echtgenoten. De in het kader van deze organisatie ontstane financiële
verplichtingen vallen onder de kosten. Deze kosten komen als eerst ten laste van het
gemeen inkomen, waarbij ieder voor de helft draagplicht heeft. Maar daarna kunnen

,deze ook op persoonlijk inkomen en vermogen verhaald. Daadwerkelijke betaling gaat
echter naar rato, gebaseerd op het jaarinkomen (fourneerplicht). Bij bijzondere om-
standigheden kan van de draagplicht en fourneerplicht afgeweken. Echtgenoten mogen
van bovenstaande afwijken (Art. 1:84.3 BW). Dit kan bij schriftelijke overeenkomst of
bij huwelijkse voorwaarden. Hierbij kan bijdrage van één van de echtgenoten ook ge-
heel uitgesloten (nihilbeding). Dit sluit een beroep op Art. 1:81 en 1:82 BW echter niet
uit als de aangewezen echtgenoot de kosten niet kan dragen. Geschillen kunnen voor-
gelegd aan de rechter (Art. 1:84.4 BW). Tijdens scheidingsprocedure of wanneer echt-
genoten niet meer samenwonen, gaan bovengenoemde verplichtingen gewoon door.
Op grond van Art. 821 en 822 Rv kan de rechter wel bedragen vaststellen die echtge-
noten aan elkaar moeten voldoen. Deze vervangen de bijdragen op grond van Art.
1:84 BW.

Na scheiding maken echtgenoten afspraken over de onderhoudsplicht in een schei-
dingsconvenant. Komen ze er niet uit, dan kan de rechter hierin oordelen. Onderhouds-
plicht na scheiding kan ingewikkeld worden wanneer één van de echtgenoten een
nieuwe partner (en onderhoudsplicht) krijgt. Daarbij geldt dat levensonderhoud voor
kinderen en stiefkinderen voorrang krijgen boven andere onderhoudsgerechtigden als
de onderhoudsplichtige te weinig draagkracht heeft (Art. 1:400 BW).

Een echtgenoot is niet wettelijk verplicht maatregelen te treffen voor onderhoud van de
langstlevende na zijn overlijden, maar hier ligt wel een morele plicht. Dit kan zelfs een
natuurlijke verbintenis zijn als die plicht zeer dringend is (De Visser/harms).

Dubbele aansprakelijkheid voor schulden van gewone gang van de huishouding
Iedere echtgenoot is voor het geheel aansprakelijk voor de ten behoeve van de ge-
wone gang van de huishouding aangegane verbintenissen (Art. 1:85.1 BW). Dit geeft
dus dubbele aansprakelijkheid en een inbreuk op het beginsel in het huwelijksvermo-
gensrecht dat het ontstaan van aansprakelijkheid door trouwen niet verandert. Wat on-
der ‘gewone gang’ valt wordt vastgesteld met een objectief criterium, waarbij wel ook
gekeken wordt naar de omstandigheden van het betrokken echtpaar. Vuistregel is dat
alle rechtshandelingen waarvan de handelende echtgenoot niet verwacht dat hij daar-
over eerst met de andere echtgenoot moet overleggen, en waarvan de ander ook niet
verwacht vooraf geraadpleegd te worden omdat de omvang daarvan zo gering is dat
het gezinsinkomen of – vermogen dit makkelijk kan dragen, onder bereik van Art. 1:85
BW vallen. Tot het huishouden behoort ook het verzorgen en opvoeden van de kin-
deren. Belasting schulden of schulden uit OD vallen hier niet onder, gezien deze niet
zijn aangegaan maar verbintenissen zijn uit de wet.

Bij Art. 1:85 BW gaat het om hoofdelijke aansprakelijkheid, wat verder wordt geregeld
in Art. 6:6 e.v. BW. Aansprakelijkheid kan niet bij HV uitgesloten. Iedere echtgenoot
kan in rechte aangesproken tot nakoming, ook op privévermogen (Art. 3:276 BW).
Aansprakelijkheid vervalt bij scheiding van tafel en bed (Art. 1:92a BW).
Bij te veel schulden kan de ene echtgenoot uitsluiting van aansprakelijkheid bij de
rechtbank verzoeken (Art. 1:86 BW). Dit alleen bij gegronde reden. Verhaal op privé-
vermogen is dan niet meer mogelijk.

Vergoedingsrechten
Als de ene echtgenoot betaalt voor een goed van de ander of ter voldoening van een
schuld van de ander, heeft deze een vergoedingsrecht. Een algemene regeling is

,neergelegd in titel 1.6 BW. Dit is verder uitgewerkt in Art. 1:95 BW. De hoogte van de
vergoeding is uitgewerkt in Art. 1:87.2 en 3 BW. Hierbij wordt naar waarde (rekening
houdend met prijsstijgingen of dalingen) berekend. Het gedeelte van de waarde van
het goed dat betaalt is door de andere echtgenoot ten tijde van bijdrage wordt bepaald
en als dit percentage is vastgesteld, wordt de waarde berekend met huidig peildatum
(Art. 1:87.2a BW). Sub a ziet echt op investering in de koop van een goed. Sub b ziet
op investering in een al aanwezig goed van de ander (bv. Verbouwing huis). Hier wordt
de vergoeding berekent door de waarde van het goed ten tijde van de verbouwing vast
te stellen en dit te vermeerderen met de verbouwingskosten. Het bedrag van de ver-
bouwing dat door de ander wordt betaalt moet dan als percentage worden uitgedrukt
van het eerder genoemde bedrag. (Bv. Huis = 200.000, verbouwing = 100.000 (door
partner). Partner heeft dan recht op 1/3de vergoeding van de eindwaarde van het huis
ten tijde van de peildatum). Als een goed wordt vervreemd (bv. weggeschonken), wordt
de waarde berekent op moment van schenking. Uitzonderingen op bovenstaande
staan in lid 3. Kan de vergoeding niet nauwkeurig vastgesteld, dan wordt deze geschat
(Art. 1:87.5 BW).

Sancties in het huwelijksrecht
Het familierecht heeft zijn eigen sancties. Overtreding leidt niet tot ontbinding, maar
hieruit kan wel de conclusie volgen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dit kan
grond zijn voor echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Art. 1:151 of 1:169 BW).

Kamerstukken 28 867 – C – 2008/2009 – aanpassing wettelijke gemeenschap van
goederen

Op grond van Art. 1:94 BW bestaat op moment van huwelijk van rechtswege een ge-
meenschap van goederen. Goederen en schulden die op bijzondere wijze aan één van
de echtgenoten verknocht zijn vallen hierbuiten tenzij de verknochtheid zich hier niet
tegen verzet (Art. 1:94.5 BW). Of dit het geval is hangt af van de aard van het goed en
waarbij ook gekeken wordt naar de maatschappelijke opvattingen hierover. Gaat het
om schade en vergoeding daarvan dan moet blijken op welke schade de vergoeding
betrekking heeft. Er kan sprake zijn van verknochtheid bij vergoeding van schade die
door gelaedeerde in toekomst, na ontbinding van gemeenschap, zal worden geleden.

Art. 1:99 BW geeft een aantal gevallen waarbij de gemeenschap van goederen van
rechtswege wordt ontbonden. Maar wanneer partijen een rechtskeuze opnemen voor
recht van een ander land, valt dit hier niet onder. Redenering daarbij is dat door een
andere rechtskeuze het NL recht sowieso al buiten werking wordt gesteld en dus ook
het NL huwelijksvermogensrecht. Een dergelijke rechtskeuze heeft terugwerkende
kracht (Art. 6.3 Haags huwelijksvermogensverdrag).
Art. 1:87 BW geeft een echtgenoot recht op vergoeding wanneer zijn vermogen wordt
gebruikt voor de verkrijging of aflossing van een zaak van de ander. Dit lijkt heel erg op
Art. 1:136 BW. Beiden gaan uit van een beleggingswaarde, waarbij het tijdstip waarop
aflossingen zijn gedaan niet van belang is. Dit is wel het geval als het gaat om een bij-
drage aan een verbouwing. Wordt een investering gedaan zonder toestemming van de
ander, dan deelt die ander wel in winst van het goed, maar niet in verlies (Art. 1:87.3a
BW). Art. 1:136 BW is een lex specialis en is van toepassing als in de huwelijkse voor-
waarden een verrekenbeding is opgenomen.

, Week 2 – Handelingsonbevoegdheid en bestuursregeling privégoederen

Hoofdstuk 2 – Rechten en verplichtingen van echtgenoten

Beperkingen in de handelingsbevoegdheid van de echtgenoten
Sommige rechtshandelingen worden ingeperkt in het belang van de economische posi-
tie van het gezin, ter gezinsbescherming. Zo geeft Art. 1:88 BW een inbreuk op de
handelingsbevoegdheid, waarbij de echtgenoot voor genoemde handelingen toestem-
ming nodig heeft van de andere echtgenoot. Zo niet, dan is de rechtshandeling in be-
ginsel vernietigbaar (Art. 1:89 BW). Vernietiging heeft geen invloed op de beschik-
kingsbevoegdheid van de echtgenoot, wel op de handelingsbevoegdheid. Dit geeft een
titelgebrek, geen onbevoegdheid (in het kader van derdenbescherming).

Art. 1:88 BW geeft vier categorieën rechtshandelingen die toestemming vereisen:
• Overeenkomsten tot vervreemding, bezwaring of in gebruikgeving en rechtshan-
delingen strekkende tot beëindiging van het gebruik van een bewoonde woning
of van zaken die hierbij behoren.
• Giften (tenzij gebruikelijk, niet bovenmatig)
• Overeenkomsten tot borgstelling of hoofdelijkheid (tenzij voor normale uitoefe-
ning van beroep of bedrijf)
• Overeenkomsten van koop op afbetaling, tenzij voor de normale uitoefening van
beroep of bedrijf.
Hieronder vallen alleen rechtshandelingen, geen feitelijke handelingen. Feitelijke han-
delingen ter belemmering van de in Art. 1:88.1a BW bedoelde zaken kan wel een OD
opleveren. Art. 1:88 BW geldt ook voor niet-samenwonende echtgenoten, tenzij het
gaat om scheiding van tafel en bed. Op grond van Art. 1:92a BW is titel 6 dan namelijk
niet van toepassing.

Art. 1:88.2 BW geeft uitzonderingen op de toestemmingseis. Bijvoorbeeld wanneer de
rechtshandeling op grond van de wet of een eerdere rechtshandeling verplicht is.

De vormvereisten voor de toestemming staan in Art. 1:88.3 BW. Toestemming moet
schriftelijk of elektronisch wanneer de wet voor de rechtshandeling een vorm voor-
schrijft. In alle andere gevallen is de toestemming vormvrij. De toestemming kan alleen
aan de wederpartij gericht, deze hoeft niet ook aan de andere echtgenoot gegeven te
worden. Is een echtgenoot afwezig of weigert deze toestemming, dan kan de beslissing
van de rechtbank ingeroepen (Art. 1:88.6 BW). Dit kan alleen voordat de rechtshande-
ling wordt verricht.
Een rechtshandeling is geldig zolang geen beroep op de nietigheid is gedaan (Art.
1:89 BW). Zij is wel aantastbaar. Bij vernietiging zijn Art. 3:49 e.v. BW van toepassing
voor zover daarvan in Art. 1:89 BW niet wordt afgeweken.

nietigheid kan niet ingeroepen wanneer de wederpartij van de handelende echtgenoot
te goeder trouw was (Art. 1:88.2 BW) tenzij het gaat om een gift. Een gift omvat schen-
kingen (Art. 7:175 BW) en giften die geen schenkingen zijn (Art. 7:186.2 BW) waarbij
wel enige tegenprestatie verschuldigd is.

In het belang van het rechtsverkeer wordt de nietigheid op drie manieren beperkt:
• De nietigheid werkt niet van rechtswege, deze moet de echtgenoot (of erfgena-
men) inroepen.

Documentinformatie

Geüpload op
17 oktober 2026
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
17
Volgers
5
Items
24
Laatst verkocht
2 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen