1.1 Zuivere stoffen en mengsels
Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen, en die bestaan weer uit atomen. Atomen zijn de
bouwstenen van alle stoffen. Ze staan in het periodiek systeem.
Als een stof maar uit één soort bouwsteen bestaat (dus één soort molecuul of atoom),
noem je het een zuivere stof. Die kun je verdelen in twee groepen:
• Elementen: Bestaan uit één atoomsoort (zoals O2 of Fe). Deze
kun je niet verder ontleden.
Element: bestaat uit één
• Verbindingen: Hierbij bestaat het molecuul uit meerdere soort atomen
atoomsoorten (zoals H2O). Deze kun je via een chemische
reactie wél ontleden.
Als iets uit verschillende stoffen bestaat, is het een mengsel.
Vaak zie je dat aan de buitenkant niet, maar zie je het als je het Verbinding: bestaat uit
mengsel verhit: meerdere soorten atomen
• Een zuivere stof heeft een vast smelt- of kookpunt. Tijdens de
faseovergang blijft de temperatuur constant.
• Een mengsel heeft een smelttraject of
kooktraject. De temperatuur blijft stijgen
tijdens het smelten of koken, omdat de
Temperatuurverloop bij het verschillende stoffen allemaal hun
verwarmen van een zuivere stof eigen kook- en smeltpunt hebben.
Er zijn 3 soorten mengsels: Temperatuurverloop bij het
verwarmen van een mengsel
1. Oplossing: Een helder mengsel. De stoffen zijn tot op het kleinste niveau
(microniveau) gemengd. Dit is een vaste stof in een vloeistof, of twee vloeistoffen.
2. Suspensie: Een troebel mengsel van een vaste stof en een vloeistof. Er zweven dan
kleine korreltjes van de vaste stof in de vloeistof.
3. Emulsie: Twee vloeistoffen die eigenlijk niet willen mengen (zoals olie en water). Na
het roeren splitsen ze snel weer in twee lagen (tweelagensysteem). Om ze toch gemengd
te houden, heb je een emulgator nodig. Zo’n molecuul
heeft een lange hydrofobe (waterafstotende) staart die
in de olie gaat zitten, en een hydrofiele (goed met water
bindende) kop die aan het water bindt. Emulgatormolecuul
Hydrofoob betekent dat een stof slecht met water mengt, hydrofiel betekent dat het juist
heel goed oplost in water.