Hoorcollege 1
Leerdoel 1: Positieve psychologie definiëren en vergelijken met sub
disciplines binnen de psychologie:
Positieve psychologie is een sub discipline binnen de psychologie die zich
richt op het bestuderen van welzijn, optimaal functioneren en menselijke
sterke kanten. In plaats van alleen te kijken naar psychopathologie en
problemen, onderzoekt positieve psychologie wat ervoor zorgt dat mensen
floreren.
Een belangrijk verschil met andere sub disciplines, zoals de klinische
psychologie, is dat deze zich vooral richt op het verminderen van klachten
en stoornissen. Positieve psychologie richt zich juist op het bevorderen
van positieve aspecten, zoals geluk, betekenis en persoonlijke groei.
Het doel is dus niet alleen om mensen van een negatieve naar een
neutrale toestand te brengen, maar ook om hen te helpen zich verder te
ontwikkelen richting een optimaal niveau van functioneren.
Leerdoel 2: de belangrijke thema’s binnen de positieve psychologie
identificeren
PERMA model:
P = positive emotions -> het ervaren van positieve gevoelens zoals plezier
en dankbaarheid
E = engagement volledig opgaan in activiteiten (flow)
Relationships = het hebben van positieve en ondersteunende relaties
Meaning = het ervaren van betekenis en doel in het leven
Accomplishment = het behalen van doelen en competentie ervaren
Leerdoel 3: de geschiedenis van positieve psychologie en welbevinden
beschrijven en deze contrasteren met actuele thema’s en theorieën in de
positieve psychologie:
De positieve psychologie ontstond rond het jaar 2000, onder leiding van
Martin seligman. Daarvoor lag de nadruk binnen de psychologie vooral op
het behandelen van mentale stoornissen en het verminderen van lijden.
Seligman stelde dat psychologie niet alleen moet focussen op wat er
misgaat, maar ook op wat mensen gelukkig en veerkrachtig maakt. Dit
leidde tot een verschuiving naar het bestuderen van welzijn, sterke kanten
en positieve emoties.
In de huidige positieve psychologie is er meer aandacht voor:
- Evidence-based interventies
- De rol van biologie en hersenen
- Culturele en contextuele factoren
- De rol van instituties
Daarnaast is er ook kritiek en nuance, bijvoorbeeld over:
- Te veel focus op individualisme
- Het negeren van negatieve emoties
,Hoorcollege 2
Leerdoel 1: Beschrijven wat emoties zijn en hoe negatieve en positieve
emoties aan elkaar gerelateerd zijn.
Peterson 2006: psychological state defined by subjective feelings
but also characteristic patterns of physiological arousal, thought,
and behaviorus.
Scherer 2001: emotions are coordinated, biologically-based
responses to internal or external cues that are perceived as relevant
to an organisms needs or goals.
Waar bestaat een emotie uit:
Label
Appraisals
Bodily reaction
Action tendency
Facial expression
Subjectieve gevoel
Russel & Barett:
Positieve en negatieve emoties liggen op een schaal
Emotie verschilt op valentie (positief of negatief) en op arousal
(hoog of laag)
Je kunt ze niet tegelijk sterk ervaren
Het zijn tegenpolen van elkaar
Watson & Tellegen:
Positieve en negatieve emoties zijn onafhankelijk van elkaar
Volgens hen kun je beide wel tegelijk ervaren en zijn de twee
emoties geen tegenpolen van elkaar
Leerdoel 2: de broaden & build theorie van positieve emoties begrijpen en
hierop kritisch kunnen reflecteren
Positieve emoties verbreden tijdelijk je aandacht en denken, en
bouwen op langere termijn persoonlijke hulpbronnen op.
Verder info zie andere blad
Leerdoel 3: verschillen in positieve emoties gedurende de levensloop
kunnen beschrijven en verklaren
Dynamic integration theory = met de leeftijd neemt het vermogen
tot emotionele differentiatie af (oftewel onderscheid maken tussen
complexe emoties), waardoor mensen meer gaan optimaliseren door
zich te richten op positieve emoties en negatieve emoties te
vermijden.
Socio-emotionele selectiviteits theorie (Carstensen) = wanneer de
tijdshorizon kleinder wordt verschuift de motivatie naar positief
gewaardeerde en emotioneel zinvolle ervaringen.
,Leerdoel 4: beschrijven wat sterke punten (character strengths) zijn en
waarom ze relevant zijn voor welbevinden
Character strenghts zijn positieve, morele eigenschappen in je
persoonlijkheid die bepalen hoe je denkt, voelt en handelt op een
goede manier. Eigenschappen zoals eerlijkheid,
doorzettingsvermogen, vriendelijkheid, nieuwsgierigheid en
dankbaarheid. Het zijn geen vaardigheden, maar hoe je als persoon
bent.
Er zijn 24 karakter strenghts, verdeeld over 6 deugden
1. Wijsheid en kennis
2. Moed
3. Menselijkheid
4. Rechtvaardigheid
5. Matigheid
6. Transcendentie
Mensen die hun sterktes goed gebruiken voelen zich beter,
functioneren beter en hebben meer betekenis in hun leven.
Hoorcollege 3
Leerdoel 1: Uitleggen welke maten en meetinstrumenten worden gebruikt
om subjectief welbevinden te meten.
Maten: Geluk, levenstevredenheid en laag neuroticisme
Meetinstrumenten:
- faces scale (Andrews & Whitey) which face comes closest to
expressing how you feel about your life as a whole?
- Subjectieve happiness scale (Lyubomirsky & Lepper).
- Satisfaction with life scale (Diener, Emmons, Larsen & Griffin).
Globale rapportages
- Meten grotere, meer globale constructies van WB
- Geven inzicht hoe mensen globale beoordelingen maken over
hun leven, hoe mensen hun gehele leven samenvatten.
Experience sampling
- In het moment
- Rapportage van stemming, plezier, pijn
- Random signalen op smartphone
- Minder artefacten en bias (door geheugen, zelf-perceptie, lab
situaties.
Leerdoel 2: beschrijven hoe stabiel subjectief welbevinden is over de tijd.
, Individuele verschillen in subjectief welbevinden zijn relatief stabiel
over de tijd, maar er zijn ook kortetermijnfluctuaties door stemming.
Onderzoek laat zien dat de gemiddelde levenssatisfactie in de eerste
5 jaar een correlatie heeft van 0.51 met de laatste 5 jaar. Dus dit
betekent dat als je iemands levenssatisfactie meet in de eerste 5
jaar en na een aantal jaar weer meet, dat dit veel op elkaar lijkt en
dit laat stabiliteit zien.
Deze stabiliteit is lager bij fysieke kenmerken, maar hoger bij
bijvoorbeeld inkomen.
Longitudinale studies hebben laten zien dat effecten van grote
levensgebeurtenissen over langere periodes aanwezig blijven.
Tegelijkertijd zijn er schommelingen op korte termijn, omdat
stemming en dagelijkse gebeurtenissen tijdelijk invloed hebben.
Samenvattend: subjectief welbevinden is niet alleen een
momentopname van stemming, maar bevat een stabiele component
in individuele verschillen, met tijdelijke fluctuaties op korte termijn.
Leerdoel 3: identificeren en toelichten wat de belangrijkste voorspellers
van subjectief welbevinden zijn.
Bottem-up:
- Geld
- Gender
- Leeftijd
- Educatie
- Politieke
Top-down:
- Cognitie
- Persoonlijkheidstrekken
- Andere persoonskenmerken
- Longitudinale studies laten zien dat de Big Five, self-esteem,
sociale relaties, optimisme, gevoel van controle en gevoel van
betekenis in het leven SWB voorspellen.
Leerdoel 4: kritisch reflecteren op de vraag of er een donkere kant aan
subjectief welbevinden zit en deze met voorbeelden illustreren.
Extreme geluk niveaus kunnen ervoor zorgen dat we geen aandacht
hebben voor wat er om ons heen gebeurt.
Positieve stemming gerelateerd aan meer egoïstisch gedrag
Positieve illusies en onrealistisch optimisme
Stockdale paradox = gaat over hoe je hoop houdt in moeilijke
situaties zonder de realiteit te ontkennen. Dus realistisch zijn over
de moeilijkheden van nu, maar blijven geloven dat het uiteindelijk
goed komt.
Hoorcollege 4
Leerdoel 1: de biologische factoren die betrokken zijn bij liefde beschrijven
Evolutionair perspectief:
- Mensen hebben connecties met anderen nodig om te slagen in
het leven