BUS3A
--week 1—
Kosten = geldwaarde van de opgeofferde productiemiddelen: hoeveelheid x prijs
Productiemiddelen = middelen zoals arbeid, machines, grondstoffen, vestegingsplaats enz.
die nodig zijn om producten of diensten te kunnen voortbrengen.
Kosten op meerdere manieren in te delen:
- Kostensoorten = categoriale kostenindeling
- Naar gedrag = naar de relatie met de productieomvang
o Variabel
o Vast of constant
- Naar toewijsbaarheid = naar relatie met een product of dienst
o Direct (bv materiaal van meubels)
o Indirect (bv loonkosten directeur meubelfabriek)
- Naar functie
o Inkoop, productie, verkoop
o Algemeen beheer = overhead
Kostenindeling is niet of-of het is en-en
Kosten zijn niet hetzelfde als uitgaven, opbrengsten zijn niet hetzelfde als ontvangsten
Kostensoorten
- Kosten van grond- en hulpstoffen = Kosten bestaan uit aanschafprijs (inkoopwaarde +
directe inkoopkosten), interestkosten en voorraadkosten.
o Afval
Bruto -/- netto
Kan waarde hebben
Kan waardeloos zijn
o Uitval = afgekeurde producten
Gereedgekomen producten -/- goedgekeurde producten
Kan waarde hebben
Kan waardeloos zijn
- Kosten van arbeid = loonkosten die bestaan uit
o Salarissen
o Sociale verzekeringen
o Vakantiegeld
o Overige personeelskosten
Personeelskosten per uur = kosten van arbeid/ aantal productieve uren
Verschillende manieren om werknemers loon uit te betalen
o Tijdloon = vast bedrag per tijdseenheid
o Stukloon = gebaseerd op prestatie of productie
o Premieloon = vast basisloon + bonus voor prestaties
Beheersen van loonkosten
, o Terugdringen ziekteverzuim
o Vakantieverspreiding
o Inzetten van goedkope arbeidskrachten
o Streven naar geode verhouding werknemer met tijdelijk contract
- Kosten van duurzame productiemiddelen = kosten bestaan uit
o Afschrijvingen
o Interestkosten
o Complementaire kosten (onderhoud, verzekering, brandstof)
- Kosten van diensten van derden = bedragen die worden betaald aan de bedrijven die
ingehuurd worden
- Kosten van belastingen =
o Belasting op goederen en diensten: kostprijsverhogend
(invoerrechten/accijnzen)
o Winstbelasting: beïnvloed alleen de verdeling van de winst
o Omzetbelasting of belasting over de toegevoegde waarde: niet
kostprijsverhogend voor meeste bedrijven, dit bedrag wordt gebaseerd op de
bruto-omzet
- Kosten van financiering = rente en interest
- Kosten van grond = Grond kan bewerkt worden of als vestigingsplaats worden
gebruikt.
Kosten van duurzame productiemiddelen
- Afschrijvingen
o Lineair of recht evenredig: (a-r)/n
o Vast percentage van de boekwaarde
- Ingecalculeerde interest of rente
o (a+r)/2* rentepercentage
o Rentepercentage over boekwaarde op 1/1 van elkaar
- Complementaire kosten = bv benzine/verzekeringspremie
Afschrijven op panden
- Gebonden aan (fiscale) regels
- Afhankelijk van rechtsvorm en gebruik
o Huisvesting van een bedrijf
BV: afschrijven tot 100% van de bodemwaarde
Eenmanszaak: afschrijven tot 50% van de bodemwaarde
o Beleggingspanden
Afschrijven tot 100% van de bodemwaarde
- Bodemwaarde = WOZ waarde
--week 2—
Vaste kosten = ook wel constante kosten
- Niet afhankelijk van de bedrijfsdrukte of productieomvang
- Veranderen niet binnen de bestaande capaciteit
- Vb: huur, loonkosten personeel in vaste dienst, afschrijvingen
--week 1—
Kosten = geldwaarde van de opgeofferde productiemiddelen: hoeveelheid x prijs
Productiemiddelen = middelen zoals arbeid, machines, grondstoffen, vestegingsplaats enz.
die nodig zijn om producten of diensten te kunnen voortbrengen.
Kosten op meerdere manieren in te delen:
- Kostensoorten = categoriale kostenindeling
- Naar gedrag = naar de relatie met de productieomvang
o Variabel
o Vast of constant
- Naar toewijsbaarheid = naar relatie met een product of dienst
o Direct (bv materiaal van meubels)
o Indirect (bv loonkosten directeur meubelfabriek)
- Naar functie
o Inkoop, productie, verkoop
o Algemeen beheer = overhead
Kostenindeling is niet of-of het is en-en
Kosten zijn niet hetzelfde als uitgaven, opbrengsten zijn niet hetzelfde als ontvangsten
Kostensoorten
- Kosten van grond- en hulpstoffen = Kosten bestaan uit aanschafprijs (inkoopwaarde +
directe inkoopkosten), interestkosten en voorraadkosten.
o Afval
Bruto -/- netto
Kan waarde hebben
Kan waardeloos zijn
o Uitval = afgekeurde producten
Gereedgekomen producten -/- goedgekeurde producten
Kan waarde hebben
Kan waardeloos zijn
- Kosten van arbeid = loonkosten die bestaan uit
o Salarissen
o Sociale verzekeringen
o Vakantiegeld
o Overige personeelskosten
Personeelskosten per uur = kosten van arbeid/ aantal productieve uren
Verschillende manieren om werknemers loon uit te betalen
o Tijdloon = vast bedrag per tijdseenheid
o Stukloon = gebaseerd op prestatie of productie
o Premieloon = vast basisloon + bonus voor prestaties
Beheersen van loonkosten
, o Terugdringen ziekteverzuim
o Vakantieverspreiding
o Inzetten van goedkope arbeidskrachten
o Streven naar geode verhouding werknemer met tijdelijk contract
- Kosten van duurzame productiemiddelen = kosten bestaan uit
o Afschrijvingen
o Interestkosten
o Complementaire kosten (onderhoud, verzekering, brandstof)
- Kosten van diensten van derden = bedragen die worden betaald aan de bedrijven die
ingehuurd worden
- Kosten van belastingen =
o Belasting op goederen en diensten: kostprijsverhogend
(invoerrechten/accijnzen)
o Winstbelasting: beïnvloed alleen de verdeling van de winst
o Omzetbelasting of belasting over de toegevoegde waarde: niet
kostprijsverhogend voor meeste bedrijven, dit bedrag wordt gebaseerd op de
bruto-omzet
- Kosten van financiering = rente en interest
- Kosten van grond = Grond kan bewerkt worden of als vestigingsplaats worden
gebruikt.
Kosten van duurzame productiemiddelen
- Afschrijvingen
o Lineair of recht evenredig: (a-r)/n
o Vast percentage van de boekwaarde
- Ingecalculeerde interest of rente
o (a+r)/2* rentepercentage
o Rentepercentage over boekwaarde op 1/1 van elkaar
- Complementaire kosten = bv benzine/verzekeringspremie
Afschrijven op panden
- Gebonden aan (fiscale) regels
- Afhankelijk van rechtsvorm en gebruik
o Huisvesting van een bedrijf
BV: afschrijven tot 100% van de bodemwaarde
Eenmanszaak: afschrijven tot 50% van de bodemwaarde
o Beleggingspanden
Afschrijven tot 100% van de bodemwaarde
- Bodemwaarde = WOZ waarde
--week 2—
Vaste kosten = ook wel constante kosten
- Niet afhankelijk van de bedrijfsdrukte of productieomvang
- Veranderen niet binnen de bestaande capaciteit
- Vb: huur, loonkosten personeel in vaste dienst, afschrijvingen