STRAFPROCESRECHT
WEEK 1 – HET STRAFPROCES
LITERATUUR
MR. BIG EEN MAATJE TE GROOT VOOR NEDERLAND?
Het artikel “Mr. Big een maatje te groot voor Nederland?” (Ars Aequi, 2020)
bespreekt de toelaatbaarheid en normering van de Mr. Big-methode in Nederland.
Hieronder een samenvatting:
Kernpunten
Wat is de Mr. Big-methode?
Een undercovermethode uit Canada waarbij een verdachte wordt opgenomen in een
gefingeerde criminele organisatie. Door vriendschap, beloningen en druk wordt hij
uiteindelijk verleid om te bekennen tegenover de leider, “Mr. Big”.
Nederlandse zaken:
Kaatsheuvel-zaak (moord op echtgenote). Verdachte kreeg lucratief werk
aangeboden en bekende later aan “Mr. Big”.
Posbank-zaak (moord op hardloper). Verdachte kreeg beloningen in vooruitzicht
en legde onder druk een bekentenis af.
In beide zaken oordeelde de Hoge Raad (2019) dat het hof onvoldoende had gemotiveerd
dat de verklaringsvrijheid niet was aangetast, en verwees de zaken terug.
Bezwaren en risico’s:
1. Zwijgrecht en verklaringsvrijheid: de methode zet sterke druk op verdachten
en kan leiden tot verklaringen die niet in vrijheid zijn afgelegd.
2. Betrouwbaarheid: risico op valse bekentenissen, omdat verdachten veel te
winnen hebben bij bekennen. Dit gaat over de rechtmatigheid.
3. Integriteit opsporing: kostbare en ingrijpende operaties kunnen
loyaliteitsconflicten en integriteitsproblemen bij politie oproepen.
Oordeel Hoge Raad:
Artikel 126j Sv (stelselmatige informatie-inwinning) biedt in principe een wettelijke basis,
maar de verklaringsvrijheid van de verdachte mag niet worden geschonden. De Hoge
Raad formuleerde een toetsingskader met factoren zoals: duur en intensiteit van het
traject, druk en misleiding, bemoeienis met verklaringen, en de in het vooruitzicht
gestelde voordelen/nadelen.
Conclusie auteurs:
De zuivere Mr. Big-methode lijkt in Nederland nauwelijks toelaatbaar; de arresten
komen feitelijk neer op een “genadeklap” voor de methode.
Mildere vormen van undercoverwerk (zoals “befriending”-operaties) zouden
mogelijk nog wel kunnen, maar alleen onder strikte voorwaarden.
Artikel 126j Sv vormt een te smalle wettelijke basis; er is behoefte aan een
steviger wettelijke grondslag en strengere procedurele waarborgen.
, o Eventuele toekomstige inzet vraagt om grote behoedzaamheid en een
duidelijke rol van de wetgever.
COLLEGES
DOELEN VAN HET STRAFPROCES
Het hoofddoel van het strafrecht in Nederland is het zorgen voor de juiste toepassing van
het materiele strafrecht, wat bestaat uit.
1. Zorgen dat schuldigen worden bestraft
2. Zorgen dat onschuldigen niet worden bestraft
Dit kan helaas niet voor 100% bereikt worden, maar het doel is om beide doelen
zoveel mogelijk te bereiken. Het 2e doel is hierbij in westerse landen belangrijker;
beter 10 verdachten onterecht vrijuit dan 1 verdachte onterecht veroordeeld.
NEVENDOELEN VAN HET STRAFRECHT
Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte, maar ook van
slachtoffers, getuigen en andere betrokkenen.
o Vroeger werd het strafproces vaak gezien als een zaak tussen de overheid
en de verdachte, het slachtoffer kwam hier niet zoveel ter sprake; de OvJ
vervolgt namens de maatschappij (en dus ook namens de verdachte).
Daarnaast was er ook een discussie vanuit de rechterlijke macht: er is
spreekrecht, maar hoe verhoudt dat zich ten opzichte van de
onschuldspresumptie van de verdachte?
Procedurele rechtvaardigheid: de bejegening en behandeling van de
betrokkenen binnen het proces moeten juist zijn. Als dit proces eerlijk verloopt
vergroot dat de kans dat iemand vrede heeft met de uitkomst, ook al is die
uitkomst niet wat diegene had gewild.
Demonstratiefunctie: ‘not only must justice be done, it must also be seen to be
done’. Je demonstreert de norm door middel van een eerlijk en open strafproces.
INSTRUMENTALITEIT EN RECHTSBESCHERMING
Instrumentaliteit: de instrumenten die de overheid ter beschikking heeft om te zorgen
dat schuldigen worden bestraft (en onschuldigen niet). Dit zorgt dus voor effectievere
bevoegdheden, zoals een telefoontap of een doorzoekingsbevel.
Rechtsbescherming: het strafproces moet burgers waarborgen bieden tegen de
rechtsstaat; de staat is ook gebonden aan de wet en bevoegdheden kunnen worden
ingeperkt.
Dit zijn dus niet per se 2 tegenpolen, ze raken elkaar en veroorzaken spanning
onderling.
ONGELIJKHEID
,Bij rechtsbescherming speelt (on)gelijkheid ook een grote rol. Wordt dat strafrecht wel op
een gelijke manier ingezet in de samenleving? Bepaalde groepen (vrouwen, LHBTI+,
slachtoffers van huiselijk geweld) worden minder aangepakt of beschermd. Dit valt onder
etnisch profileren; bepaalde groepen worden steviger aangepakt dan anderen (vooral
mensen met een migratieachtergrond), wat kan leiden tot onder anderen een snellere
dagvaarding en een hogere sanctie.
Daarnaast is er ook klassenjustitie, en krijgen bepaalde vormen van criminaliteit
prioriteit (kleine winkeldiefstal vs. witteboordencriminaliteit).
KENMERKEN VAN HET NEDERLANDSE STRAFPROCES
Er is niet 1 strafrechtsproces of -model. Het kan op verschillende manieren lopen.
Accusatoir:
Er zijn 2 partijen die tegenover elkaar strijden. Wanneer deze verschillende
partijen gelijke middelen hebben, gaan ze de strijd tegen elkaar aan met de
rechter als scheidsrechter. (maar: eigenlijk niet heel gelijk; rijken hebben een
ander proces door betere advocaten)
De rechter is hierin afwachtend, en luistert naar wat de partijen te zeggen hebben.
Er is al vroeg in het proces de mogelijkheid tot onderzoek, dit heeft de verdachte
zelf ook.
Op zoek gaan naar formele waarheid; waar komen de partijen op uit. (kritiek: is dit
wel genoeg? Moet de rechter geen verantwoordelijkheid nemen om op zoek te
gaan naar de materiele waarheid?) Als het perfect zou werken denken veel
mensen dat het beter is dan inquisitoir, omdat je door de clash of opinions de
goede waarheid boven water krijgt.
Het is grotendeels een mondeling proces.
Inquisitoir:
De verdachte staat tegenover de rechtbank, met daarnaast een OvJ. Dit is dus
geen gelijke rechtsstrijd. De OvJ heeft allerlei machtsmiddelen om erachter te
komen wat er is gebeurd, dit heeft de verdachte niet. Het OM is onpartijdig, en
heeft aan beide zijden belangen.
De rechter is actief en heeft zelf een rol in het proces
In de beginfase is de verdachte een voorwerp van onderzoek, de staat doet dan
onderzoek, verdachte heeft nog weinig in te brengen.
Er wordt opzoek gegaan naar de materiele waarheid
Dit proces is veel meer schriftelijk, met dossiers etc.
In Nederland hanteren wij een condictoir proces op inquisitoir leest. Dit houdt in dat de
verdachte eerst een voorwerp van onderzoek is, en daarna meer rechten krijgt (steeds
meer door de jaren heen, worden dus steeds minder inquisitoir)
Daarnaast heeft Nederland ook geen lekenrechtspraak (een jury van ‘gewone’
burgers), maar veel andere landen op ons heen wel.
BRONNEN VAN HET STRAFPROCESRECHT
Grondwet
EVRM, EU-recht en internationale verdragen
, Wetboek van strafvordering art.1 sv: strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
Bijzondere wetten
AMvB’s en beleidsregels
Jurisprudentie
Beginselen van een goede procesorde
Het internationale recht wordt hierin steeds belangrijker.
Het wetboek van strafvordering komt nu uit 1926 en is dus erg ouderwets. Hierin werd
gedacht dat de rechter een grote rol had in de opsporing, maar inmiddels is dat het OM
geworden. In april 2029 komt waarschijnlijk het nieuwe wetboek.
EUROPEES EN INTERNATIONAAL RECHT
EVRM
EU-recht
IVBPR (BUPO-verdrag)
Diverse specifieke verdragen, bijvoorbeeld VN-verdrag tegen foltering en andere
wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing
Rechtshulpinstrumenten, bijvoorbeeld uitleveringsverdragen tussen verschillende
landen
RAAD VAN EUROPA: EVRM
Dit heeft een grote invloed gehad op het Nederlandse strafproces. Voorbeeld:
verschoningsrecht die Nederland heeft verplicht hier meer bescherming voor te bieden.
EVRM
Art. 5: recht op vrijheid en veiligheid iemand in voorlopige hechtenis zetten
Art. 6: recht op een eerlijk proces
Art. 8: recht op eerbieding van privé- familie en 0gezinsleden in welke
omstandigheden dwangmiddelen als huiszoeking, smartphone uitlezen toepassen.
Art. 14 en 12e protocol: discriminatieverbod
EU-RECHT
Handvest Grondrechten EU
Richtlijnen procedurele rechten
o Deze zijn geconcretiseerd in EU richtlijnen en Nederland moet zich hieraan
houden, bijvoorbeeld recht op vertolking en vertaling en recht op toegang
tot een advocaat.
Slachtofferrichtlijn (2012/29/EU)
Het Europees Openbaar Ministerie vervolgt fraude en corruptie met de EU gelden.
BEGINSELEN VAN EEN BEHOORLIJKE PROCESORDE
Deze staan niet letterlijk in de wet, maar zijn wel erg belangrijk. Alle bevoegdheden die
we hebben zijn discretionair (zelf beslissingsruimte voor het toepassen).
Vertrouwensbeginsel
Gelijkheidsbeginsel
Verbod van detournement de pouvoir (zuiverheid van oogmerk)