Cursus code | Course code: 202500002
Niveau: Master
Studiejaar: 2026 – 2027
Inhoudsopgave
,Week 1 - Verschillende perspectieven................................................................3
Artikel 1 - Sfard, A. (1988). On two metaphors for learning and the dangers of
choosing just one.....................................................................................................3
Artikel 2 - Berliner, D. C. (2002). Comment: Educational research: The hardest
science of all............................................................................................................4
Week 2 - Motivatie...........................................................................................6
Artikel 1 - Cook, D. A., & Artino, A. R. (2016). Motivation to learn: An overview of
contemporary theories............................................................................................6
Artikel 2 - Akkerman, S.F., & Bakker, A. (2019). Persons pursuing multiple objects
of interest in multiple contexts..............................................................................12
Artikel 3 - Garon-Carrier, et al. (2016). Intrinsic motivation and achievement in
mathematics in elementary school: A longitudinal investigation of their
association.............................................................................................................14
Week 3 - Transfer...........................................................................................15
Artikel 1 - Perkins, D. N., & Salomon, G. (1992). Transfer of Learning...................15
Artikel 2 - Ford, J. K., Baldwin, T. T., & Prasad, J. (2018). Transfer of training: The
known and the unknown........................................................................................16
Artikel 3 - Konkola, R., Tuomi‐Gröhn, T., Lambert, P., & Ludvigsen, S. (2007).
Promoting learning and transfer between school and workplace..........................20
Artikel 1 — Ford, Baldwin & Prasad (2018).........................................................22
Artikel 2 — Konkola, Tuomi-Gröhn, Lambert & Ludvigsen (2007).......................22
Week 4 – Levenslang leren..............................................................................24
Artikel 1 - Li et al. (2004) Transformations in the couplings among intellectual
abilities and constituent cognitive processes across the life span........................24
Artikel 2 - Mori et al. (2024) Work engagement among older workers: A
systematic review. ................................................................................................27
Artikel 3 - Frie et al. (2024) How workers meet new expertise needs throughout
their careers: An integrative review revealing a dynamic process model of
flexpertise..............................................................................................................29
Week 5 – Teamleren........................................................................................33
ARTIKEL 1: Decuyper, Dochy & Van den Bossche (2010) Grasping the dynamic
complexity of team learning: An integrative model for effective team learning in
organisations.........................................................................................................33
AANTEKENINGEN VAN LIO (onderwijswetenschappen pre-master):.......................36
Artikel 2 - Dillenbourg, Järvelä & Fischer (2009) The evolution of research on
computer-supported collaborative learning...........................................................37
Artikel 3 - Kirschner, Sweller, Kirschner & Zambrano R. (2018) From cognitive load
theory to collaborative cognitive load theory. ......................................................38
Week 6 – Zelfregulerend en zelf dirigerend leren..............................................41
2
, Artikel 1 - Panadero (2017) A review of self-regulated learning: Six models and
four directions for research....................................................................................41
Artikel 2 - Lemmetty & Collin (2020) Self-directed learning: A fundamental
competence in a rapidly changing world...............................................................42
Week 1 - Verschillende perspectieven
Artikel 1 - Sfard, A. (1988). On two metaphors for learning and the dangers of
choosing just one.
De keuze voor een metafoor is een zeer ingrijpende beslissing:
- Verschillende metaforen kunnen leiden tot verschillende manieren van denken en
verschillende activiteiten.
- Metaforen kunnen worden gezien als een tweezijdig zwaard: enerzijds maken ze, als
basismechanisme achter elke conceptualisering, ons abstracte denken mogelijk.
Anderzijds houden ze de menselijke verbeelding binnen de grenzen van onze eerdere
ervaringen en opvattingen.
Acquisitie versus Participatiemetafoor
De acquisitiemetafoor komt waarschijnlijk vaker voor in oudere publicaties; recentere
studies worden vaak gedomineerd door de participatiemetafoor.
acquisitiemetafoor
Het verwerven van kennis. Sinds Piaget en Vygotski is de groei van kennis tijdens het
leerproces geanalyseerd in termen van concepten. Concepten worden opgevat als
basiseenheden van kennis die kunnen worden opgebouwd, geleidelijk verfijnd en
gecombineerd tot nog rijkere cognitieve structuren.
- Er zijn veel termen die het ‘zich eigen maken’ van zulke entiteiten aanduiden:
receptie, acquisitie, constructie, internalisatie, enzovoort. Eenmaal verworven kan de
kennis worden toegepast, overgedragen en met anderen worden gedeeld.
Participatiemetafoor
De nieuwe onderzoeker spreekt over leren als participatie of als een leerlingschap in
denken. Het belang hiervan blijkt uit het spreken over situatiegebondenheid,
contextualiteit, culturele inbedding en sociale mediatie.
Het leren van een vak wordt nu opgevat als een proces waarin je lid wordt van een
bepaalde gemeenschap. Dit vraagt het vermogen om te communiceren in de taal van die
gemeenschap en te handelen volgens haar specifieke normen. De lerende verandert van
‘een leerling’ naar een ‘integraal onderdeel van een team’.
3
, Het verwerven van kennis gaat vaak gepaard met het worden van een deelnemer; daarom
kunnen verwerving en participatie niet los van elkaar worden gezien. De metaforen lost van
elkaar zien is niet mogelijk, tenzij men een duidelijke voorkeur voor de ene metafoor boven
de andere uitspreekt.
Wat kan er misgaan met de acquisitiemetafoor en hoe kan de
participatiemetafoor helpen?
Als we iets alleen kunnen leren door het te herkennen op basis van de kennis die we
al bezitten, dan kan niets wat nog niet tot het assortiment van dingen behoort die we
kennen ooit een van die dingen worden. Daarom is het leren van nieuwe dingen in
die zin onmogelijk. Dit staat ook bekend als de ‘learning paradox’.
Als je alleen uitgaat van de participatiemetafoor valt het begrip van transfer volledig
weg omdat kennis dan niet toegepast kan worden in de praktijk.
Eén metafoor is niet genoeg
De relatieve voordelen van beide metaforen maken het moeilijk om een van beide op te
geven: elk heeft iets te bieden wat de ander niet kan bieden. Een adequate combinatie van
de acquisitie- en participatiemetafoor zou de voordelen van beide naar voren brengen,
terwijl daarbij de nadelen beperkt blijven.
Als onderzoekers lijken we gedoemd te leven in een werkelijkheid die is opgebouwd uit een
verscheidenheid aan metaforen. We moeten accepteren dat de metaforen die we bij het
theoretiseren gebruiken goed genoeg kunnen zijn voor kleine gebieden, maar dat geen
ervan volstaat om het hele veld te bestrijken.
Artikel 2 - Berliner, D. C. (2002). Comment: Educational research: The hardest
science of all.
Onderwijsonderzoek wordt als te zacht, onbetrouwbaar en onnauwkeurig beschouwd om als
basis voor de praktijk te dienen, vergeleken met ‘harde wetenschappen’ zoals natuurkunde,
scheikunde, geologie enzovoort.
In plaats van harde en zachte wetenschap maakt Berliner onderscheid tussen makkelijk te
beoefenen wetenschap en moeilijk te beoefenen wetenschap. Makkelijk is wat mensen in
de natuurkunde, scheikunde, geologie en enkele andere vakgebieden doen. Moeilijk is wat
sociale wetenschappers (of onderwijsonderzoekers) doen. Onderwijswetenschappers
worden geconfronteerd met specifieke problemen en moeten omgaan met lokale
omstandigheden die generalisaties en theorievorming beperken.
- Wetenschappelijke bevindingen implementeren is in het onderwijs zo moeilijk omdat
mensen op scholen zijn ingebed in complexe en veranderende netwerken van sociale
interactie.
o De deelnemers hebben van dag tot dag wisselende macht om elkaar te
beïnvloeden
4