,Inhoud
Hoofdstuk 1 – Inleiding tot de sociale psychologie.................................................3
Begrippenlijst...................................................................................................... 4
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk................................................................5
Hoofdstuk 3 – Sociale cognitie: hoe we denken over de sociale wereld.................7
Begrippenlijst...................................................................................................... 9
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................10
Begrippenlijst.................................................................................................... 16
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................18
Hoofdstuk 5 – Het zelf: onszelf begrijpen in een sociale context..........................22
Begrippenlijst.................................................................................................... 27
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................29
Hoofdstuk 6 – Cognitieve dissonantie en de behoefte om ons zelfbeeld te
beschermen.......................................................................................................... 32
Begrippenlijst.................................................................................................... 38
Hoofdstuk 8 – Conformisme en gehoorzaamheid: sociale invloed en aanpassing
van gedrag........................................................................................................... 42
Begrippenlijst.................................................................................................... 48
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................49
Hoofdstuk 9 – Groepsprocessen: invloed in sociale groepen................................53
Begrippenlijst.................................................................................................... 61
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................64
Hoofdstuk 10 – Aantrekkingskracht en relaties: van eerste indrukken tot hechte
relaties................................................................................................................. 68
Begrippenlijst.................................................................................................... 76
Belangrijkste dingen uit het hoofdstuk..............................................................78
Hoofdstuk 11 – Prosociaal gedrag: waarom helpen mensen?...............................82
Begrippenlijst.................................................................................................... 88
Hoofdstuk 13 – Vooroordelen: oorzaken en oplossingen.......................................94
Begrippenlijst.................................................................................................. 102
De kern om te onthouden................................................................................ 107
Oefentoets 1 – Sociale psychologie, cognitie en het zelf....................................108
Antwoordmodel oefentoets 1............................................................................. 112
Oefentoets 2 – Conformisme, gehoorzaamheid en groepsprocessen.................114
Antwoordmodel oefentoets 2............................................................................. 117
Oefentoets 3 – Aantrekkingskracht, liefde en relaties........................................119
Antwoordmodel oefentoets 3............................................................................. 122
1
,Oefentoets 4 – Prosociaal gedrag en vooroordelen............................................124
Oefentoets 5 – Gemengde eindtoets met uitgebreide casussen........................129
Antwoordmodel oefentoets 5............................................................................. 133
Ultrakorte samenvatting per hoofdstuk..............................................................135
Begrippen die je absoluut niet moet verwarren..................................................138
Ezelsbruggetjes.................................................................................................. 140
Casussen herkennen op het tentamen...............................................................140
2
, Hoofdstuk 1 – Inleiding tot de sociale psychologie
Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar de manier waarop de
werkelijke of denkbeeldige aanwezigheid van andere mensen onze gedachten,
gevoelens en gedragingen beïnvloedt. Dit wordt sociale invloed genoemd. Sociale
invloed kan zowel bewust als onbewust plaatsvinden.
Binnen de psychologie bestaan verschillende manieren om menselijk gedrag te
verklaren. De persoonlijkheidspsychologie richt zich vooral op individuele
eigenschappen, terwijl de sociale psychologie kijkt naar de invloed van de sociale
situatie. De sociologie bestudeert vooral grotere groepen en maatschappelijke
structuren.
Sociale psychologen onderzoeken gedrag met behulp van de empirische
methode. Hierbij worden hypothesen, oftewel voorlopige veronderstellingen,
getoetst aan waarnemingen en onderzoeksgegevens. Het doel is om de
determinanten van gedrag te ontdekken: de factoren die bepalen waarom
mensen zich op een bepaalde manier gedragen.
Een andere benadering is de evolutionaire psychologie. Deze probeert sociaal
gedrag te verklaren vanuit erfelijke factoren die zich door natuurlijke selectie
hebben ontwikkeld. Bij natuurlijke selectie hebben organismen met
eigenschappen die beter bij hun omgeving passen meer kans om overlevende
nakomelingen te krijgen.
Een belangrijk uitgangspunt van de sociale psychologie is de macht van de
situatie. Mensen onderschatten vaak hoeveel invloed omstandigheden hebben op
gedrag. Dit komt naar voren bij de fundamentele attributiefout: de neiging om
het gedrag van anderen vooral te verklaren vanuit hun persoonlijkheid en te
weinig rekening te houden met de situatie.
Wanneer iemand bijvoorbeeld te laat komt, denken we misschien dat die persoon
ongemotiveerd is, terwijl er sprake kan zijn van een treinvertraging. Het
toeschrijven van oorzaken aan gedrag wordt attributie genoemd.
Naast de situatie is ook de manier waarop mensen die situatie interpreteren
belangrijk. Dit wordt beschreven met constructen: de manier waarop mensen de
sociale wereld waarnemen, begrijpen en interpreteren. Twee mensen kunnen
dezelfde situatie meemaken, maar er een andere betekenis aan geven.
Binnen de psychologie bestaan verschillende stromingen die gedrag verklaren.
Het behaviorisme gaat ervan uit dat gedrag kan worden begrepen vanuit
beloningen en straffen in de omgeving. De gestaltpsychologie benadrukt juist de
persoonlijke waarneming van een situatie als geheel. Ook de fenomenologie richt
zich op de manier waarop mensen gebeurtenissen en objecten ervaren.
Mensen denken vaak dat zij de werkelijkheid precies waarnemen zoals deze is.
Dit wordt naïef realisme genoemd. In werkelijkheid worden onze waarnemingen
beïnvloed door persoonlijke interpretaties en verwachtingen.
De manier waarop mensen situaties interpreteren, wordt volgens het hoofdstuk
sterk beïnvloed door twee fundamentele menselijke motieven.
3