Onderwijsgroep thema 1 – Arousal en emoties
Het zelfconcept en de invloed van de sociale omgeving
- Sociale vergelijking en de kneedbaarheid van het zelf
o Het menselijk zelfbeeld wordt voor een groot deel gevormd door de interactie met anderen
o Sociale vergelijkingstheorie: mensen evalueren hun eigen capaciteiten en mening door
zichzelf te spiegelen aan anderen
▪ Dit proces treedt met name op wanneer er een gebrek is aan objectieve informatie
of standaarden
▪ In de regel kiezen we mensen die op ons lijken als vergelijkingsmateriaal om een
accuraat beeld te krijgen
• Opwaartse vergelijking: vergelijken met succesvollere personen
o Leidt tot een lager zelfbeeld, een effect dat veelvuldig wordt
waargenomen bij het passief consumeren van sociale media
o Zelfconcept is niet statisch, maar kneedbaar
▪ Mensen hebben de neiging hun zelfbeschrijving aan te passen aan sociale context
waarin zij zich bevinden om ergens bij te horen
• Dit mechanisme is vooral sterk na een ervaring van sociale uitsluiting,
waarbij individuen hun eigenschappen zo presenteren dat zij beter
aansluiten bij potentiele nieuwe vrienden
- De perceptie van mind en non verbaal gedrag
o De manier waarop we anderen waarnemen, gaat verder dan alleen het observeren van
fysieke acties: we schrijven ook menselijke kwaliteiten toe aan entiteiten
▪ Deze perceptie van een geest of bewustzij (perception of mind) passen we niet
alleen toe op mensen, maar ook op objecten zoals autonome voeruigen
o Het begrip van anderen wordt ondersteund door de stille taal van non-verbaal gedrag
▪ Gezichtsuitdrukkingen
▪ Lichaamstaal
▪ Stemintonatie en vocale signalen
- Emotieherkenning en de kracht van korte observaties
o 6 basisemoties die wereldwijd herkend worden
▪ Geluk
▪ Verdriet
▪ Woede
▪ Angst
▪ Verassing
▪ Walging
• In group voordeel: we herkennen emoties 9% naukeuriger bij mensen uit
onze eigen nationale of ethische groep
o Woede-superioriteit-effect: merken boze gezichten sneller op in een menigte dan blije
gezichten, omdat ze een potentieel gevaar vormen
▪ Walging is eveneens adaptief, omdat het ons waarschuwt voor gevaarlijke stoffen
▪ Thin slicing: het psychologische vermogen om op basis van een zeer kleine
hoeveelheid informatie sneller en verassend nauwkeurige conclusies te trekken
Klassieke benaderingen van emotionele processen
- Arousal: een staat van fysiologische opwinding
, o Beinvloedt ook onze emoties -> kan emoties versterken, zowel op positieve als negatieve
manier
o Speelt belangrijke rol in hoe we emoites ervaren en interpreteren
Verschillende theorieen ontwikkeld om de relatie tussen een prikkel (stimulus), lichamelijke activatie (arousal)
en de subjectieve emotionele ervaring te verklaren
- Common sense theorie
o Stelt dat een stimulus eerst een emotie oproept, waarna deze emotie leidt tot arousal
- James-Lange theorie
o Stelt dat arousal eerst komt en daarna de emotionele ervaring
▪ Eerste waarneming op zichzelf kleurloos: de emotionele lading ontstaat pas wanneer
we fysiologische opwinding opmerken
▪ Wordt van uitgegaan dat elke emotie een uniek lichamelijk patroon bezit
- Cannon-Bard-theorie van emotie
o Een stimulus triggert een specifieke hersenactiviteit in de thalamus, die vervolgens gelijktijdig
en onafhankelijk van elkaar zorgt voor zowel de fysiologische veranderingen als de
emotionele verandering
, - Schachter-Singer theorie van emotie (twee factoren theorie)
o Voegt een cruciaal cognitief element toe
o Deze theorie stelt dat de ervaring van emotie gebaseerd is op twee factoren
▪ De fysiologische opwinding (arousal)
▪ Een appraisal (cognitieve attributie) van deze arousal op basis van de omgeving
In het klassieke epinephrine-experiment van schachter & singer werd onderzoek gedaan naar de cognitieve
attributie (appraisal) en de twee-factoren-theorie van emotie
- Mannen kregen of epinephrine (adrenaline) of een placebo toegediend
o Degenen die adrenaline kregen toegediend werden onderverdeeld in 3 groepen
▪ Groep 1: werd correct geinformeerd over de effecten van arousal die ze zouden gaan
ervaren
▪ Groep 2: ongeinformeerd
▪ Groep 3: werd verteld dat ze zich wat duizeling zouden voelen en wat hoofdpijn
zouden hebben (verkeerd geinformeerd)
o Tijdens het onderzoek is er een acteur aanwezig die zich ofwel uitbundig, ofwel boos zal gaan
uitlaten -> deelnemers die geinjecteerd werden met epinephrine gingen op zoek naar een
cognitieve verklaring voor de arousal die ontstond, wanneer zij van tevoren niet
geinformeerd waren over de arousal (groep 2)
o Deelnemers die vooraf wisten welke lichamelijke effecten de injectie veroorzaakte, ervoeren
deze lichamelijke reacties minder snel als een specifieke emotie
▪ Deelnemers die geen duidelijke verklaring hadden voor hun arousal, gebruikten de
sociale omgeving om deze gevoelens te interpreteren -> de interpretatie van de
situatie is dus cruciaal voor de uiteindelijke emotionele ervaring
, • De conclusie: als mensen zich onzeker voelen over de arousal die zij ervaren
zoeken ze soms een cognitieve verklaring voor hun arousal door te kijken
naar de omgeving
• Belangrijke punten
o Beinvloeding door de omgeving vindt alleen plaats wanneer de
arousal niet te intens is
o De acteur waarmee de proefpersoon is, moet al aanwezig zijn voor
de arousal -> proefpersoon zoekt namelijk naar een verklaring die
voorafging aan de vernaderingen veroorzaakt door het arousal
▪ Kritiek
• Onderzoek is niet te repliceren
• Uit ander onderzoek komt alleen hetzelfde resultaat bij angst, maar niet
voor andere emoties
• Twee factoren theorie -> euforie nauwelijks effect en adrenaline maakt
deelnemers nieet gevoeliger dan een placebo
o Theorie blijft wel relevant, omdat zij benadrukt dat lichamelijke
reacties een belangrijke rol spelen bij de ervaring van emoties
Moderne inzichten uit de affectieve neurowetenschappen
- Hedendaags onderzoeken binnen de affectieve neurowetenschappen nuanceert deze klassieke
theorieen
o Hoewel hetlichaam vanaf de nek naar beneden vaak vergelijkbaar reageert op verschillende
emoties, zijn er in de hersenen wel specifieke circuits aan te wijzen
▪ De amygdala vertoont vaaak verhoogde activiteit bij het ervaren van angst
▪ De cingulate cortex onder het corpus callosum is vaker betrokken bij gevoelens van
verdreit
▪ De mediale prefrontale cortex speelt een algemene rol bij de analyse van betekenis
en aandacht tijdens emotionele processen
• Onze emoties baseren we niet uitsluitend op externe signalen
- Emoties zijn niet alleen biologische reacties: de sociale context en onze eigen interpretatie spelen een
doorslaggevende rol